Waterputten onder vuur

Van wie is het water? Dat vroeg Laura Bromet (GroenLinks) in het debat over water dat maandag in de Tweede Kamer werd gehouden. Zij wilde weten of iedereen zomaar waterputten kan slaan en voor eigen gebruik kan gebruiken. Ook haar D66-collega Tjeerd de Groot wilde weten waarom mensen zonder vergunning waterputten kunnen slaan, terwijl het grondwater maar blijft dalen.
De twee politici willen dat de regering hier nationaal beleid op ontwikkelt. Jaco Geurts (CDA) vond dat juist niet nodig. Grond- en oppervlaktewater zijn regionale problemen, en er is sprake van gebiedsgericht maatwerk, stelde hij. Het Rijk hoeft zich daar niet mee te bemoeien.
Minister Van den Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) beaamde dat provincies een wisselend beleid hebben over het slaan van waterputten. In sommige provincies is een vergunning vereist, in andere niet. Maar het Interprovinciaal Overleg, het IPO, is de situatie hierover wel in kaart aan het brengen, vertelde ze, en zal in het najaar een gezamenlijk plan presenteren, om het beleid per provincie meer gelijk te trekken. Het is onderdeel van het gezamenlijk plan van aanpak over het grondwater, dat de provincies ontwikkelen.
Wim van Gruisen
Zoon van een Zuid-Limburgse pluimveehouder met eigen slachterij, geschoold als econoom. Sinds 2011 in dienst van Agrio, waar hij artikelen schrijft voor de regio- en vakbladen en de Agrio-websites. Zijn focus lag aanvankelijk op landbouweconomie, tegenwoordig vooral op de Haagse en Brusselse politiek.
Beeld: Ellen Meinen





