Sterke Erven Logo
Kennispartner

Succesvolle biggenvaccinatie begint met de juiste timing!

Kennispartner5 min
Voor zeugenhouders is de speenperiode één van de meest kritische fasen in de productiecyclus. Rond het spenen stapelen risicofactoren zich op: voerovergang, mengen van tomen, verplaatsen naar een andere afdeling en een duidelijke daling van maternale immuniteit. Juist in deze periode krijgen luchtwegpathogenen en andere ziekteverwekkers de kans om door te breken. De kernvraag is daarom niet alleen óf u vaccineert, maar vooral: zijn uw biggen beschermd vóór de infectiedruk stijgt?

Immuniteit bouwt niet direct op

Na vaccinatie heeft een big tijd nodig om bescherming op te bouwen. Deze zogenoemde onset of immunity varieert per vaccin en pathogeen, maar bedraagt doorgaans één tot enkele weken. Bovendien kan de aanwezigheid van maternale antistoffen de respons op vaccinatie beïnvloeden.3,5

Tegelijkertijd daalt in de eerste levensweken de maternale immuniteit die met de biest wordt opgenomen. Rond de speenleeftijd ontstaat daardoor een kritische overgangsfase: de passieve bescherming neemt af, terwijl de actieve immuniteit nog in ontwikkeling kan zijn. Wanneer vaccinatie te laat plaatsvindt, kan een ‘immunologisch gat’ ontstaan. De snelheid waarmee maternale antistoffen dalen verschilt per bedrijf en zelfs per toom. Biestopname, zeugenvaccinatieschema’s, infectiedruk en bedrijfsstatus spelen hierbij een bepalende rol. Vaccinatieplanning is daarom per definitie maatwerk.

Wat ziet u terug in uw cijfers?

Wanneer bescherming niet tijdig op niveau is, vertaalt zich dat doorgaans rechtstreeks in de technische resultaten:

Een suboptimale timing van vaccinatie manifesteert zich dus niet alleen klinisch, maar ook economisch.

Verschillen tussen belangrijke infecties

Niet elke ziekteverwekker vraagt om dezelfde vaccinatiestrategie of timing.

PCV2
Porcine circovirus type 2 (PCV2) kan al op jonge leeftijd subklinisch circuleren. Vroege vaccinatie vóór natuurlijke veldinfectie vermindert de virale belasting, klinische verschijnselen en productieverliezen.4,5
Het moment van vaccineren kan best afgestemd worden op de mate van aanwezigheid van maternale antistoffen en verwachte infectieleeftijd.

PRRS
PRRS-virus kent een complexe interactie met het immuunsysteem en veroorzaakt zowel respiratoire als reproductieve problemen. De bedrijfsstatus, de circulerende veldstammen en de stabiliteit van de zeugenstapel bepalen mede de vaccinatiestrategie.1
Omdat verspreiding vaak samenvalt met stressmomenten zoals mengen of verplaatsen, is tijdige bescherming cruciaal voor bedrijfsstabilisatie.

Mycoplasma hyopneumoniae (M. hyo)
M. hyo veroorzaakt chronische longlaesies en groeivertraging. Besmetting rondom het spenen zijn sterk gerelateerd aan longetsels bij de slacht. Vaccinatie reduceert longschade en uitscheiding, maar de immuniteitsopbouw verloopt geleidelijk.2 Overweeg een vroege vaccinatie van de biggen (in de eerste levensweek), wanneer er bij onderzoek een vroege mycoplasma infectie op het bedrijf voorkomt.

Actinobacillus pleuropneumoniae (App)
App veroorzaakt vaak acute uitbraken na stressmomenten. Omdat maternale antistoffen de eerste levensweken nog actief bescherming bieden, maar ook vaccinrespons kunnen neutraliseren, is timing cruciaal. Daarom worden biggen in de praktijk veelal vanaf 6 weken leeftijd of ouder gevaccineerd, wanneer de maternale immuniteit voldoende is gedaald voor een optimale opbouw van actieve bescherming.

Vaccineren vóór de piek in infectiedruk

Wanneer vaccinatie plaatsvindt rond of na het spenen, kan de immuniteitsopbouw samenvallen met een stijgende infectiedruk. In dat geval loopt de bescherming achter op wat er in de stal gebeurt.
De optimale timing hangt af van meerdere factoren:

Analyse van gezondheidsdata, longscoringsresultaten en serologie helpt om het optimale vaccinatiemoment af te stemmen op het moment waarop bescherming daadwerkelijk nodig is. Vaccinatieplanning is daarmee geen vast protocol, maar een dynamisch onderdeel van het bedrijfsgezondheidsplan.

De praktische vraag is dan ook:
Sluit het huidige vaccinatiemoment aan bij het moment waarop de infectiedruk daadwerkelijk toeneemt. Bespreek dit samen met uw dierenarts. In de speenperiode ziet u het verschil tussen ‘gevaccineerd’ en ‘op tijd beschermd’ vaak direct terug in uw technische resultaten.

Referenties

1. Lunney, J. K., Benfield, D. A., & Rowland, R. R. R. (2016). Porcine reproductive and respiratory syndrome virus: An update on an emerging and re-emerging viral disease of swine. Virus Research, 226, 1–6.

2. Maes, D., Segalés, J., Meyns, T., Sibila, M., Pieters, M., & Haesebrouck, F. (2008). Control of Mycoplasma hyopneumoniae infections in pigs. Veterinary Microbiology, 126(4), 297–309.

3. Martínez-Boixaderas, N., Sibila, M., et al.(2022). Impact of maternally derived immunity on immune responses elicited by piglet early vaccination against common porcine respiratory pathogens. Porcine Health Management, 8, Article 17.

4. Opriessnig, T., Meng, X. J., & Halbur, P. G. (2007). Porcine circovirus type 2-associated disease: Update on terminology, clinical manifestations, pathogenesis, diagnosis, and intervention strategies. Journal of Veterinary Diagnostic Investigation, 19(6), 591–615.

5. Poulsen, B., Van Vlaenderen, I., et al.(2021). Do high levels of maternally derived antibodies interfere with piglet vaccination against porcine circovirus type 2? Vaccines, 9(8), 923.

MM-46460

Tags
VarkensDiergezondheid
Logo Zoetis

Bij Zoetis draait het om de diergezondheid. We maken ons sterk om varkenshouder en dierenarts te voorzien van hoogwaardige geneesmiddelen, vaccins en diensten.
Met maatwerkoplossingen die voortkomen uit ons uitgebreide R&D-programma en waar het werkveld om vraagt. Want bij Zoetis werken we graag samen aan resultaten die tellen.