Sterke Erven Logo

Fosfaatrechten: Huurkoop of huren met koopoptie, een wezenlijk verschil

02 min
Het aangaan van huurkoop of het huren van fosfaatrechten met een koopoptie is een wezenlijk verschil. Hiervoor waarschuwen verschillende accountantskantoren. Belastingtechnisch heeft dit namelijk grote gevolgen.

De laatste weken wordt er veel gesproken over het huren van fosfaatrechten voor een langere periode, met de intentie dat deze na de afgesproken periode overgenomen wordt door de huurder. In het dagelijks gebruik spreek men al snel over 'huurkoop'. Fiscaal gezien betekent dit dat de verkopende partij direct bij het aangaan van deze ‘huurkoop’ het totale bedrag moet optellen bij zijn inkomen, en daarmee in het hoogste tarief van de inkomstenbelasting valt.

Afspraken met Belastingdienst

Jan Kappers, sectormanager melkveehouderij bij Alfa Accountants en Adviseurs, is een van de specialisten die waarschuwt voor valkuilen bij de overdracht. „Fiscaal gezien moet er een onzekerheid in de overeenkomst zitten. Daarom zijn we in VLB-verband (overkoepelende organisatie voor agrarische accountantskantoren red.) met de Belastingdienst om tafel gaan zitten en hebben we een nieuwe constructie afgesproken: Lease met optie tot koop. Dit houdt in dat het juridische eigendom bij de verhuurder blijft.”

Kappers onderstreept het belang van een goede overeenkomst voor beide partijen. „Beoordeelt de Belastingdienst de overeenkomst als ‘verkoop’ en ‘koop’ met een afbetalingsschema, dan heeft dit voor de verkoper een nadelige financiële uitwerking. De fiscus kan dan bepalen het totale verkoopbedrag ten laste van een bepaald jaar te brengen en direct te belasten.”

‘Fosfaatrechten niet rendabel’

Los van het feit welke overeenkomst, plaatst Kappers vraagtekens bij de rentabiliteit van investeren in fosfaatrechten. „Momenteel zijn deze niet rendabel te maken. Fosfaatrechten in tien jaar afschrijven en in vijf jaar aflossen, vertaalt zich in aflossingsbedragen van tussen de 20 en 25 cent per kilo melk. Bij een langeretermijn-melkprijs van 35 cent betekent dit dat er 10 à 15 cent beschikbaar blijft om de koe te verzorgen (voeren, mestafzet, vergoeding arbeid, dierenarts, enz.). Per saldo resulteert dit in een negatieve marge, ook als veehouders beschikken over voldoende eigen voer en mestplaatsingsruimte.”

In het september-nummer van Vakblad Melkvee, die zaterdag aanstaande verschijnt, is een uitgebreid achtergrondartikel te lezen over dit onderwerp

Beeld: Ruth van Schriek

Tags
MelkveeMarktAgribusinessAfzetGelderland
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Melkvee lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.