Sterke Erven Logo
15

Koolzaadvermeerdering via hybride zaaizaadteelt

1504 min
Zaaizaadproducent/-verwerker Vandinter Semo - en zijn voorgangers - zetelt sinds 1914 in Scheemda (GR). Een eeuw later zijn de teelt en handel nog steeds kernactiviteiten, onder meer koolzaadvermeerdering via hybride zaaizaadteelt.Lees verder onder de foto's.Lees ook het artikel Hybride koolzaad voor sterkere nakomelingen in vakblad Akkerwijzer nr. 5 dat vandaag verschijnt.
Aan de rand van het Groningse Oldambt zetelt Vandinter Semo. De voorgangers van deze producent en verwerker van zaaizaad vestigden zich in 1914 in Scheemda. Een eeuw verder zijn zaadteelt en zaadhandel nog steeds kernactiviteiten, onder meer koolzaadvermeerdering via hybride zaaizaadteelt.
In opdracht van enkele grote spelers op de koolzaadmarkt wordt in Nederland op zo'n 500 hectare hybride zaaizaad geteeld. Dat gebeurt voor Duitse, Franse en Scandinavische bedrijven. Juist in Nederland omdat hier weinig koolzaad staat. Het gevaar op uitkruising met consumptiekoolzaad is hier veel minder groot en de zaadbedrijven willen zo zuiver mogelijk zaad produceren.
Zaaizaad via hybrideteelt vermeerderen betekent werken met twee gescheiden ouderlijnen: een vader- en een moederlijn. Deze worden gescheiden van elkaar gezaaid. In de bloeiperiode kruisen ze met elkaar en de nakomelingen worden uiteindelijk door de boeren weer gebruikt als zaaizaad.
De schonings- en selectiemachines bij Vandinter Semo wachten op de nieuwe koolzaadoogst.
Op het lab in Scheemda wordt alle binnenkomend zaad beoordeeld op kwaliteit en kiemkracht.
In de kiemkasten komt het zaad van alle gewassen in de groei. De kiemkracht wordt nauwgezet gemonitord.
Mannelijke (links) en vrouwelijke koolzaadbloemen.
Op het Oldambt in Groningen monitoren Vincent Enting (rechts) en Johan Rumpff van Vandinter Semo het koolzaad.
Terwijl eind april het koolzaadperceel in Niftrik al in volle bloei stond, begon het koolzaad op het Groningse Oldambt op dezelfde dag pas net kleur te krijgen.
De koolzaadglanskever, een 2 mm groot metaalglanzend kevertje met een lange snuit, is een niet graag geziene gast op de koolzaadvelden. Weliswaar niet talrijk, maar eind april was dit kevertje ook aanwezig op het Groningse Oldambt. Zowel de larven als de volwassen kevertjes kunnen in koolzaad veel schade veroorzaken door het aanvreten van bloemknoppen. Vooral in een koud voorjaar, als het koolzaad wat later in de knop komt, kan de schade groot zijn. Het kevertje overwintert als volwassen insect in de grond. In het voorjaar komen de kevertjes te voorschijn en vliegen naar de koolzaadvelden. De vrouwtjes leggen de eitjes tussen de meeldraden en de stampers van de koolzaadbloemen. De eitjes komen na 4 tot 7 dagen uit, de larven vreten daarna nog gedurende 3 tot 4 weken van het stuifmeel en kruipen daarna in de grond om te verpoppen. In juni komt de tweede generatie kevers te voorschijn, die ook op andere kruisbloemigen te vinden zijn. Later kruipen de kevers in de grond om te overwinteren.
Traditionele koolzaadrassen zijn populaties. Hierdoor zit er in deze rassen veel variatie in de eigenschappen. Door homogene ouderlijnen te maken, met een vader- en een moederlijn, zijn de nakomelingen juist krachtiger. Dit is het zogeheten heterosis-effect; de kruising van een vrij zwakke moeder- en vaderlijn levert extra sterke nakomelingen op. De gewenste eigenschappen komen daarin extra goed naar voren, met onder meer een hogere zaadopbrengst als resultaat.
In Nederland staat dit jaar zo’n 1.500 tot 2.000 hectare koolzaad. Hiervan is een ongeveer een derde deel bestemd voor zaaizaadproducties van winter- en zomerkoolzaad. Twee derde betreft consumptiekoolzaad en wordt gebruikt om olie uit te persen. Het restant gaat als raapschroot in het veevoer.
Eeb mannnelijke bloem, te herkennen aan de meeldraden. Door Vandinter Semo moet 99,5% genetisch zuiver zaaizaad worden aangeleverd. Dit is omdat het zogeheten dubbelnulrassen betreft. Deze rassen zijn vrij van erucazuur en glucosinolaat, inhoudsstoffen in veel kruisbloemigen die bitter smaken. En aangezien koolzaad voor een groot deel in de voedings- en veevoederindustrie wordt gebruikt, is het van belang dat deze stoffen uit het koolzaad blijven. Daarnaast willen boeren die koolzaad zaaien uniforme gewassen zien, zonder afwijkers die te lang doorbloeien of juist te vroeg afrijpen.
Voor de bestuiving van de vrouwelijke planten is de natuurlijke hulp van bijen, hommels en andere insecten onmisbaar.
Het bloeiende koolzaad in Niftrik, een eldorado voor bijen.

Beeld: Ruud Jacobs

Tags
AkkerbouwGraan
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Akkerwijzer lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.