Sterke Erven Logo

Correctie gasvormige stikstofverliezen per 1 januari doorgevoerd

02 min
De excretieforfaits per melkkoe voor drijfmest en vaste mest zijn per 1 januari 2025 gecorrigeerd voor de gasvormige stikstofverliezen. Gasvormige verliezen treden op in de vorm van ammoniak (NH3), lachgas (N2O), stikstofoxiden (NOx) en distikstof (N2).

Voor de berekening van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die op of in de bij het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond kunnen worden gebracht, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per jaar, wordt uitgegaan van de netto stikstofexcretie. De netto stikstofexcretie wordt berekend door de bruto stikstofexcretie, de hoeveelheid stikstof die door het melkvee wordt geproduceerd, te verminderen met de gasvormige stikstofverliezen.

Stikstofcorrectie van 8,5 naar 14 procent

Op basis van adviezen van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) werd de stikstofcorrectiefactor voor stalsystemen met drijfmest vastgesteld op 8,5 procent. In deze correctiefactor zijn de stikstofverliezen meegenomen die optreden in de stal, bij opslag van mest buiten de stal en wanneer dieren in de wei lopen. Het buiten beschouwing laten van de stikstofvormige verliezen die optreden bij weiden, levert een correctiefactor op van 10,1 procent.

Een herberekening van de stikstofvormige verliezen door het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) leverde een stikstofcorrectiefactor op van 14 procent.

Geen actualisatie forfaits vanwege verwachte gevolgen nieuwe derogatiebeschikking

In 2021 ontving de toenmalige minister van Landbouw, Carola Schouten, het advies de stikstofcorrectiefactor aan te passen naar 14 procent. Schouten besloot dit advies langs zich neer te leggen vanwege de verwachte mestreductie opgave in de derogatiebeschikking 2022-2025. Het verhogen van de stikstofcorrectiefactor maakte het voor de sector mogelijk 13 tot 14 miljoen kilogram stikstof extra te produceren. Een ontwikkeling die de minister niet wenselijk achtte.

Lucht op de mestmarkt

De aan de nieuwe derogatiebeschikking verbonden maatregelen hebben de mestplaatsingsruimte in Nederland flink ingeperkt. Het gevolg is dat een fors aantal melkveebedrijven een groter deel van hun mest tegen hoge kosten moeten afzetten. Om de druk op de mestmarkt enigszins te verlichten, stelden de sector voor de geadviseerde stikstofcorrectiefactor alsnog door te voeren. Minister Wiersma besloot daarop het in 2020 uitgebrachte advies van de CDM door te voeren, waardoor melkveehouders meer kubieke meters mest uit kunnen rijden op eigen grond.

Voor drijfmest geldt met ingang van 1 januari een stikstofcorrectiefactor van 14 procent en voor stalmest 39 procent.

Klik hier voor een overzicht van de aangepaste stikstofexcretie-tabellen.

Beeld: Agrio

Bron: Staatscourant

Tags
MelkveeRegelgevingPolitiek