Sterke Erven Logo

Vergelijkingstest negen verschillende bodemvochtsensoren

02 min
Wageningen University & Research (WUR) en Aeres Hogeschool Dronten zijn deze week op twee verschillende grondsoorten gestart met een vergelijkingstest van negen verschillende bodemvochtsensoren. De test in aardappelpercelen op kleigrond in Dronten en zandgrond in Wageningen vindt plaats in opdracht van Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL).

Zoals de naam al aangeeft, meten bodemvochtsensoren het vochtgehalte in de bodem. De data die deze sensoren leveren, zetten agrariërs in als onderbouwing om al dan niet over te gaan tot beregening van het gewas. Daarmee vormen deze data een belangrijk instrument voor precisielandbouw. Maar hoe nauwkeurig en betrouwbaar zijn deze data in de praktijk? Voor NPPL aanleiding om onderzoekers van Wageningen UR en Aeres Hogeschool Dronten te vragen een vergelijkingstest van negen verschillende bodemvochtsensoren te doen. Deze tests worden uitgevoerd op twee aardappelpercelen met zandgrond en kleigrond in respectievelijk Wageningen en Dronten. Negen leveranciers stellen elk een sensor beschikbaar die het beste past bij de omstandigheden van de proef. Het betreft: Dacom, Sensoterra, Agrometius, RMA, Aquafeed, Farm21, Estede, AgroExact en Quantified.

Twijfel

Volgens WUR-onderzoeker Jits Riepma twijfelen telers vaak over welk type bodemvochtsensor het best bij hun bedrijf past. Jits Riepma: „Sommigen kosten 100 euro per stuk, terwijl anderen richting 1.800 euro gaan. Telers willen graag weten wat ze voor hun geld krijgen en waar die grote verschillen op gestoeld zijn. Met deze proef krijgen zij meer handvatten om te bepalen welke bodemvochtsensor voor hun situatie het meest geschikt is. De ene teler wil bijvoorbeeld het exacte vochtpercentage weten, terwijl een ander alleen kijkt naar trends.”

Twee proefpercelen

De test vindt plaats op twee proefpercelen: een zandgrondperceel van UniFarm in Wageningen en een perceel van Aeres Dronten met kleigrond. Op beide percelen wordt een normale situatie nagebootst. De proef begon op 3 mei en zal vermoedelijk eind augustus worden afgerond. Om een zo breed mogelijk spectrum aan weersomstandigheden te kunnen meten, bekijken onderzoekers de nauwkeurigheid van verschillende bodemvochtsensoren. Dat gebeurt aan de hand van vochtbepaling op basis van grondmonsters die als referentiewaarde worden ingezet. Zowel het vochtpercentage als de zuigspanning wordt gemeten en vergeleken. Ook worden zaken als gebruiksgemak, verschillen in meetmethode, communicatie en platformgebruik in kaart gebracht.

Beeld: Nationale Proeftuin Precisielandbouw NPPL

Bron: Nationale Proeftuin Precisielandbouw NPPL

Tags
AkkerbouwBodemvruchtbaarheidBodemstructuurConsumptieaardappelenFlevolandGelderland