Sterke Erven Logo

Kruisselbrink blij met bio-vleesvarkens: ‘Zonder overstap op biologisch nu geen boer meer’

07 min
„Ik zou nu geen varkenshouder meer zijn als ik in 2008 niet was omgeschakeld naar biologisch”, stelt Bas Kruisselbrink uit Westendorp (GD). „Biologisch boeren past het beste bij ons. Onze varkens zijn kerngezond en de inkomsten zijn stabiel.”

Tientallen varkens rennen vrolijk rond in de grotendeels overdekte uitlopen van de familie Kruisselbrink in het Achterhoekse Westendorp. De biologische vleesvarkens ogen kerngezond en hebben het zichtbaar naar hun zin op deze zachte winterdag. Bas en zijn vrouw Els Kruisselbrink (beiden 61) kijken er verheugd naar. Zo zien ze het graag.
25 jaar lang was Bas Kruisselbrink een reguliere varkenshouder. Totdat hij steeds meer moeite kreeg met het welzijn van de dieren, de schaalvergroting en de markt. Kon dat niet anders, natuurlijker, dacht hij regelmatig. Als gangbare varkenshouder nam hij daarom deel aan dierenwelzijnsprogramma’s in de jaren negentig. „Er kwam begin deze eeuw steeds meer kritiek op de gangbare manier van boeren. Ik had nog wel de passie, maar ik schaamde me soms om te vertellen dat ik varkenshouder was.”
Door de MKZ-crisis in 2001 ging hun vleesvarkensbedrijf zes weken op slot. De varkenspest zorgde er van 1997 tot medio 1998 ook al voor dat ze zes weken geen varkens mochten aan- en afleveren. „Ons bedrijf viel in beide gevallen net in het beperkingsgebied, waardoor we onze varkens veel te zwaar moesten afleveren.” Dit versterkte het gevoel van Kruisselbrink dat het anders moest.

Bank aanvankelijk kritisch

Hij oriënteerde zich en kwam uit bij biologisch, nadat hij met meerdere biologische varkenshouders had gesproken en zich erin verdiept had. „We hielden 750 gangbare vleesvarkens en ik kon uitbreiden naar 1.200. Adviseurs raadden ons deze stap aan. Maar het voelde niet goed. De gangbare vleesvarkensprijzen kenden veel pieken en dalen. Door een onvoorziene gebeurtenis kon de prijs in elkaar klappen. Dat wilde ik niet meer. Ik wilde een stabieler inkomen.”
Hun bank was aanvankelijk kritisch toen ze een flinke financiering vroegen voor de omschakeling naar biologisch. „We gingen terug van 750 naar 500 varkens. Onze bankmedewerker vroeg zich af hoe we dit wilden terugverdienen met minder dieren.” Els vult aan: „Biologisch was toen onbekend bij onze bank.” Haar man knikt: „We hebben nog steeds dezelfde bankmedewerker als destijds. Hij vindt het net als wij de beste keuze die we ooit hebben gemaakt.”

Vraaggestuurde keten

Het gezin besloot in 2006 over te stappen op biologisch. Maar het duurde tot april 2008 voordat ze hun eerste biologische biggen konden opleggen. Kruisselbrink leverde zijn gangbare varkens aan Vion en wilde graag deelnemen in ketenconcept De Groene Weg van de slachterij, dankzij zijn goede ervaringen met het bedrijf. „De Groene Weg is een vraaggestuurd korteketenconcept. We moesten wachten totdat er vraag was naar meer varkensvlees. Pas na het regelen van de afzet hebben we een vergunning en financiering aangevraagd”, zegt Els. De vergunning was snel rond.
Kruisselbrink kwam er binnen enkele maanden al achter dat biologisch de manier van boeren is die het beste bij hem past. „Bas kwam regelmatig met een glimlach binnen. Ik merkte aan zijn gedrag dat hij gelukkiger was over deze manier van varkens houden”, blikt Els terug. „Onze kinderen waren toen nog jong. Zij vonden het prachtig dat de biggen vlak na het opleggen buiten in de uitlopen liepen.”
De eerste vier maanden moesten ze financieel overbruggen. Daarbij hadden ze het geluk dat ze drie stallen hadden en in januari de laatste gangbare varkens hadden afgeleverd. Ze moesten tot augustus wachten voordat de eerste biologische varkens geslacht konden worden. „De voerkosten van biologische vleesvarkens zijn bijna twee keer zo hoog als voor gangbaar. Dat hakte er wel even in de eerste maanden”, weet ze nog.

We hebben ieder jaar nog verdiend aan onze biologische vleesvarkens

Stabiel inkomen

De Groene Weg spiegelde hen in de voorbereidende gesprekken voor dat de biologische varkensprijs vrij stabiel zou zijn. Hier hebben ze zich altijd aan gehouden, geeft Kruisselbrink aan. „Met gangbare vleesvarkens waren de prijzen grilliger. Sinds de overstap op biologisch hebben we ieder jaar verdiend aan de varkens. Dat komt ook, doordat onze technische resultaten bovengemiddeld zijn.”
De Achterhoeker benadrukt dat biologisch boeren een andere manier van varkens houden is en echt bij je moet passen. „Even snel de varkens verzorgen, zoals op sommige grote gangbare vleesvarkensbedrijven gebeurt, is er niet bij. Ik heb aandacht voor ieder individueel dier.” Door zijn diergerichte aanpak ligt de uitval op hun bedrijf slechts tussen de 1 en 1,5 procent per jaar en is daarmee zeer laag.
Zijn varkens zijn gezonder en hebben meer weerstand door de buitenuitloop en lagere bezetting. Zo hoort Kruisselbrink zijn varkens nauwelijks hoesten. Met 0,5 dierdagdoseringen is hun antibioticagebruik erg laag. Alleen als een varken een poot kneust, zet hij weleens antibiotica in.

Boevenhok

De varkenshouder benadrukt dat hij dankzij de goede samenwerking in de keten technisch goed kan draaien. „We ontvangen sinds 2009 biggen van dezelfde biologische vermeerderaar. De bigkwaliteit is uitstekend. En mocht er een keer iets zijn, dan houden we elkaar op de hoogte. We hebben nauw contact met elkaar en zitten in dezelfde studiegroep.”
Naast voerkwaliteit, stal en ventilatie is vakmanschap een aspect dat volgens hem essentieel is om technisch goed te draaien. „Nadat een afdeling leeg is, spuit ik deze altijd schoon en ontsmet deze om de ziektedruk te verlagen”, schetst Kruisselbrink.
„Onze biologische vleesvarkens zijn rustiger dan gangbare, doordat ze meer ruimte hebben.” Hij werkt al sinds 2008 met hele staarten en ziet nauwelijks staartbijten. „Af en toe zien we een varken staartbijten. Dat dier zonder ik dan af. Hiervoor heb ik een apart hok, waar de buitenruimte een zandbak heeft, zodat ze veel kunnen wroeten. Het ‘boevenhok’ noem ik dat. Nadat ze afgezonderd zijn, zie ik ze nooit meer staartbijten.”
Hij strooit iedere dag stro bij. „Het werk is arbeidsintensief. Maar we hebben veel werkplezier, door onder meer de rust in de stal en doordat we natuurlijk gedrag van de varkens zien. Door het vele bewegen (onze varkens hebben drie keer zoveel ruimte als gangbare varkens), zowel binnen als buiten, zijn de varkens goed bespierd. Dat komt de kwaliteit van het vlees ten goede.”

Als enige over

Bas en Els staan nog steeds pal achter overstap naar biologisch: „Ik was nu geen varkenshouder meer geweest als ik in 2008 niet was omgeschakeld naar biologisch”, stelt Bas. „Met 750 gangbare vleesvarkens was onze omvang klein. Mij werd lange tijd geadviseerd om te groeien door bijvoorbeeld stallen te huren. Om ons heen gebeurde dit. Ik zat in een voercluster van zeven varkenshouders die allemaal groter waren dan wij. Maar nu zijn wij nog als enige over.”
Hij begon in 1982 op zijn achttiende als boer. „Ik heb jarenlang, naast de boerderij, buiten de deur gewerkt om voldoende inkomen te genereren. Sinds 2020 ben ik fulltime boer.” Els werkt nog in de zorg.

Bedrijfsgegevens

Bas en zijn vrouw Els Kruisselbrink houden 500 biologische vleesvarkens in Westendorp (GD). Ze hebben daarnaast 9,5 hectare biologisch grasland in gebruik. Het gras verkopen ze aan biologische veehouders in de buurt. Ze bemesten het grasland met de biologische mest van hun varkens. De overige mest zetten ze af aan biologische akkerbouwers in de regio van wie ze biologisch stro terugkopen.
Ze hebben geen opvolger en willen in het jaar 2030 stoppen. Hun uitlopen bestaan nu volledig uit roostervloer, maar moeten in 2030 voor de helft een dichte vloer hebben. Daar willen ze niet meer in investeren vanwege hun leeftijd en het ontbreken van een opvolger.

Beeld: Natasja Beverloo

Tags
VarkensGelderland
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Vee & Gewas lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.