Sterke Erven Logo
7

Foto's: Luizen en vlooien tellen in jonge bietenplantjes

704 min
Suiker Unie en het bieteninstituut IRS zijn op 1 mei gestart met de waarschuwingsdienst voor vergelingsziekte. Hiervoor wordt wekelijks in 75 bietenpercelen verspreid over het land het aantal bladluizen geteld. Buitendienstmedewerker André Loeff ging in Noord-Brabant, tegen de Belgische grens, op pad om luizen te tellen in bietenpercelen. De groene perzikbladluizen vond hij nog niet, andere insecten des te meer. Maar ook andere problemen kwam hij tegen. >Lees en bekijk ook de reportage in het vakblad Akkerwijzer dat 17 mei verschijnt
Lang zoeken is niet nodig: op veel plantjes zit de zwarte bonenluis. Soms zit er een enkele luis, maar vaak is het een kolonie dat zich heeft verstopt onder het blad. Met zijn mes draait Loeff het gekrulde blad open om de luizen te tellen.
Bietenplantjes die zijn aangetast door onder meer de zwarte bonenluis en de groene perzikbladluis zijn te herkennen aan hun gekrulde bladeren. Door de zuigschade trekt het blad naar binnen. De groene perzikbladluis brengt het vergelingsvirus over. Een blad dat is aangetast door het virus laat pas na twee tot negen weken – afhankelijk van de temperatuur – de symptomen zien. Langs bomenrijen of struiken worden luizen doorgaans als eerste gevonden, de insecten zitten graag in de luwte. In dit perceel vindt Loeff nog geen groene perzikbladluizen, echter wel veel zwarte bonenluizen en aardvlooien en gekrulde bladeren. Het was in de eerste week van mei eigenlijk nog wat te vroeg voor de groene perzikbladluis, maar de buitendienstmedewerkers van Cosun gaan er uit voorzorg al wel voor op pad. Cosun roept telers op zelf ook hun eigen percelen goed in de gaten te houden.
Vaak treft Loeff blaadjes aan zonder beestjes, maar de gaten in het blad laten zien dat de insecten de plant al wel hebben bezocht. Deze gaatjes worden veroorzaakt door aardvlooien. Zodra je het blad aanraakt, springen de vlooien weg, op zoek naar een volgende plant.
Bietenkevers treft Loeff in het Brabantse niet aan. „Die vormen op het zand geen probleem.” Op de klei des te meer, zo blijkt wel uit zorgwekkende tweets van verschillende telers. Op heel veel percelen zijn de kevers inmiddels gesignaleerd, met grote schade tot gevolg, zelfs tot overzaaien toe. Beeld:
Loeff telt het aantal plantjes op 10 meter. Het beeld ziet er goed uit: zo’n 106.000 per hectare. „De stand is goed, nu moeten de plantjes nog groeien.” Deze bieten zijn rond 8 april gezaaid. Op het perceel is tevens gerst ingezaaid om stuifschade door een straffe wind te voorkomen. Het gewas lijkt op een afstandje nog redelijk schoon, maar schijn bedriegt: ook hier zitten al zwarte bonenvliegen op de blaadjes.
Loeff heeft ook enkele telers over de grens onder zijn hoede. Bij een Belgisch perceel is sprake van tweewassigheid: door de droogte zijn niet alle zaden even snel gekiemd. De meeste plantjes zijn al wat groter, maar er zijn toch ook opvallend veel heel kleine plantjes, amper groter dan 1 cm (rechts op de foto). Ook hier telt Loeff op een strook van tien meter het aantal plantjes. Dat valt niet mee: 40.000.
Op de plekken waar geen plantjes staan, schraapt hij met zijn mes voorzichtig, laagje voor laagje, de grond weg. Op een aantal plekken ligt zelfs nog het zaadje in de losse grond. Maar er is nog zeker hoop, meent Loeff. Zijn advies aan deze teler is dan ook: afwachten en hopen op regen. „Als hier 40 mm valt, zijn een hoop problemen opgelost. Dan zijn we ook van veel beestjes verlost.”

Beeld: Fenneke Wiepkema

Tags
AkkerbouwPlaaginsectenPolitiekSuikerbietenNeonicotinoïden