Sterke Erven Logo

Louis Bolk Instituut kijkt bij pilotbedrijven op klei naar bijdrage aan klimaatdoelstellingen

Wat is de klimaatimpact van biologische akkerbouwbedrijven?

03 min
Veel ondernemers in de biologische landbouw willen op bedrijfsniveau een bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen. Er is echter behoefte aan kennis en inzicht. Welke daadwerkelijke klimaatprestaties leveren biologische bedrijven? Hoeveel CO2-equivalenten worden er uitgestoten? Wat kunnen ondernemers doen om hun prestaties te verbeteren? Wat kost dit, en wat levert dit op? Het Louis Bolk Instituut (LBI) deed een verkennend onderzoek.

Voor de hele bio-sector een belangrijke vraag: hoe kan klimaatvriendelijke landbouw op een duurzame manier worden beloond zodat de transitie naar een duurzamer landbouwsysteem mogelijk wordt? De pilot van het LBI heeft als doel om de klimaatprestaties van vijf biologische akkerbouw- en melkveebedrijven in kaart te brengen. Daarnaast is het doel om drie geschikte klimaatmaatregelen te ontwikkelen die zijn getoetst op haalbaarheid doormiddel van een kosten-batenanalyse. De inzichten opgedaan in dit onderzoek worden meegenomen in het eindproduct: het 'Ketenplan Klimaat voor de biologische keten'. Middels dit plan wordt er gewerkt aan een verdienmodel voor klimaatvriendelijke landbouw.

Er zijn geen gangbare bedrijven in dit onderzoek meegenomen als referentie, dit is wel een aanbeveling van de onderzoekers.

Akkerbouw

Samen met vijf biologische akkerbouwers op zeeklei is er gezocht naar mogelijkheden om de klimaatimpact te verkleinen. Daarvoor moeten eerst de klimaatprestaties in kaart gebracht worden. Voor de akkerbouw is de rekentool Cool Farm Tool gebruikt, deze maakt de klimaatlasten (CO2-equivalenten) inzichtelijk. De CO2-vastlegging in de bodem is in kaart gebracht met het de Praktijktool BodemCoolstof.

12345
Totale areaal32.65647.240.670.4
Gewasresten (ton/ha)7.119.74.217.811.5
Bemesting (kg N/ha)14039174117205
OS-gehalte (%)33.73.12.63.2
Aardappel272 ton / 6,8 ha142 ton / 4,2 ha115 ton / 6,5 ha350 ton / 10,9 ha
Zaaiuien144 ton / 4,8 ha91 ton / 4,5 ha65 ton / 2 ha120 ton / 3,1 ha
Plantuien133 ton / 7 ha200 ton / 4,9 ha
Kool109,6 ton / 2 ha40 ton / 1,9 ha
Pompoen (groente)62,4 ton / 5,5 ha266 ton / 10,5 ha
Pompoen (zaad)675 ton / 2,5 ha
Bonen conc.76,6 ton / 5,2 ha75 ton / 6 ha
Erwten conc.22,9 ton/ 4 ha42 ton / 7 ha11,3 ton / 4,8 ha
Broccoli70 ton / 7 ha
Knolselderij376 ton / 4 ha46 ton / 1,1 ha
Rode bieten560 ton / 7 ha144,8 ton / 6 ha220 ton / 2,5 ha
Peen377,8 ton / 4,2 ha237 ton / 2,1 ton150 ton / 2,4 ha
Pastinaak665 ton / 7 ha108 / 4 ha205 ton / 5 ha
Cichorei218,1 ton / 4 ha
Tarwe56 ton / 7 ha11,4 ton / 2 ha
Grasklaver56 ton / 4 ha196 ton / 14 ha161,7 ton / 6,5 ha
Luzerne110 ton / 14 ha196 ton / 11 ha
Mais (snij)133 ton / 3,8 ha
Mais (suiker)16,5 ton / 6,5 ha
Spelt48 ton / 17,1 ha
Schema van de 5 pilotbedrijven met inzicht in bouwplan en bemesting. Bron: LBI

Gewasresten, bemesting en mechanisatie meest bepalend voor uitstoot

Vier van de vijf pilot bedrijven scoren negatief op de CO2-footprint. Dit betekent dat er meer CO2 wordt vastgelegd in de bodem, dan dat er CO2-equivalenten worden uitgestoten. De grootste klimaatlasten bij de onderzochte bedrijven worden bepaald door wat wetenschappers noemen ‘de indicatoren’: gewasresten, bemesting en mechanisatie. De inrichting en de intensiteit van het bouwplan blijken het meest bepalend bij deze drie belastende indicatoren. Inzet van groenbemesters, gebruik van compost en het verruimen van het bouwplan bevordert CO2-vastlegging in de bodem en vermindert hiermee de CO2-footprint.

Veel onduidelijk over de financiële winst van klimaatmaatregelen

De vijf deelnemers geven in het onderzoek aan onzeker te zijn over de rendabiliteit van compost. Hoewel compost een kostbare investering is, zijn de financiële voordelen van verbeterde bodemstructuur, de nutrientenvoorziening en de vermindering van plagen en ziekten onduidelijk. Uit het onderzoek blijkt dat het verruimen van het bouwplan vaak als minder rendabel wordt ervaren. Het verdienmodel van inzetten van rustgewassen moet breder worden ondersteund, zowel door overheid als de hele keten. Voor groenbemesters geldt dat de ondernemers vaak niet weten of deze economisch redabel zijn. De kosten zijn bekend, maar de baten (organische stof, stikstoflevering en onkruidonderdrukking) zijn onbekend. Ditzelfde geldt voor de financiële baten van gereduceerde grondbewerking.

Ook kwam als een conclusie uit het onderzoek naar voren dat er behoefte is aan een tool die een betrouwbaar en volledig beeld van de CO2-footprint van een akkerbouwbedrijf geeft. Voor de berekening van de CO2-footprint is in dit onderzoek de uitstoot van CO₂-equivalenten berekend op basis van het totale dieselverbruik (liters per hectare per jaar). Andere vormen van energieverbruik, zoals elektriciteit, zijn daarbij niet meegenomen. Dit kan worden gerealiseerd door de tools (Praktijktool BodemCoolstof en Cool Farm Tool) te integreren tot één tool, waarmee de CO2-footprint van een akkerbouwbedrijf nauwkeurig kan worden bepaald.

Lees het volledige onderzoek hier.

Beeld: Agrio archief

Bron: LBI

Tags
AkkerbouwDierlijke mestBodemvruchtbaarheid