Dit is het eerste jaar dat Mathijs Oomen uit de Heen met zijn mobiele pootgoedsnijder in loonwerk aan het werk is. Hij kwam op het idee in België waar alleen op het bedrijf waar pootgoed vandaan komt ook gesneden mag worden. Hij bouwde twee van deze machines. Deze bestaan uit elk twee snijders, het middelste deel is van Dewulf-Miedema, en bouwde er zelf een voorraadbunker, een trilgoot en een afvoerband aan.
Oomen is op het bedrijf van Simon de Feijter in Dinteloord, die 26 ton pootgoed laat snijden voor de consumptieteelt van het ras Ramos. „Het pootgoed is van een grove maat, 50-55 mm, en daardoor ook geschikt om te snijden”, aldus De Feijter. „Gesneden pootgoed kun je dichter op elkaar poten, ik verwacht daardoor een iets hoger opbrengst.” Het snijden van pootgoed voor pootgoedteelt is met het oog op het risico op versmering (ringrot) niet meer toegestaan. Een uitzondering op deze regel geldt voor een ATR-bedrijf: gesneden uitgangsmateriaal is toegestaan voor de consumptie- en zetmeelteelt. Het pootgoed mag één keer worden vermeerderd voor consumptieteelt op het eigen bedrijf.
Mathijs Oomen zit zelf voor controle op de geleider waar de aardappelen in rijtjes richting het snijgedeelte gaan. Hij controleert op dubbele en waar een enkeling niet in de goede richting ligt corrigeert hij.
Met acht rvs-messen wordt het pootgoed gesneden. Het mes wordt continu ontsmet met ontsmettingsmiddel dat in tankjes boven op de snijder zit. De aardappel wordt voorzien van een beetje talkpoeder om de snijwond zo snel mogelijk in te drogen. Een goede drogende bewaring is na het snijden essentieel, om besmetting van virussen door wondvocht zo veel mogelijk te beperken. De Feijter zet de kisten pootgoed buiten op de tocht, zodat de wind er goed door kan waaien.
De boer wordt op deze manier ontzorgd, vertelt Oomen. „De teler hoeft alleen maar de voorraad tijdens het snijden aan te vullen, en het gesneden pootgoed af te voeren, dat kan één man makkelijk aan.” Oomen kan maximaal 10 ton per uur per machine snijden. Het loonbedrijf en de mobiele snijder voldoen aan het hygiëneprotocol van de NAK.
„Doordat de knollen gesneden worden, maken ze als reactie 10 tot 20 procent meer stengels”, weet Oomen. „Uit proeven is gebleken dat ze dan wel meer mest nodig hebben, omdat de knol eerder is uitgeput”, vult De Feijter aan.
Simon de Feijter laat 26 ton snijden en gaat 4 ton kleinere maat 35-45 mm ongesneden poten. Hij wil hiermee ook zelf ook wat proeven doen om de opbrengstverschillen te bekijken.