Sterke Erven Logo

Natte omstandigheden vragen extra aandacht bemesting

03 min
Het aanhoudend natte en koude weer vraagt ook om extra aandacht wat betreft de bemesting. Voedingstekorten liggen op de loer, terwijl juist gewassen als uien en bieten een boost kunnen gebruiken. Een extra gerichte bemesting is onder de huidige omstandigheden vaak aan te bevelen.

Tot nu toe volgt april qua weersomstandigheden de lijn van afgelopen najaar en winter: veel neerslag. Dit heeft duidelijk invloed op de voorjaarswerkzaamheden. De uitvoeringsmomenten moeten steeds gestolen worden. Op veel percelen op de klei- en zavelgronden zijn onder verre van optimale omstandigheden, diverse gewassen als suikerbieten en uien gezaaid. Deze gewassen hebben het nu zwaar, niet alleen door plaatselijk matige bodemomstandigheden, maar ook door het koude en regenachtige weer waardoor ze niet lekker in de groei komen.

Voedingstekorten

Bij dit soort omstandigheden liggen vaak voedingstekorten op de loer. Zo is bijvoorbeeld op zavel- en kleigronden, met vaak relatief hoge pH’s, de mangaanbeschikbaarheid vaak zeer beperkt. Ook andere sporenelementen kunnen (tijdelijk) onvoldoende beschikbaar zijn, omdat bijvoorbeeld de mineralisatie door de lage dagtemperaturen en daardoor ook lage bodemtemperaturen, zeer slecht verloopt. Bovendien zorgen de lage bodemtemperaturen voor weinig activiteit in het bodemleven en een beperktere opname van stikstof en kali. Minder opname van stikstof en kali heeft een negatieve invloed op de opname van andere elementen door de plant.

Advies

Bij percelen uien en bieten die het slecht hebben, is het volgens daarom een overweging om deze met wat sporenelementen in chelaatvorm een boost te geven. Hiervoor zijn diverse producten beschikbaar. Sporenelementen in nitraatvorm hebben overigens geen voorkeur, omdat onder niet-afgeharde omstandigheden nitraat relatief fel kan aanpakken op de toch al kwetsbare jonge planten.

Keuze overwegen voor meer fosfaat aan de basis

Voor de percelen waarop nog niets is gebeurd en waarop uien of aardappelen moeten komen, is het volgens OCI en Delphy de overweging waard om meer fosfaat aan de basis te geven. Fosfaat stimuleert onder andere de begingroei van planten. Nu het zaai/plant tijdstip later wordt en het groeiseizoen korter, is een vlotte start van groot belang. Veelal wordt in dit verband met fosfaatmeststoffen in de rij gewerkt. Is er op de betreffende percelen ook nog geen drijfmest of vaste mest aan de basis gegeven, dan is er de mogelijkheid voorafgaand aan het landklaarmaken vollevelds een fosfaatmeststof of NP-meststof te strooien. Op deze manier kan nog extra fosfaat worden toegevoegd bovenop de fosfaatgift in de rij.

Mestgehaltes

Ligt er bij consumptieaardappelen of in een aantal gevallen pootaardappelen wel een drijfmestgift aan de basis, dan wordt er via de mest vaak al meer fosfaat aangevoerd. In geval van varkensdrijfmest is dit meer dan met rundveedrijfmest. Zeker de laatste mestsoort laat, onder invloed van de eiwitbeperking in het rundveerantsoen, over de laatste jaren een dalende lijn zien in zowel stikstof als fosfaat. In dit kader luidt het advies om bij de mestleverancier te allen tijde de mestgehaltes op te vragen, zodat daar bij de planning alsnog rekening mee kan worden gehouden.

Beeld: Susan Rexwinkel

Bronnen: OCI Nitrogen, Delphy Akkerbouw

Tags
AkkerbouwSuikerbietenUienConsumptieaardappelenDierlijke mestKunstmestTopgewas