Sterke Erven Logo

Internationaal onderzoek naar verspreiding Afrikaanse varkenspest via voer

03 min
Een internationaal onderzoeksproject gaat onderzoeken of het AVP-virussen kan overleven in verschillende diervoeders en strooiselmaterialen onder praktische bewaarcondities en op die manier een bron van besmetting kan zijn. Er zijn grote lacunes in de wetenschappelijke kennis over het risico van overdracht van het AVP-virus op varkens via voer en strooisel. Het nieuwe onderzoeksproject moet hier over meer duidelijkheid gaan geven.

FDF Team Varkens gaf begin augustus al aan dat bij de NVWA en het ministerie van LNV aan om het voer en grondstoffen te controleren op aanwezigheid van het aVP-virus en dat voerfabrieken worden getest op AVP. Feedfactory 2.0 uit Helmond (NB) ging in augustus bij mengvoer, grondstoffen en premixen PCR-tests uitvoeren op de aanwezigheid van varkenspest naar aanleiding van de aandacht die Team Varkens vraagt voor de insleep van AVP via grondstoffen, voer en vlees. Daarmee was de Brabantse firma volgens FDF het eerste veevoerbedrijf dat dit in Nederland gaat doen.

Hoewel uit een recente EFSA-rapport (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid) naar voren komt dat het insleeprisico van AVP via voer gering is, bestaat die mogelijkheid wellicht wel. In het kader van wijdverspreide besmettingen is het uitsluiten van elk besmettingsrisico belangrijk.

Geen empirisch bewijs

Volgens het Duitse Federaal Instituut voor Risicobeoordeling (BfR) en het Friedrich Loeffler Instituut (FLI) is het AVP-virus soms zeer stabiel in de omgeving en bestaat het vermoeden dat het virus ook via voer, water en strooisel op de varkensstapel kan worden overgedragen. Tot nu toe is hiervoor geen empirisch bewijs en zijn er grote onzekerheden door het ontbreken van wetenschappelijke gegevens.

Maar er zitten wel enkele hiaten in de huidige kennis en deze moeten nu gedicht worden in een internationaal onderzoeksproject. De FLI, de BfR en de Zweedse Statens Veterinärmedicinska Anstalt (SVA) zijn betrokken bij dit onderzoeksproject dat wordt gefinancierd door de EFS). Virologen van de FLI en diervoederexperts van de BfR gaan samen met de Zweedse partners de stabiliteit van AVP-virussen op verschillende diervoeders en strooiselmaterialen onder praktische bewaarcondities onderzoeken.

Minder risico met verwerkt voer

Voor aanvang van het onderzoek hebben BfR en FLI gezamenlijk eerder bekende wetenschappelijke bevindingen over diervoeder als infectiebron geëvalueerd in een literatuurstudie. Ook is rekening gehouden met de invloed van verwerking, transport en opslag op mogelijke besmetting van diervoeder met het AVP-virus. De experts kwamen wel tot de conclusie dat AVP-virussen - die mogelijk in verwerkte bijproducten, granen, extractiemeel en mengvoer terecht zijn gekomen - als gevolg van de verwerkingsstappen grotendeels worden geïnactiveerd.

Voerhygiëne belangrijk

Onjuiste behandeling van de producten na fabricage kan echter wel leiden tot hernieuwde besmetting met AVP-virussen. Als de algemeen geldende hygiënevoorschriften en preventieve maatregelen voor het omgaan met en produceren van diervoeders (HACCP-concepten) in acht worden genomen, is deze overdrachtsroute volgens de Duitse instituten vrij onwaarschijnlijk. Een overdracht van AVP kan evenwel niet volledig worden uitgesloten bij diervoeders die geen verdere behandeling ondergaan en direct worden gevoerd.

Beeld: Susan Rexwinkel

Bron: Friedrich Loeffler Instituut

Tags
VarkensDiergezondheidOndernemerschapBuitenlandVoer