Sterke Erven Logo
15

Deens sprookje dreigt verstoord te raken

1505 min
Een buitenlandse stage veranderde 28 jaar geleden voorgoed het leven van Janny Koning. Ze ontmoette een jonge Deense boer en kwam in contact met varkens. Genoeg reden voor haar om Nederland voorgoed te verlaten. In het bureaucratische Denemarken probeert ze samen met haar man als varkenshouder het hoofd boven water te houden.
De van oorsprong Nederlandse Janny Pedersen (48) heeft samen met haar Deense man Claus (53) een varkensbedrijf in Sønderborg. Boerderij Mariesminde is hun thuislocatie. Op dit bedrijf in Sønderborg (Jutland) houden ze 500 zeugen en 500 gespeende biggen.
Even verderop ligt de tweede locatie van de familie Pedersen. Op deze locatie houden ze 2.500 gespeende biggen en 800 vleesvarkens. Het merendeel van de biggen voeren ze af op 35 kilo naar een vaste mester in Denemarken.
Naast de varkens heeft het bedrijf een akkerbouwtak met 183 hectare, waarvan 104 hectare in eigendom is. Ze verbouwen voor driekwart hun eigen varkensvoer. Het teeltplan bestaat uit: tarwe (102 hectare), wintergerst (21 hectare), zomergerst (20 hectare), koolzaad (21 hectare) en haver (19 hectare).
Janny (midden), hun bedrijfsleider (rechts) en stagiaire zijn verantwoordelijk voor de thuislocatie. Claus (links) houdt zich bezig met de tweede locatie en de akkerbouw. Het echtpaar heeft drie kinderen: Paul (21), Morten (19) en Hanne (16). Alleen hun zoon Paul heeft interesse in de varkenshouderij, maar Morten helpt ook mee in zijn vrije tijd.
De dragende zeugenstal is naar een vast Deens model ingericht. Er zijn twee dynamische groepen van 160 zeugen met voerstations. Links en rechts zijn de groepen. In het midden is de separatieruimte. Als de dieren het uit het voerstation komen worden ze via een bepaalde route rondgeleid, zodat ze minder vaak naar de voerstations kunnen en er daardoor meer rust is. Bovendien is het systeem uitgerust met een ID-check en berigheidsdetectiesysteem.
De lignesten zijn 4 meter diep en 5 meter breed. De ingang naar de lignesten zijn 3 meter breed. Alle doorgangen bij groepshuisvesting moeten in Denemarken minimaal 3 meter breed zijn. De separatieruimte wordt gebruikt voor dieren die zijn uitgeselecteerd. Dit kunnen berige zeugen zijn, maar ook dieren die moeten worden geënt of naar de kraamstal moeten.
Bijzonder is dat het Nedap-voerstation bij Pedersen zowel brij- als droogvoer automatisch kan verstrekken. Het geeft het echtpaar de mogelijkheid om naast de standaard brij sommige dieren extra mineralen en grondstoffen te voeren. Pedersen voert de gelten extra bij. De zwarte doseerbak boven het voerstation moet wel handmatig worden gevuld. Voor zover bekend zijn zij de enige varkenshouders die dit systeem gebruiken.
De kraamhokken zijn ook naar Deense standaarden ingericht. Zo is er onderkruip bij het biggennest aanwezig. Janny en Claus gebruik de standaard Dan-Avl zeug. De zeug wordt geïnsemineerd met de Deense Duroc. Van juli 2012 tot juni 2013 speenden ze 30,3 biggen per zeug met een uitval van 13 procent tot spenen. Ze spenen de biggen op 35 dagen.
Afgelopen juni kregen Janny en Claus te maken met een PRRS-uitbraak. De uitbraak zorgde voor het ineen zakken van de resultaten in de tweede helft van 2013. Sinds januari is het virus weer onder controle en zien de resultaten er weer prima uit.
Janny en Claus hebben een SPF gezondheidsstatus en zijn vrij van: mycoplasma, APP en het Amerikaanse PRRS. Ze vaccineren de zeugen tegen coli, Glässer, parvo + vlekziekte en één keer per jaar tegen griep. De biggen worden gevaccineerd tegen mycoplasma en circo. Hun gezondheidskosten bedroeg afgelopen jaar 70 euro per zeug.
De biggen worden op ongeveer 35 kg verkocht aan een Deense vleesvarkenshouder. Alleen de biggen die 100 procent in orde zijn worden verkocht. De biggen met gebreken worden zelf opgelegd op hun tweede locatie. Desondanks zijn de resultaten bij deze dieren prima. De gemiddelde groei is 929 gram met een voederconversie van 2,6. Het uitvalspercentage is 2,7 procent.
De huidige verdiensten in de Deense varkenshouderij zijn redelijk. De opbrengstprijs voor een big van 30 kg bedraagt nu (week 9) rond de 51 euro. De opbrengstprijs per kg geslacht gewicht is deze week 1,34 euro plus een vaste nabetaling van 0,12 euro.
Toch is Janny bang voor de situatie die in Denemarken ontstaat. Ze vindt het zorgelijk dat zoveel Deense biggen worden geëxporteerd en steeds meer Deense slachterijen met lege slachthaken worden geconfronteerd en moeten sluiten. Bang is ze ook voor de controlelast die boeren het land uitjaagt. Zo heeft de familie Pedersen afgelopen voorjaar alleen al vier verschillende controles gehad.
Het komende jaar willen Janny en Claus een overdekte graanopslag en een wasplaats bouwen. Nieuwe concrete uitbreidingsplannen zijn er niet. „Mochten wij ergens een locatie met vleesvarkens kunnen kopen dan denken wij er serieus over na”, verklaart Janny.
Uitbreiding met zeugen is geen optie. Ze willen niet teveel afhankelijk worden van personeel. Na hun carrière als varkenshouder, ziet Janny zich niet meer terug naar Nederland gaan. „Ik denk dat ik nu meer zou moeten wennen aan Nederland, dan ik ooit aan Denemarken hebben moeten doen.”

Lees haar hele verhaal in het magazine Pig Business van donderdag 6 maart.

Tekst:

Beeld: Familie Pedersen, Arno van Brandenburg

Tags
VarkensOndernemerschapBuitenland
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.