Sterke Erven Logo

Meer melkveebedrijven verliezen IBR-status, BVD verbetert trager

02 min
De bestrijding van IBR en BVD in Nederland laat nog altijd vooruitgang zien, maar het tempo begint te vertragen. Vooral bij IBR gingen meer melkveebedrijven er in gezondheidsstatus op achteruit dan een jaar eerder.

In 2025 verloren 26 melkveebedrijven hun IBR-vrijstatus en 45 hun onverdachtstatus, blijkt uit recente cijfers van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Dat is een toename ten opzichte van 2024. Daarmee wijkt IBR af van de bredere lijn: het aandeel bedrijven met een gunstige status is de afgelopen jaren juist gestegen. Begin 2026 is 57,4 procent van de bedrijven IBR-vrij en heeft bijna 85 procent een gunstige uitgangspositie, inclusief 27,3 procent IBR-onverdachte bedrijven. Dat betekent een stijging van 2,2 procentpunt ten opzichte van een jaar eerder.

Een deel van de omslagen – veranderingen van de gezondheidsstatus van gunstig naar ongunstig – heeft waarschijnlijk geen directe relatie met nieuwe besmettingen. Bij ongeveer twee derde van de bedrijven die hun onverdachtstatus verloren, lijkt geen sprake van actieve viruscirculatie. De oorzaak ligt volgens de GD vermoedelijk in de overgang van vaccinatie naar tankmelkonderzoek, waarbij het aantal dieren met antistoffen rond de afkapwaarde van de test schommelt.

Opvallend is wel dat in het laatste kwartaal van 2025 meer uitbraken op IBR-vrije bedrijven zijn vastgesteld. Die ontwikkeling zet zich voort in 2026. Vooralsnog zijn er volgens de GD geen aanwijzingen voor regionale clustering van besmettingen.

BVD: gestage verbetering, maar minder snel

Bij BVD blijft de trend positief, al vlakt ook hier de vooruitgang af. Begin 2026 had 91,1 procent van de melkveebedrijven de BVD-vrijstatus. Het aantal BVD-vrije bedrijven met een infectie-indicatie daalde van 138 in 2024 naar 112 in 2025. Ook het aandeel bedrijven met een omslag nam licht af.

De monitoring van dragers laat een vergelijkbaar beeld zien. In 2024 werden 407 dragers gevonden op 111 bedrijven; in 2025 ging het om 392 dragers op 83 bedrijven. Eén bedrijf met een grote uitbraak was verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van het totale aantal gevonden dragers. Net als bij IBR zijn er geen aanwijzingen voor regionale clusters.

Per saldo ontwikkelt de bestrijding van zowel IBR als BVD zich in de goede richting, zo stelt de GD vast. Het aandeel bedrijven met een gunstige status groeit nog steeds.

Beeld: Ingrid Sweers

Bron: Gezondheidsdienst voor Dieren

Tags
MelkveeDiergezondheidRegelgevingAgribusiness