Sterke Erven Logo
4

Spuiten tegen meeldauw en graanhaantje

402 min
Tussen Geleen en Puth voert Jack Maas uit Elsloo een bespuiting uit in een tarweperceel. „Tegen meeldauw en het graanhaantje”, legt Maas uit. Beeld:
Door de droge weersomstandigheden is op diverse tarwepercelen meer meeldauw aanwezig dan normaal. Indien meeldauw aanwezig is, is het zinvol om bij de T2-bespuiting een curatief ‘meeldauwmiddel’ toe te voegen. De temperatuur waarbij meeldauw zich vooral ontwikkelt ligt tussen de 15 en 20°C. De schimmel vormt sporen die door de wind over een grote afstand kunnen worden verspreid. Perioden met warm en droog weer, zoals nu het geval is, zorgen voor een snelle uitbreiding van de aantasting. Vocht remt de kieming van de sporen. Beeld:
De hogere temperatuur in de afgelopen periode, gecombineerd met de aanhoudende droogte vereist ook extra aandacht voor insecten, zoals graanhaantjes. De uiteindelijke schade door graanhaantjes hangt mede af van stressfactoren zoals weersomstandigheden, bladbeschadiging door roest en andere plaaginsecten. Als bijvoorbeeld ook bladluizen op de halmen zitten, of bij een droog voorjaar, dan kan de plant minder goed tegen vraat van graanhaantjes. Ook lokale verschillen in aantallen natuurlijke vijanden van graanhaantjes beïnvloeden de gemeten schadedrempels. Beeld:
Volgens Syngenta kunnen de slijmerige larven van graanhaantjes schade veroorzaken aan graan. Voor wie het maximale uit zijn graanteelt wilt halen, is het dan ook zaak om het vlagblad zolang mogelijk hiervan te vrijwaren. Syngenta adviseert om regelmatig het gewas in te gaan om te zien hoe de populatie graanhaantjes zich ontwikkelt. Bij voldoende biodiversiteit lost het probleem soms zichzelf op. De natuurlijke vijanden van het graanhaantje, zoals sluipwespen, loopkevers, lieveheersbeestjes en webloze spinnen, verzorgen dan het bestrijdingswerk. Het omslagpunt tussen wel of niet ingrijpen met een bespuiting ligt volgens Syngenta ergens tussen de 10 en 20 procent bladschade. Het is daarbij zaak om niet alleen naar de bezetting van halmen door graanhaantjeslarven te kijken, maar ook naar de schade aan het blad op het moment dat de plaagdruk wordt bepaald. Bovendien is het advies om het ontwikkelingsstadium van de graanhaantjes en die van het graan mee in de afweging. Beeld:

Beeld: Guus Queisen

Bronnen: Syngenta, Eigen verslaggeving

Tags
AkkerbouwPlantgezondheidPlaaginsectenBladschimmelsGraanLimburgNoord-BrabantZeeland