Sterke Erven Logo
16

‘Bijna hadden we het vrijloophok opgegeven’

1605 min
In hun oude veldschuur bouwden ze een kleine proefstal met zes vrijloop-kraamopfokhokken. Harrie Brummelhuis en zijn zoon Jarno experimenteerden er ruim een jaar op los. Ze ontdekten dat het onvermijdelijk is om de zeug meteen na het werpen voor een aantal dagen op te sluiten.
Harrie Brummelhuis (rechts) runt met zijn zoon Jarno (links) en met vaste medewerker Wim Reefhuis het Twentse varkensbedrijf met subfoktak in Hoge Hexel (OV). Op de thuislocatie houden ze 260 zeugen met bijbehorende gespeende biggen en 800 opfokgelten. Op hun tweede locatie één kilometer verderop, houden ze 1.400 vleesvarkens.
In het voorjaar start familie Brummelhuis met haar bedrijfsuitbreiding van 260 naar 550 zeugen. Bij de biggen wil de Overijsselse familie 244 vrijloop-kraamopfokhokken bouwen. De hokken zijn gebaseerd op de ervaringen die de varkenshouders opdoen in hun oude veldschuur.
De proefhokken hebben een lengte-opstelling waarbij je langs de zijkant van de zeug loopt. Elk hok heeft een afmeting van 2,5 bij 2,5 meter. De biggennesten liggen tegen het voerpad aan en hebben een onderkruip met warmtelamp.
„Jonge biggen hebben stralingswarmte nodig”, vertelt Harrie. Ze gebruiken biggenlampen van 150 Watt. Tijdens de kraamperiode halveren ze met een schakelaar de lichtsterkte. Ze kunnen zo het microklimaat per toom sturen. „De warmtebehoefte verschilt enorm per toom, maar ook per dier. Geboortegewicht en leeftijd van de big, maar ook de melkproductie van de zeug bepalen de warmtebehoefte.”
In hun vrijloophok scheidt het voorste hek van de kraambox het biggennest van het zeugengedeelte. Het andere hek staat omhoog geklapt. Als de zeug aan het vreten is, kan het hek eenvoudig omlaag en is met een paar eenvoudige handelingen de zeug opgesloten.
De hoogte van de hokafscheiding tussen de zeugen is een meter, waarvan de bovenste 35 centimeter bestaat uit een doorkijkgedeelte. „Zo kunnen zeugen naar elkaar kijken. We hebben geleerd dat dit belangrijk is voor de rust in de afdeling.”
In de laatste opzet testen ze een hok met alleen maar kunststof roosters en een betonnen eiland. Hoewel Harrie het nog niet kan onderbouwen met resultaten is zijn gevoel positief over deze combinatie. „Ik zie dat de zeug het prettig vindt om op het beton te gaan liggen en voor zeugen en biggen is het goed voor het afslijten van de klauwen. Het werkt voor mijn gevoel positief, maar dat is geen wetenschap.”
Voor de eerste proefopzet gebruikten ze een in hoogte verstelbare klepelbak. Het idee was dat wanneer de zeug van de biggen wordt gespeend, de klepelbak op de hoogte van de gespeende biggen kan worden ingesteld. De varkenshouders merkten dat dit weinig toevoegde. „Dit is alleen maar onhandig en het kan kapotgaan. We hebben nu ervaring met een klepelbak die voor zowel zeug als gespeende biggen te gebruiken is en dat werkt prima.”
In de nieuwe stallen willen Harrie en Jarno de kraamzeugen twee keer per dag automatisch voeren met een dosator boven de klepelbak. In de proefstal voeren ze de dieren nu nog een keer per dag met de hand. Op 26 dagen leeftijd halen ze de zeug weg bij de biggen. In de nieuwe stal willen ze de speenleeftijd verlengen naar 28 dagen.
De laatste maanden zien de resultaten er in de proefstal veelbelovend uit. De laatste ronde hadden ze welgeteld één doodligger. Toch hebben Harrie en Jarno lang met de proefhokken geworsteld voordat ze deze resultaten boekten. „In het begin hadden we zeker problemen met doodliggers. Bij vijf zeugen ging het dan goed, alleen bij die ene zeug hadden we er dan dramatisch veel.”
Ze zetten nu de zeug onmiddellijk na het werpen voor vier dagen vast. „Als een zeug zich omgooit na het werpen, heb je het grootste risico op doodliggers”, verklaren ze hun keuze. Na deze vier dagen krijgt de zeug weer haar volledige bewegingsvrijheid. Het liefst willen ze de zeugen niet tijdens het werpen vastzetten, omdat ze vinden dat het loslopen een positief effect heeft op het werpproces.
Jarno denkt dat door de verminderde speendip de biggen na 9 levensweken een gewicht van 25 kilogram halen. „Wij denken dat door de hogere groei en verminderde arbeid de meerkosten van het vrijloop-kraamopfokhok ruimschoots gecompenseerd worden.” Ze gaan bij het vrijloop-kraamopfokhok uit van een halve euro aan meerkosten per afgeleverde big.
De familie Brummelhuis produceert de Topigs 50-zeug. Sinds kort is de N-zeugenlijn (Nederlands Landras) in de Topigs 50 vervangen voor het Noorse Landvarken. Volgens vader en zoon sluit deze zeug beter op hun hok aan: „In Noorwegen is het varken al veel meer op karakter gefokt omdat ze daar nog strengere dierenwelzijnseisen hebben. Zeugen lopen los in het kraamhok en er worden al jaren geen biggenstaarten meer gecoupeerd.”
Om de bevindingen in de nieuwe proefstal te staven, doet Dineke Grootenhuis van Wageningen UR in opdracht van VKON (Veterinair Kenniscentrum Oost Nederland) haar afstudeeropdracht bij familie Brummelhuis. De eindejaarsstudent heeft met camera’s het gedrag van twaalf kraamzeugen gedurende een periode van drie weken bestudeerd.
Daarbij heeft ze het gedrag van zes zeugen die tijdens de gehele kraamperiode vaststonden in de traditionele kraamhokken, vergeleken met het gedrag van zes zeugen die een vrijloopkraamhok hadden. Verder heeft ze de productieresultaten in beide huisvestingssystemen geanalyseerd.
Woensdagavond 24 februari presenteert Grootenhuis bij VKON haar bevindingen. De varkenshouderijfamilie heeft nog geen idee wat de uitkomsten zijn, maar bang voor een negatief resultaat zijn ze niet. „Ik durf te zeggen dat we inmiddels in onze proefstal beter draaien dan in onze traditionele kraamstal.”

Lees het hele verhaal van Harrie en Jarno Brummelhuis in het vakblad Pig Business van donderdag 4 februari. Ontvangt u het vakblad Pig Business nog niet? Vraag dan hier een gratis proefnummer aan.

Tekst:

Beeld: Susan Rexwinkel

Tags
VarkensStalinrichting
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.