Sterke Erven Logo

LNV: ‘Instellen algemene spuitvrije zones moeilijk realiseerbaar’

03 min
Het instellen van algemene spuitvrije zones is moeilijk realiseerbaar. Dit blijkt uit een juridische verkenning door de landsadvocaat in opdracht van LNV minster Schouten. Voor de minister is dit aanleiding in te zetten op het concretiseren van gebiedsgerichte pilots om zo op lokaal niveau te komen tot concrete maatwerkoplossingen. Dit schrijft Schouten in een brief aan de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer heeft via meerdere moties de minister van LNV verzocht om spuitvrije zones in te stellen. Dit zou betekenen dat op landbouwgronden grenzend aan woningen of aan de leefomgeving van omwonenden, zoals speelplekken voor kinderen, geen gewasbeschermingsmiddelen meer zouden mogen worden gebruikt. De minister liet de (juridische) mogelijkheden daartoe onderzoeken. Uit dit onderzoek blijkt dat om in landelijke regelgeving spuit- of teeltvrije zones of andere gebruiksbeperkingen voor landbouwgronden grenzend aan woningen of aan de leefomgeving van omwonenden in te kunnen stellen, eerst de effecten voor de omwonenden en de benodigde afstand tot de bewoning of andere maatregelen moeten worden onderbouwd met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Volgens Schouten biedt het blootstellingsonderzoek gewasbeschermingsmiddelen en omwonenden deze onderbouwing niet.

Meetbare concentraties

In het onderzoek is bevestigd dat er sprake is van meetbare concentraties van meerdere stoffen in de lucht, in huisstof en in urine. Maar het blijkt ook dat deze concentraties niet tot onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid leiden. Volgens LNV stellen de onderzoekers ook vast dat er geen grenswaarden zijn overschreden en dat in de huidige toelatingsmethodiek de blootstelling niet wordt onderschat. Verder concludeert de landsadvocaat dat een verplichte teeltvrije zone pas ingevoerd kan worden als aangetoond is dat eventuele andere, minder vergaande maatregelen, geen of onvoldoende effect hebben om omwonenden te beschermen.

Oplossingen

In de brief aan de Tweede Kamers stelt de minister heel goed de zorgen te begrijpen die leven bij omwonenden over hun gezondheid. Ze onderstreept dat blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen zoveel mogelijk moeten worden geminimaliseerd. Ze zet daarom in op oplossingen op lokaal niveau. Daarbij denkt ze bijvoorbeeld aan initiatieven om telers te stimuleren perceelsranden anders in te richten of zoveel mogelijk te vrijwaren van bespuitingen met gewasbeschermingsmiddelen, of aan versnelde implementatie van technieken om emissies bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen.

Toekomstvisie gewasbescherming 2030

De minster kondigt aan dat ze met de ‘Toekomstvisie gewasbescherming 2030’ het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zoveel mogelijk wil voorkomen, dit conform de principes van geïntegreerde gewasbescherming. Voor zover nog gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn, zullen dit laagrisico middelen zijn en mogen deze alleen worden toegepast zonder dat emissies naar het milieu ontstaan.

Beeld: Guus Queisen

Bron: Ministerie van LNV

Tags
AkkerbouwRegelgevingPolitiekAfzetMaatschappijPlantgezondheid