Sterke Erven Logo

Biologische melkveehouderij van sectorexcretie naar bedrijfsspecifieke excretie

02 min
Met ingang van 1 januari zijn de excretiewaarden van biologisch melkvee bedrijfsspecifiek. De overheid stopt met het vaststellen van een excretiewaarde voor de gehele sector. Dit kan grote gevolgen hebben voor stikstofexcretie op biologische melkveehouderijen.

Vanaf heden past de overheid in de biologische melkveehouderij dezelfde excretiewaarden toe als in de gangbare melkveehouderij. Deze excretiewaarden zijn afhankelijk van de melkproductie en het ureumgehalte in de melk.

Fikse stijging

Het aanpassen van de excretiewaarden leidt voor een aantal biologische melkveehouders tot een fikse stijging van de stikstofexcretie. Zo stijgt de stikstofexcretie van een biologische melkkoe die 7.550 kilogram melk geeft met een ureum van 22 met 12 procent.

Het afschaffen van de sectorexcretie biedt biologische melkveehouders wel de ruimte deel te nemen aan de bedrijfsspecifieke excretie (BEX), waarbij de stikstofexcretie niet wordt berekend op basis van forfaitaire normen, maar op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde excretie. Om hier gebruik van te kunnen maken moet de veehouder een erkend laboratorium al zijn ruwvoer laten onderzoeken op VEM, ruw eiwit en fosfor en een hoeveelheidsbepaling doen van de aangelegde ruwvoervoorraad.

De stikstof- en fosfaatnomen per melkkoe zijn hier te vinden. De biologische dier gebonden normen staan hier.

Beeld: Ellen Meinen

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Tags
MelkveeRegelgevingPolitiek