Sterke Erven Logo
9

Kennisuitwisseling belangrijke insteek voor Praktijkdag Suikerbieten

905 min
Kennisuitwisseling is belangrijk om de opbrengsten op topniveau te brengen en in de toekomst te houden. Een topopbrengst kan alleen gehaald worden als alle zaken op orde zijn. De bezoekers van de Praktijkdag Suikerbieten, die vandaag is gehouden bij PPO-Westmaas, kregen dan ook een programma voorgeschoteld waarin die uitwisseling centraal stond.Lees ook:Bieten telen zonder ploegen levert net zoveel suiker op
Goed kopwerk is vakwerk, zei directeur Frans Tijink van het bieteninstituut IRS. Om te demonstreren hoe snel het fout kan gaan, lagen er op het erf van de PPO-locatie in Westmaas drie hoopjes bieten. Op één van de hopen waren de bieten gekopt met te veel groen. ‘Een teler die zijn bieten zo wil afleveren, loopt een grote kans op een boete van de fabriek, of de mogelijkheid dat de fabriek de bieten weigert.’ Op een andere hoop bieten waarbij vrijwel alle punten waren afgebroken (op de voorgrond). ‘Een verlies van 4 ton, € 160 is daarmee zo weg.’
De oogst is een uitgelezen moment om de bodemstructuur grondig te vernielen, stellen de akkerbouwers binnen de stichting H-Wodka (Hoeksche Waard op de Kaart). Op hun eigen bedrijven hebben ze gekeken hoe ze de verdichting konden beperken. H-Wodka ziet drie stappen die per saldo geld opleveren: Overslag en route, banden en bandenspanning, en wagenrooien met de bunkerrooier. ‘Een bunkerrooier met een volle bunker levert een piekbelasting op. Rijd liever met meerdere kiepers zodat je vaker de bunker kunt legen. De bunkerrooier wordt dan meer een wagenrooier, met een bandenspanning lager dan 1 bar’, legde akkerbouwer Leen Ampt uit. Volgens de teler weten veel boeren niet hoe zwaar hun combinatie is. ‘Als boer moet je je bewust zijn wat je doet. Veel mensen onderschatten wat er gebeurt in de grond, met name in de diepere lagen.’
Bieten kunnen tijdens het groeiseizoen vele afwijkingen laten zien en het is volgens Bram Hanse van het bieteninstituut IRS de kunst om de juiste diagnose te stellen. Hierdoor kan de schadeverwekker gericht worden aangepakt en kan de teler gerichte acties ondernemen, voor zowel de korte als de langere termijn. Een voorbeeld hiervan is aantastingen door het bietencysteaaltje. Een biet in een besmet perceel vormt veel zijworteltjes, die de cysten alle kans bieden om nieuwe cysten te kweken.
Op het proefveld bij PPO in Westmaas ligt dit jaar een proef met meststoffen en groeibevorderaars. Bij veel van deze toevoegingen is het de vraag of en wanneer de toepassing in de bietenteelt rendabel is, zei Peter Wilting van het IRS. Na de oogst wordt aan de hand van opbrengstmetingen gekeken wat de effecten zijn. Er bestaan veel misverstanden over meststoffen en groeibevorderaars, zei Wilting. ‘Borium levert op kleigronden in het algemeen geen meeropbrengst op. Toch zie ik dat in het zuidwesten ook op klei veel borium wordt gespoten. Ik zie daar zelf niet veel meerwaarde in. Mede daarom ligt ook borium nu in deze veldproef.’
Het telen van suikerbieten zonder te ploegen is heel goed mogelijk. In veldproeven van PPO is gebleken dat de wortel- en de suikeropbrengst gemiddeld over vier jaar nagenoeg gelijk zijn aan de opbrengsten op geploegd land, vertelde onderzoeker Derk van Balen van PPO Lelystad. (Lees ook het artikel: Bieten telen zonder ploegen levert net zoveel suiker op) Niet ploegen zorgt er ook voor dat de structuur van de grond verandert. ‘Je ziet het verschil in deze twee kluitjes. Het kluitje rechts is scherp en hard, dit komt van geploegde grond. In het andere kluitje, van niet geploegde grond, zit nog een worteltje. Het is minder scherp en heeft meer samenhang.’ Dit laat volgens hem heel duidelijk zien wat de meerwaarde is van niet ploegen. ‘Met ploegen vernietig je de structuur die je net hebt opgebouwd met de bietenteelt.’
Een nieuwe variant van rhizomanie, de AYPR-variant, is in opmars. Ongeveer een vijfde van de bietenpercelen is besmet met deze variant van rhizomanie die in staat is de resistentie van het zaad te doorbreken. Symptomen van besmette planten zijn onder meer langere bladstelen en een geelverkleuring van het blad. Het zwaartepunt van de besmettingen ligt in Zeeland en Flevoland, maar ook op de proefvelden van PPO-Westmaas zijn vele zogeheten blinkers te vinden. In het rassenonderzoek op de locatie Westmaas liggen onder meer bietenrassen die resistent zijn tegen bietencystenaaltjes. Ongeveer 40 procent van het Nederlandse bietenareaal is ingezaaid met een ras dat resistent is tegen bietencysteaaltjes, zei Martijn Leijdekkers van het IRS.
Op het erf van PPO-Westmaas presenteerden verschillende fabrikanten hun machines, zoals de Ropa Panther.
Loonbedrijf Blaak zet dit jaar zijn eerste schreden in de bietenwereld. Het bedrijf heeft hiervoor een getrokken Grimme Rootster 604 aangeschaft. De belangrijkste reden om dit type machine aan te schaffen was om bodemverdichting te beperken, zegt Ceesjan Blaak.
Groenbemesters kunnen een hoop problemen in een perceel verhelpen, maar ze kunnen echter ook ziekten en plagen vermeerderen. ‘Ken uw perceel en kies dan de juiste groenbemester’, gaf Elma Raaijmakers van het IRS haar gehoor mee. Wie bijvoorbeeld problemen heeft met stengelaaltjes kan het beste Italiaans of Engels raaigras telen of braken. Bij bietencysteaaltjes of rhizoctonia is juist bladrammenas of gele mosterd een goede optie.

Beeld: Fenneke Wiepkema

Tags
AkkerbouwSuikerbietenBodemvruchtbaarheidDierlijke mestOnkruidenPlantgezondheidBladschimmelsMechanisatieZuid-Holland