Sterke Erven Logo

Kansen voor Nederlandse baktarwe: bemestingsproeven bieden perspectief

03 min
Het PPS-project Nederlandse Baktarwe doet onderzoek naar de mogelijkheden om de kwaliteit van Nederlandse tarwe te verbeteren zodat het geschikt wordt voor het bakken van brood. Verschillende aspecten worden onderzocht, waaronder de invloed van bemesting. Er moet nog veel worden onderzocht, maar er zijn al resultaten die perspectief bieden.

De Nederlandse graan-, meel- en broodketen wil graag meer zelfvoorzienend zijn in de productie van baktarwe. De oorlog in Oekraïne gaf die wens een extra stimulans. „Nederlanders prefereren brood met volume, wat tarwe met een hoog eiwitgehalte vereist: 11,5 procent of meer”, vertelt Erik Reijnierse, onderzoeker bij Wageningen UR. „In ons zeeklimaat, met een beperkt aantal zonuren, is het lastig om dat soort tarwe te produceren. Maar het is niet onmogelijk, met de juiste rassen en een uitgekiende bemesting.”

Knelpunten oplossen

Hoe zorgen we voor een grotere productie van kwalitatief goede Nederlandse baktarwe? Daarvoor moeten verschillende knelpunten worden opgelost, waarvan het eiwitgehalte en de eiwitkwaliteit een belangrijke sleutel zijn. Twintig partijen uit alle schakels van de graan-, meel- en broodketen zijn daarom gaan samenwerken binnen de PPS Nederlandse Baktarwe, getiteld ‘Gaan voor Lokaal Graan’. Er zijn diverse deelprojecten, waaronder bemestingsproeven gericht op eiwitgehalte en eiwitkwaliteit. Dit deelonderzoek wordt uitgevoerd door Wageningen Research Open Teelten. Reijnierse is onderzoeksleider.

„Onder Nederlandse omstandigheden is het waarschijnlijk niet mogelijk om een eiwitgehalte van bijvoorbeeld 14 procent te realiseren, zoals dat in sommige andere landen wel lukt”, legt Reijnierse uit. „Maar een eiwitgehalte van 11,5 procent is wel realistisch. Dat kan voldoende zijn als de eiwitkwaliteit goed is. Diverse partijen tarwe met dit eiwitgehalte laten verschillen in bakkwaliteit zien, dat moet dan het gevolg zijn van de kwaliteit van het eiwit. Daarom richt ons onderzoek zich op zowel -gehalte als -kwaliteit. Ook onderzoeken we wat bepalend is voor die eiwitkwaliteit, en de rol van het ras en de bemesting daarbij.”

N-efficiëntie

Stikstof (N) is een belangrijk element voor het eiwitgehalte. „Maar Nederland kent een N-plafond”, vervolgt Reijnierse. „Voor de teelt van baktarwe is het daarom belangrijk om rassen te hebben met een hoge N-efficiëntie. We hebben bij veredelaars het verzoek uitstaan om dergelijke rassen te ontwikkelen.”

Een uitgekiende bemesting kan ook een positieve invloed hebben op het gewenste eiwitgehalte en -kwaliteit. „In bemestingsproeven onderzoeken we veel variabelen. N kun je toedienen in verschillende samenstellingen en vormen. We vergelijken onder meer nitraat, ammonium, vloeibaar, korrel, bladmeststoffen, dierlijke mest en N-bindende bacteriën.”

Drie giften

Het onderzoek is in 2023 gestart en er zijn inmiddels resultaten van één seizoen wintertarwe en twee seizoenen zomertarwe. Zijn er al meldenswaardige resultaten bekend? „In ieder geval blijkt dat een gespreide N-gift gunstig is voor het eiwitgehalte”, antwoordt Reijnierse. „En dan drie giften. Vooral het splitsen van een tweede gift in een tweede en derde gift draagt bij een aan hoger eiwitgehalte.”

Voor andere conclusies is het nog te vroeg. Reijnierse: „Als teler van baktarwe moet je niet alleen kijken naar de stikstofgift. Ook andere elementen zijn van belang, bijvoorbeeld zwavel. Daarom moeten telers hun bodem goed kennen en de bemesting goed afstemmen.”

Beeld: Erik Reijnierse, PPS Nederlandse Baktarwe

Tags
AkkerbouwGraanTopgewas