Sterke Erven Logo

België sluit aan bij Nederlands verificatieonderzoek voor Salmonella bij pluimvee

02 min
België sluit zich aan bij Nederlands verificatieonderzoek voor Salmonella bij pluimvee. In Nederland loopt, met de steun van de Europese Commissie, een studieproject om in de pluimveehouderij verificatieonderzoek voor Salmonella uit te voeren aan de hand van een uitgebreid monstername protocol.

Het doel van dit onderzoek is om meer zekerheid te verkrijgen over de aanwezigheid van Salmonella in de koppel, zelfs bij een lage koppelprevalentie. België heeft zich bij dit studieproject aangesloten en neemt het protocol over van het lopende project in Nederland.

Herinvoering verificatieonderzoek

De pluimveesector pleit al langer voor de herinvoering van het verificatieonderzoek bij pluimvee. Sinds begin 2020 mag er namelijk door een striktere interpretatie van de regelgeving geen verificatieonderzoek meer uitgevoerd worden. Voordien kon dat wel worden aangevraagd wanneer een toom positief op Salmonella testte voor één van de te bestrijden serotypen bij leg- of vermeerderingspluimvee. Vaak kon bij verificatie de aanwezigheid van Salmonella in een koppel niet opnieuw worden bevestigd.

Omdat de maatregelen die worden opgelegd aan bedrijven waar een te bestrijden serotype wordt gevonden, een grote economische impact hebben voor zowel het bedrijf als de sector, is het belangrijk om geen enkele twijfel te hebben over de Salmonellastatus van het koppel.

Aanvullend onderzoek

Bij pluimveehouderijbedrijven die deelnemen aan het project wordt wanneer er één van de wettelijk bestreden Salmonella-serotypen wordt gedetecteerd binnen het nationaal Salmonella Bestrijdingsprogramma, aanvullend onderzoek gedaan. Een onafhankelijke monsternemer bemonstert dan alle stallen op de locatie en voert enkele administratieve taken uit. Twee weken na het eerste onderzoek wordt dat nog eens herhaald.

Het verificatieonderzoek berust op onderzoek van acht paar overschoenen uit een scharrelstal of tien mestmonsters van een stal met koloniehuisvesting. Daarnaast worden twee paar stofmonsters geanalyseerd, wordt het drinkwater onderzocht en worden er monsters genomen van borstspierweefsel van vijf dieren. Ook wordt het logboek gecontroleerd op toegediende behandelingen voor alle koppels op de inrichting en krijgt de pluimveehouder een vragenlijst voorgelegd, zo meldt Diergezondheidszorg Vlaanderen.

Beeld: Ben Beerens

Bron: Diergezondheidszorg Vlaanderen

Tags
PluimveeDiergezondheid