Europa presenteert actieplan voor meststoffen om minder afhankelijk te worden van kunstmestimport
'Dierlijke mest afvoeren en dure kunstmest aankopen is moeilijk aan boeren te verkopen'

De prijzen van meststoffen zijn flink gestegen, onder andere door de afsluiting van de Straat van Hormuz. De Europese Commissie stelt maatregelen voor om de Europese binnenlandse productie van meststoffen te verhogen en meer in te zetten op het verhogen van de productie van alternatieve meststoffen.
Momenteel wordt 30 procent van de stikstof en maar liefst 70 procent van de fosfaatmeststoffen, die de boeren in Europa gebruiken, geïmporteerd. Daarbij komt ook nog eens dat de productie van meststoffen in de EU afhankelijk is van duur aardgas.
Meer ruimte voor dierlijke mest
Europarlementslid Bert-Jan Ruissen (SGP) spreekt van een gemiste kans. Volgens hem had de Europese Commissie dit plan kunnen aangrijpen voor een herziening van de Nitraatrichtlijn om meer ruimte te geven voor hergebruik van nutriënten in dierlijke mest’. De boeren in Europa hebben volgens hem 'betrouwbare toegang tot betaalbare meststoffen nodig om de voedselproductie, het concurrentievermogen en strategische weerbaarheid te behouden'.
De Europese Commissie moet daarom meer ruimte geven voor circulair gebruik van nutriënten in dierlijke mest. Ruissen: „Het is zeker in deze tijd niet uit te leggen dat boeren de nutriëntrijke dierlijke mest moeten afvoeren en dure kunstmest moeten aankopen. Het is hard nodig om de verouderde regels uit de Nitraatrichtlijn aan te passen om circulariteit te bevorderen."
'Het had beter gemoeten'
De kern van zijn pleidooi was om ervoor te zorgen dat de meststoffen voor boeren betaalbaar blijven en Europa minder afhankelijk te maken van de import van kustmest. Daarmee zat hij op de lijn van de Europese Commissie.
Ruissen noemt het een 'terecht streven in deze turbulente tijd met aanhoudend hoge energieprijzen'. Toch had het voor hem beter gemoeten. Ruissen: „De maatregel die het meest effect kan hebben, ontbreekt namelijk. Namelijk het vol inzetten op circulariteit. Ik doel op het hergebruiken van de nutriënten uit dierlijke mest. Het is niet uit te leggen dat boeren dierlijke mest moeten afvoeren en vervolgens dure kunstmest moeten aankopen om gewassen van de nodige nutriënten te kunnen voorzien. Wat verruimingen rond digestaat (Renure) zijn niet voldoende. Wat nodig is, is een wijziging van de verouderde Nitraatrichtlijn.”
Daarom besluit hij bijna met een smeekbede aan de bevoegde EU-commissaris: „Alstublieft, talm niet langer, kom zo snel mogelijk met voorstellen hiervoor.”
BBB: Brussel staat ver van boerenpraktijk af
BBB sluit zich aan bij de SGP. Europarlementariër Sander Smit, lid van de commissie milieu, klimaat en voedselveiligheid, reageert fel: „Het nieuwe Actieplan Meststoffen toont aan hoe ver Brussel nog steeds van de boerenpraktijk afstaat. We zitten midden in een meststoffencrisis en de Commissie weigert nog altijd de achterhaalde Nitraatrichtlijn uit 1991 open te breken. Renure en digestaat alleen zijn niet voldoende. Terwijl de Commissie miljarden uit haar ETS-CO2-heffing en CBAM-klimaat-grensbelastingen niet terug laat vloeien naar de boeren, dwingt ze veehouders in onder meer Nederland en Vlaanderen nog altijd om hun eigen dierlijke mest af te voeren en peperdure kunstmest aan te voeren. Dat is absurd, de omgekeerde wereld.”
Smit wijst erop dat de intentie om CBAM te versoepelen van tafel lijkt, terwijl de impact van de koolstoftaks op de kunstmestprijzen volop merkbaar is. BBB blijft pleiten voor meer flexibiliteit en het onmiddellijk inzetten van dierlijke mest in alle vormen – onbewerkt én als volwaardige kunstmestvervanger – om de Europese meststoffenmarkt te ontlasten. „Al meer dan anderhalf jaar eist een meerderheid van dit Parlement – op ons initiatief – meer ruimte voor dierlijke mest en een volledige herziening van de verouderde Nitraatrichtlijn. Deze Commissie blijft maar treuzelen tegen de wil van de meerderheid in. Wat mist is boerenverstand."
Boerenorganisaties kritisch op mestplan
Copa Cogeca: 'Voedselinflatie dreigt voor Europese consumenten'
De Europese boerenkoepelorganisatie Copa Cogeca spreekt van 'grote bezorgdheid' dinsdag in Straatsburg, waar boeren uit heel Europa zich opnieuw hadden verzameld voor een symbolische actie, slechts enkele uren voor de presentatie van het kunstmestactieplan van de Commissie.
Het plan, dat werd aangekondigd als reactie op de ernstige crisis waarmee boeren worden geconfronteerd door de torenhoge kosten van deze essentiële grondstof, bevat geen onmiddellijke maatregelen die boeren hoop zouden geven op economische verlichting op de korte termijn in het Midden-Oosten. Het plan mist volgens beide organisaties concrete en ambitieuze maatregelen op zowel de middellange als lange termijn om verlichting te bieden van de kunstmatig opdrijvende kunstmestprijzen door de vele EU-maatregelen.
Voor alle boeren die zich buiten het Europees Parlement hadden verzameld, is de conclusie duidelijk: als de prijzen voor de belangrijkste categorieën kunstmest de komende weken en maanden op het huidige niveau blijven, zal de landbouwcrisis snel omslaan in voedselinflatie voor Europese consumenten en een voedselcrisis op wereldschaal.
Na jarenlang verlies te hebben geleden, in combinatie met stagnerende graanprijzen, zal de cashflow van veel akkerbouwbedrijven in Europa een schok van deze omvang niet kunnen opvangen. 'Er is daarom dringend behoefte aan actie en aan het anticiperen op een tekort aan kunstmest, bovenop de onbetaalbare prijzen', aldus Copa Cogeca.
LTO: Afhankelijkheid van kunstmest wordt niet verlaagd mest mestplan
LTO Nederland is kritisch op het vandaag gepresenteerde Fertiliser Action Plan van de Europese Commissie. Volgens de boerenorganisatie is het meest voor de hand liggende plan, het beter benutten van dierlijke mest, niet in het plan opgenomen.
LTO pleit voor aanpassing van de Europese Nitraatrichtlijn, om op korte termijn meer ruimte te geven voor het gebruik van dierlijke mest. Daarbij komt dat de opschaling van het gebruik van Renure-meststoffen, kunstmestvervangers van verwerkte dierlijke mest, nu nog beperkt wordt doordat maar een beperkt aantal technieken ingezet mag worden om deze producten te maken.
In plaats daarvan stelt de Europese Commissie voor om criteria op te stellen voor het gebruik van digestaat (een product dat overblijft na vergisting van dierlijke mest of plantaardige reststoffen) boven de gebruiksnormen voor dierlijke mest. Hoewel dit ook voor Nederland op termijn extra bemestingsruimte kan opleveren, blijft LTO het opvallend vinden dat de meest directe oplossing – meer ruimte voor dierlijke mest en Renure -producten – buiten beschouwing blijft.
Tegelijkertijd laat de langverwachte evaluatie van de Europese Nitraatrichtlijn nog altijd op zich wachten, waardoor onduidelijk blijft of Brussel bereid is de huidige mestregels daadwerkelijk te moderniseren.
Ook stelt de Europese Commissie voor om boeren te compenseren voor de gestegen kunstmestkosten, maar dan wel hoofdzakelijk vanuit al bestaande budgetten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. LTO heeft lage verwachtingen bij de effectiviteit hiervan, omdat die middelen nu juist al onder andere worden ingezet voor vergroening van de land- en tuinbouw en compensatie dus ten koste zal gaan van deze maatregelen. Er wordt daarnaast wel aangekondigd om meer fondsen te mobiliseren voor een EU-crisisreserve voor de landbouw, maar het is nog onduidelijk hoeveel budget hiervoor wordt vrijgemaakt.
Achtergrond en duiding
Stikstofmeststoffen spelen cruciale rol bij belangrijkste gewassen
Sinds 2021 is het onrustig op de Europese mestmarkt. Na de Russische invasie van Oekraïne en de energiecrisis van 2022 die volgde, daalden de prijzen, maar keerden ze niet terug naar de niveau's van voor de coronaperiode.
De mestprijzen stegen opnieuw in 2025, met een harde stijging in februari 2026 door de crisis in het Midden-Oosten. In april 2026 lagen de totale stikstofmestprijzen 71 procent hoger dan het gemiddelde van 2024. De betaalbaarheid van de meststof (verhouding van de mestprijzen en de graanprijzen) is op zijn laagst sinds 2022.
De EU blijft afhankelijk van de import voor minerale meststoffen en belangrijke grondstoffen, zoals ureum en ammoniak. Dit verhoogt de blootstelling van de sector aan wereldwijde marktverstoringen en prijsvolatiliteit. De EU-meststofproductie is ook sterk afhankelijk van aardgas, dat zowel een belangrijke grondstof als een belangrijke energiebron voor de productie van stikstofmeststoffen is.
Dit is ook een van de redenen waarom de sluiting van de gasvelden in Groningen op onbegrip stuit in heel wat EU-landen en daarbuiten. 'Nederland zou geen milieusubsidies moeten krijgen uit de Europese kas', zei een Pools Europarlementslid in Straatsburg. De beschikbaarheid van aardgas bepaalt ongeveer 70 procent van de kosten.
Ongeveer dertig procent van de stikstofmeststoffen, zeventig procent van de fosfaatmeststoffen en circa veertig procent van het kalium komt komt jaarlijks van buiten de EU richting Europa. De sluiting van de Straat van Hormuz in 2026 heeft geleid tot verstoring in de toeleveringsketens voor meststoffen. Het gevolg was stijgende mest- en energieprijzen. Ook heeft het de beschikbaarheid van belangrijke grondstoffen voor de EU-meststofproductie beïnvloed.
Het Midden-Oosten is goed voor ongeveer 35 procent van de wereldwijde export van stikstofmeststoffen. Ondanks de beperkte directe afhankelijkheid van de EU van de regio (ongeveer 3 procent van de invoer van ammoniak en tussen 1 en 2 procent van de invoer van stikstofmeststoffen, red.), zijn meststoffen mondiale grondstoffen dus drukken verstoringen de prijzen. Verstoringen in de regio dreigen het wereldwijde aanbod aan te scherpen en de concurrentie voor alternatieve bronnen te vergroten.
Tekst: Jan Schils freelance correspondent Brussel
Beeld: Peter Hammink
Bronnen: LTO Nederland, Copa Cogeca


