Gumboro komt nog steeds veel voor in pluimveekoppels in de Benelux
Heb je alle Gumboro problemen echt onder controle?
In éénderde van de pluimveekoppels (vlees en leg) wordt Gumboro veldstam gevonden
Gumboro grijpt aan op de bursa van Fabricius. De bursa is noodzakelijk voor de productie van antilichamen. Als de bursa schade oploopt in de eerste levensweken, zal de kip zich minder goed kunnen beschermen tegen pathogenen en minder goede bescherming opbouwen na vaccinatie tegen andere ziektes (zoals Marek bvb). Deze vroege vorm van Gumboro infectie is een immuunsupressieve aandoening.
Gumboro problemen lijken weg maar het virus is nog wel aanwezig in Nederland. In bijna 40% van de gevaccineerde leghennen uit een steekproef in Nederland worden bloedwaarden gevonden die horen bij blootstelling aan een Gumboro virus. Op de koppels was geen Gumboro probleem zichtbaar. Een mindere respons op het vaccinatieschema in opfok is echter niet uit te sluiten. Deze koppels waren gevaccineerd met een HVT-Gumboro vaccin: indien er geen Gumboro velddruk was, dan zouden de waardes nul/laag zijn.
Bij vleeskuikens zien we een vergelijkbaar beeld. In iets meer dan 1/3e van vleeskuikens werd een veldstam gevonden, een Gumboro die buiten de deur gehouden moest worden. De opgevolgde groep vleeskuikens was op verschillende manieren gevaccineerd tegen Gumboro, maar expliciet niet met Transmune.
Gumboro komt voor, ook in gevaccineerde koppels
In alle kippen koppels in Nederland is er kans om Gumboro veldstammen binnen te krijgen. In >1/3e deel van de koppels gebeurt dat ook. Klassieke Gumboro komt niet (zo vaak) voor maar er kunnen wel gezondheidsproblemen ontstaan die minder duidelijk te koppelen zijn aan een oorzaak. De dieren worden niet direct ziek maar laten wel kostbaar genetisch potentieel liggen.
In een volgend artikel zullen we ingaan op de bevindingen uit het veld indien Transmune gebruikt is en hoe het genetisch potentieel van de kippen beter benut kan worden.

Samen werken aan een gezond varkensbedrijf
Ceva streeft er voortdurend naar om betere oplossingen te vinden voor dierziekten; waardoor de gezondheid, het welzijn en de productiviteit van de dieren worden verbeterd. Steeds meer is Ceva zich gaan richten op de preventieve diergeneeskunde, vooral met vaccins. In het kader van ziektepreventie is een goede diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding zeer belangrijk. Daarom wil Ceva een totaalservice naar de dierenarts en varkenshouder aanbieden. Een sterke technische ondersteuning, de Biovac autovaccins en longonderzoek met het Ceva Long Programma maken deel uit van deze totaalservice.
Samen met de dierenarts probleemoplossend werken staat centraal.

