Sterke Erven Logo

'Afstelling kunstmeststrooier kan beter'

02 min
De afstelling van de kunstmeststrooier laat hier en daar nog wel eens wat te wensen over, zo stelt Bert Bellinga van Dynatest. Vooral bij gebruik van kunstmestsoorten als ureum of blends komen veel afwijkingen voor.

De specialist in kunstmeststrooiers verzorgde een presentatie tijdens het Topkuilevenement in Enspijk. Dit deed hij in opdracht van kunstmestproducent OCI.

Juist door de relatief lage hoeveelheid kunstmest die er wordt gestrooid in de melkveehouderij, wordt er volgens hem te weinig aandacht gegeven aan het strooibeeld. De oorzaken van een fout strooibeeld kunnen divers zijn; de verdeelkapjes onder in de bak, versleten schoepen, schade aan het roerwerk, maar bijvoorbeeld ook een niet goed afgestelde aftakas. „Vooral bij oude trekkers klopt het toerental vaak niet bij wat deze in theorie zou moeten zijn.”

Bij gewoon gebruik adviseert Bellinga een keer in de vijf tot zes jaar de kunstmeststrooier te laten testen, of wanneer veehouders twijfelen over de afstelling. De specialist ging ook in op de kwaliteit van kunstmest. Met een zeefje kan eenvoudig worden gecontroleerd of de korrelgrootte op elkaar afgestemd is.

Andere afstelling bij ureum en blends

Voor de meeste gangbare kunstmestsoorten ziet Bellinga niet veel afwijkingen. Wel waarschuwt hij bij het gebruik van bijvoorbeeld ureumkunstmest. „Dit is een heel ander type kunstmest. De korrels zijn lichter en windgevoeliger dan bijvoorbeeld KAS. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar hou daar bij de afstelling van de strooier wel rekening mee. De standaard tabellen van de fabrikant komen daar vaak ook niet mee overeen. Ook blends kunnen afwijkingen geven.”

Bellinga heeft geen voorkeur voor type of merk. „Elke machine heeft zijn specifieke eigenschappen. Laat je vooraf goed informeren of de machine bij jouw bedrijf past.”

Beeld: Susan Rexwinkel

Tags
MelkveeBodemKunstmestVoerTopvoer