Sterke Erven Logo

De ziekte APP

05 min
Eenzijdige longontsteking (App) is een veel voorkomend probleem, waarbij snelle hulp noodzakelijk kan zijn. Vroeger kenden we deze ziekte ook onder de naam Haemophilus, tegenwoordig wordt de afkorting App meer gebruikt (afkomstig van Actinobacillus pleuropneumoniae, de wetenschappelijke naam van de bacterie die de ziekte veroorzaakt).

De bacterie

Er zijn inmiddels 16 verschillende (sero)typen App bekend. In ons land komen de typen 2 en 9 veelvudig voor. Ook type 5 zou in ons land een rol kunnen spelen

Verschijnselen

App kan zich op verschillende manieren manifesteren, waarbij de scheiding tussen de verschillende vormen lang niet altijd even duidelijk is. Bovendien kan de infectie onder gunstige omstandigheden subklinisch blijven, en ziet de varkenshouder dus niets of slechts wat geringe, aspecifieke verschijnselen. Aan de slachtlijn resulteert dit meestal in hoge percentages borstvliesontsteking. App kent verschillende vormen, n.l.:

 

Peracute vorm:

één of enkele dieren in een afdeling vertonen zeer acuut ernstige longproblemen. In sommige gevallen worden zelfs dieren dood gevonden zonder dat hier iets aan te zien is geweest. Acute vorm:

veel dieren zijn tegelijkertijd ziek, met hoge koorts (rond 41°C), plotselinge en sterke daling van de voeropname en verschijnselen van ademnood. Deze beelden kunnen lijken op een ernstige griepuitbraak en worden zonder nader onderzoek vaak niet herkend als App. Als er ook sterfte optreedt dan zal wel snel in de richting van App worden gedacht. De peracute en acute vorm komen vaak samen voor. Chronische vorm:

Deze vorm kan op zich zelf staan, maar kan ook ontstaan na het verdwijnen van de acute vorm. Chronisch hoesten, slechte groei en weinig of geen koorts zijn hiervan belangrijkste kenmerken. Besmette dieren kunnen drager blijven van de bacterie, zowel in de keelamandelen als in de longen. Door afsterven van longweefsel kunnen haarden ontstaan waarin noch de eigen afweer, noch antibiotica goed doordringen. Diagnose van App

Het klinische beeld is lang niet altijd duidelijk genoeg om de diagnose met een hoge mate van zekerheid te kunnen stellen. Dit geldt vooral voor de chronische vorm. Daarnaast komen ook veelvuldig menginfecties voor met andere kiemen, zoals Mycoplasma, PRRS, griep en andere minder specifieke kiemen. Met sectie of (gepaard) bloedonderzoek kan de diagnose vrij gemakkelijk worden gesteld.

Sectie-onderzoek

In de praktijk gebeurt het nogal eens dat de eigen dierenarts even snel een gestorven dier ‘openmaakt’ om de diagnose te stellen. Hoewel App-infecties redelijk duidelijk kunnen zijn, kunnen dit soort secties leiden tot verkeerde of gebrekkige conclusies. Zeker bij aanhoudende problemen is het noodzakelijk sectie te laten verrichten door gespecialiseerde pathologen met een goed uitgerust laboratorium. Bloedonderzoek

Voor gepaard bloedonderzoek worden bij voorkeur 8 tot 10 klinisch zieke dieren geselecteerd. Het eerste bloedmonster wordt in de acute fase genomen, het tweede drie weken later. Uiteraard heeft dit bloedonderzoek weinig zin voor het betreffende koppel. Als het goed is zijn deze dieren al lang weer opgeknapt als de uitslag van het onderzoek bekend is. Het bloedonderzoek is dan ook bedoeld om een diagnose van een steeds terugkerend bedrijfsprobleem te stellen. Bovendien kan met deze test ook titerhoogte (indicatie voor hoeveelheid aangemaakte antistoffen) bepaald worden Sinds kort heeft GD een nieuwe test (Apx-Elisa) die de afweerstoffen van alle APP typen gelijktijdig aantoont. Deze test is enkel kwalitatief, dat wil zeggen dat de uitslag als positief (aanwezigheid afweerstoffen) of negatief (afwezigheid afweerstoffen) wordt weergegeven.

Risicofactoren van App

De belangrijkste risicofactoren zijn:

 

Aanpak van App

Management

Het aanpakken van de risicofactoren. Hieronder kunnen ook vaccinaties tegen Mycoplasma, PRRS en eventueel griep vallen. Medicatie Bij de eerste klinische verschijnselen ten gevolge van een (per)acute App-infectie dient snel te worden ingegrepen. Dieren die reeds klinische verschijnselen vertonen, inclusief de hokgenoten, dienen individueel per injectie te worden behandeld. Afhankelijk van het gebruikte antibiotica dienen de varkens één of meerdere dagen achtereen behandeld te worden. Natuurlijk moeten ook andere varkens behandeld worden, zodra deze klinische verschijnselen vertonen. Direct verstrekken van medicijnen via het drinkwater of voer kan het aanslaan van de bacterie voorkomen bij dieren die nog niet zijn geïnfecteerd of bij dieren die zich in een vroeg stadium van de infectie bevinden. Preventieve medicaties via drinkwater of voer kan overwogen worden wanneer sprake is van regelmatig optredende chronische infecties. De medicijnen die via het drinkwater gegeven worden, kunnen het beste verstrekt worden via een dosator. Varkens met een (per) acute App infectie vreten niet, maar drinken ook niet of (veel) te weinig. Voor deze varkens heeft een medicatie via voer of water weinig zin. Vaccinatie Wanneer ondanks herstel van het management en stalklimaatsfouten, een strikt toepassen van all-in-all-out en eventueel een preventieve medicatie steeds opnieuw problemen optreden, kan vaccinatie worden overwogen. Een tweemalige vaccinatie van de varkens vóór de te verwachten klinische problemen is noodzakelijk. Vaccineren voorkomt het aanslaan van de infectie niet, maar kan een vermindering van klinische symptomen, sterfte en longafwijkingen geven.

Tekst:

Tags
VarkensDiergezondheid