Sterke Erven Logo

„Controle op de gevolgen van middelengebruik is een zaak van de overheid”

Meten = Weten: spuitvrije zone van 100 meter langs bollenvelden

03 min
De gemeente Westerveld (DR) moet bij teelten waarin veel gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt een spuitvrije zone instellen van 100 meter. Verder moeten gemeente, waterschappen en provincie jaarlijks metingen verrichten naar bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater, in (moes)tuinen en natuurgebieden die grenzen aan percelen met bollen-, pioenrozen- en lelieteelt. Dat eist het burgerinitiatief Meten = Weten. „Controle op de gevolgen van middelengebruik is een zaak van de overheid, dat is niet iets wat telers en burgers zelf moeten oplossen”, zegt Alok van Loon van Meten = Weten.

Wij zijn niet tegen de bollentelers, benadrukt Van Loon. „Het is juist een groot maatschappelijk probleem dat moet worden opgepakt door de overheid. Niet door burgers en boeren onderling.” Maar, voegt ze daar aan toe, „lelietelers zijn al heel lang doof voor de zorg van omwonenden.”

'Regels moeten anders'

Lelietelers geven burgers te informeren over hun middelengebruik, maar dat gaat niet verder dan informatie over de gebruikte middelen en het feit dat het Ctgb de middelen heeft goedgekeurd, zegt Van Loon. „We zijn er van overtuigd dat de bollentelers zich aan de regels houden, maar het probleem ligt dan ook bij de regelgeving. De regels moeten anders.”

Omwonenden van percelen waar bollen op worden geteeld maken zich zorgen, zegt Van Loon. „We horen al heel lang dat burgers en boeren het samen moeten oplossen, maar veel burgers voelen zich hier niet tegen opgewassen.”

Het burgerinitiatief Meten = Weten heeft recent grondmonsters genomen op verschillende plekken in de gemeente Westerveld, onder meer in natuurgebieden en moestuinen. De monsters zijn genomen in de rand, op 50 meter en op 250 meter afstand van de percelen waarop bollen zijn geteeld. „We zijn dus niet op de bollenpercelen geweest." Ook zijn monsters genomen van een groenbemester die is geteeld op een perceel waar twee jaar achtereen lelies hebben gestaan, aldus Van Loon.

Verschillende concentraties

In elk monster zijn meerdere middelen gevonden; geen enkel monsterplek is schoon. In 10 monsters zijn 57 verschillende bestrijdingsmiddelen gevonden in zeer verschillende concentraties. Lelietelers geven aan dat slechts 9 hiervan worden landbouwbreed gebruikt, waaronder ook in de lelieteelt. Maar dat is niet de discussie, vindt Van Loon. „We geven puur aan wat we hebben gevonden. We zeggen niet dat de lelieteelt de schuldige is.”

Van Loon is blij dat het onderzoek van Meten = Weten er toe heeft geleid dat de discussie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt weer breed wordt gevoerd. „Dit onderwerp moet op de agenda van de gemeente en de landelijke overheid komen. De politiek moet zich hier over buigen en niet weer de burgers samen met de boeren.”

Beeld: PXhere

Tags
AkkerbouwBloembollenPolitiekBladschimmelsDrenthe