Sterke Erven Logo

‘Bemesting niet terug te vinden in de ui, dan niet nodig’

03 min
In proeven met verschillenden meststoffen en sporenelementen in uien heeft de behandeling alleen zin als de elementen terug te vinden zijn in de ui. Dat is het uitgangspunt bij het bemestingsonderzoek van het Uien Kennis en Innovatiecentrum (UIKC). Tijdens de landelijke Uiendag 2016 kunnen telers uienproeven op de Rusthoeve in Colijnsplaat bekijken.
De uien waren toen minder sterk ontwikkeld dan in andere jaren.
Dit jaar is bijzonder veel water gevallen. Daardoor kunnen meststoffen eventueel uitspoelen.
Eelco Boot (midden) Van de Rusthoeve bespreekt de opzet van de proeven en de reactie van het gewas met telers.
Verschil in kleur tussen objecten met andere bemesting. Wat het doet met de opbrengst moet na de oogst bekend worden.
Volgens Luc Remijn levert bijbemesten met sporenelementen lang niet altijd een meetbare meeropname in het uiengewas.
De bodemherbiciden werkten goed. In sommige objecten bleef kamille hardnekkig.

In proeven met kalium, boor, zwavel en mangaan onderzoekt het UIKC of de extra bemesting iets doet met opbrengst of kwaliteit van de uien. Als de elementen niet in verhoogde mate in de uien zitten, heeft de bemesting volgens Luc Remijn van het UIKC geen zin. „Je moet daarnaast weten wat er in de bodem zit van deze elementen”, zegt Remijn. „Wij onderzoeken of bijbemesting met sporenelementen nuttig is.”

Bij heel veel sporenelementen blijft effect op opbrengst en kwaliteit uit. Duurdere kalimeststoffen met extra magnesium en zwavel geeft in de proeven op de Rusthoeve nauwelijks hardere uien, is de ervaring van de laatste jaren, bij boor soms. Kali is wel erg belangrijk voor de waterhuishouding; droogtegevoeligheid.

Bladmeststoffen leveren lang niet altijd meetbare meeropbrengst of kwaliteit. Telers krijgen vaak advies om sporenelementen via bladmeststoffen aan te vullen, maar kritisch daarover oordelen blijkt volgens Remijn van belang. „Zit er voldoende in bodem, dan hoeft het niet. Je zou bij laag boriumgetal bij kunnen mesten daarmee. Je moet dat wel laten analyseren, want het zit niet in de standaardanalyse.” Advies wordt moeilijk als de boer niet weet hoe de waarden voor de sporenelementen op een perceel zijn.

Participanten

In juli nam het UIKC samen met de participanten, uientelers die bijdragen aan het uienonderzoek, een kijkje op de proefpercelen in Colijnsplaat. Op 25 augustus kunnen bezoekers aan de landelijke Uiendag uienproeven bezoeken die openbaar zijn.

De participanten zetten samen met UIKC zelf proeven uit. De resultaten daarvan zijn bedoeld voor de tweehonderd participanten. Wie de resultaten van deze proeven wil horen, moet zich bij de participanten aansluiten en bijdragen aan dit onderzoek. Participanten praten mee over het onderzoeksprogramma. Remijn: „Meer leden is meer onderzoek.” Aanmelden kan via uinovatie.nl.

Lees meer over het onderzoek en de Uiendag op Akkerwijzer.nl

Zoek de laatste informatie over de uiendag op de webpagina van UIKC

Beeld: Jorg Tönjes

Tags
AkkerbouwUienBodemvruchtbaarheidDierlijke mest