Sterke Erven Logo
15

Ruud Backus zet zijn kaarten in op Duitse markt

1504 min
Moeizaam of niet, varkenshouder Ruud Backus (36) is overtuigd dat de goede tijden terugkeren voor varkenshouders. Hij breidt uit met 850 zeugen en richt zich daarmee op de Duitse vleesvarkenshouders. De eerste biggen worden volgende winter geboren.
Biggenproductie voor de Nederlandse markt is voor de Ruud Backus, varkenshouder in Ysselsteyn (L), een ‘no go’. Hij breidt uit met 850 zeugen uit tot 1.300 DanAvl-zeugen. De biggen met Deense genetica in hun bloed gaat hij afzetten bij Duitse vleesvarkenshouders. De eerste biggen moeten volgende winter geboren worden.
Backus zijn opfokgeltjes komen op een gewicht van 8 à 9 kg rechtstreeks van DanAvl-subfokker Bellemakers uit Deurne. Het opfokken gebeurt in een aparte stal met ruimte voor 120 dieren, verdeeld over vijf afdelingen. Eerder liet Backus zijn opfokgeltjes uit Denemarken komen.
De worpgrootte van DanAvl zeugen bij Backus ligt op 16,9 biggen. Hij speent 34,4 biggen per zeug per jaar. De varkenshouder besteedt veel tijd en aandacht aan de kraamafdelingen. Tijdens het werpen, bijvoorbeeld, isoleert hij de eerstgeboren biggen van de anderen. De later geboren biggen krijgen dan ook een kans op voldoende biest uit de voorste spenen.
Vanaf dag 1 krijgen de biggen bijvoeding gedoseerd in de vorm van een kunstmelkoplossing en een smoothy: totaal 500 tot 600 gram droge stof tot het spenen. Vanaf dag 7 tot het spenen op dag 26 krijgen de biggen bovendien brijvoedering in een pan.
Ook in zijn nieuwe stal gaat Backus biggenlampen toepassen. Hij gaat dat combineren met onderkruipen. De biggennesten krijgen dus geen dure vloerverwarming. Het oppervlak van het biggennest wordt bovendien vergroot tot 0,9 vierkante meter.
Dat de Deense zeugen vanwege de grote worpen eerder versleten zouden zijn is volgens Backus een fabeltje. „Mijn oudste zeugen zijn aan de zesde worp toe, maar ik kan dat niet zeggen. Als het zo was, zou ik dat zeker van gehoord hebben van collega’s, waar al zeugen met een achtste worp liggen.“
Van de dubbele voerleiding in de kraamafdelingen gebruikt Backus er maar één. Ook de dragende zeugen krijgen maar één voersoort. Ooit gaf Backus energierijker voer in de eerste vier weken van de dracht. Toen duidelijke resultaten uitbleven is hij hiermee gestopt.
Bereiding van de kunstmelk en de smoothy voor de biggen in de kraamafdelingen. Het warme product gaat via een leiding naar de kunststof drinkcups in de kraamhokken.
Biggen worden geleidelijk overgeschakeld op droogvoer: in de opfokafdelingen krijgen de gespeende biggen twee dagen lang tweemaal daags brijvoer; daarna twee dagen half-om-half brijvoer en droogvoer en daarna alleen nog maar droogvoer. De uitval na het spenen ligt op 3,0 procent.
Pas gespeende biggen bij de losse smoothy/brijvoerbak. Als ze 22 kg zijn worden ze opgelegd. In de toekomst krijgt Backus een deel van de biggen langer op de kost. Duitse vleesvarkenshouders willen namelijk biggen die 28 tot 29 kg zijn.
Centrale gang met links de kraamafdelingen en rechts opfokafdelingen. Dat verandert straks, want de diercategorieën worden zoveel mogelijk bijeen gehouden. In de nieuwe situatie hoeven er geen zeugen meer door gangen met opfokafdelingen getransporteerd te worden.
De plaats tussen de zeugen/opfokstal (links) en de vleesvarkensstal, waar de nieuwe kraamstal gebouwd wordt. De huidige zeugenstal wordt enkele tientallen meters langer. Backus blijft werken met het weeksysteem, met drie groepen van 300 zeugen in groepshuisvesting met voerstations.
De vleesvarkensstal blijft gehandhaafd. Beertje en geltjes worden gescheiden afgemest, maar in de toekomst gaat Backus weer castreren. Duitse vleesvarkenshouders willen namelijk geen beerbiggen afnemen. Volgens de varkenshouder is de Deense genetica bij Duitse boeren nog populairder dan bij ons.
Om de resultaten bij zijn zelf vleesvarkens te verbeteren koos Backus voor de Deense zeugen van Next Genetix. Als eindbeer gebruikt hij de PIC 408M eindbeer van Preferent KI. De afgelopen twaalf maanden scoorden zijn vleesvarkens een groei van 785 gram per dag. En de resultaten zijn stijgend.
Backus heeft nu totaal plaats voor 4.750 vleesvarkens op twee locaties. Het afgelopen jaar lag de groei gram per dier per dag: gerekend over de laatste tien maanden op 805 gram. De EW-conversie lag op 2,41. Het uitvalpercentage bij de vleesvarkens ligt op 2.3 procent; het gemiddelde aflevergewicht 119,4 kg.

Lees het hele verhaal van Ruud Backus in het vakblad Pig Business van donderdag 3 december. Ontvangt u het vakblad Pig Business nog niet? Vraag dan hier een gratis proefnummer aan.

Beeld: Susan Rexwinkel

Tags
VarkensFokkerij
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.