Sterke Erven Logo

Tevreden met Fleckvieh-kruislingen

03 min
Enkele jaren geleden hoorde Erik Back uit Lutten (Ov.) nog bij de topmelkers van Nederland. „We hadden ongeveer zestig koeien, die gemiddeld bijna12.000 kg melk produceerden. Dat was toen topsport. Maar het kostte wel veel werk, we molken drie keer daags, de koeien kregen een uitgebalanceerd rantsoen en bij ziekte waren we altijd druk met allerlei dingen om de koe weer op de been te krijgen.”

„Op een gegeven moment vroeg ik me af of deze manier van boeren wel bij mij paste”, aldus de veehouder. Back omschrijft zichzelf als een redelijk radicale ondernemer en besloot een andere koers te varen. „Ik heb gekeken naar de Californische kruisingsproef, werd daar zeer enthousiast over en raakte met Xsires in gesprek”, verklaart hij zijn deelname aan de proef.

Backs bedrijf is de afgelopen jaren sterk gegroeid tot een veestapel van inmiddels 150 koeien met gemiddeld8.500 kgmelk. Aanvankelijk kocht Back Holsteins aan, maar die wisten zich slecht te handhaven in de grote koppel, met een hoog vervangingspercentage tot gevolg. „Door de duidelijk kortere tussenkalftijd, de lagere kalversterfte en het lagere percentage doodgeboren kalveren hebben we meer kalveren. Hierdoor hebben we de luxe dat we oude Holsteins kunnen vervangen door Fleckvieh-kruislingen”, aldus Back, die aangeeft dat de gemiddelde Fleckvieh-kruisling voor de slacht 800 à 900 euro oplevert.

Na de proef is Back radicaal gaan inkruisen met Fleckvieh, om vervolgens een driewegkruising met Brown Swiss toe te passen. „De eerste driewegkruisingen zijn aan de melk en dat lijkt vooralsnog prima. Zuiver Fleckvieh is voor mij niet ideaal, want die koeien denken te veel aan zichzelf. Ze zetten te veel vlees aan en geven voor mijn situatie te weinig melk”, aldus Back, die nog maar een paar Holsteins heeft. „Dat zijn vooral de rondere dieren met een spiertje extra.”

Over de kruislingen is de veehouder ronduit tevreden. „Ze zijn gemakkelijk te managen. Toen er laatst een koe melkziekte had, bleek dat de infusen al over de datum waren”, illustreert hij. „Ze starten ook langzamer op. Ze geven genoeg melk, maar je moet af en toe wel geduld hebben, zowel binnen als over de lactaties. We realiseren inmiddels een tussenkalftijd van 378 dagen, met 1,9 inseminaties per dracht, waarbij we vanaf dag 50 na het afkalven insemineren.”

„Ook de uiergezondheid is verbeterd, al betwijfel ik of dat rasgekoppeld is. Er is ook wel eens een kruisling met een hoog celgetal”, heeft Back ervaren, om vervolgens te adviseren. „Je moet wel zorgen dat je lengte in de dieren houdt. Fleckvieh moet niet te klein en te propperig worden, want dan geven ze te weinig melk.”

Tekst:

Beeld: Gerard Burgers

Tags
MelkveeFokkerij