Sterke Erven Logo

Bakpremies compenseren nauwelijks opbrengstverlies

03 min
Bakpremies, doorgaans een kwaliteitstoeslag die akkerbouwers ontvangen voor onder andere hogere eiwitgehaltes en valgetallen bovenop de reguliere prijs van voertarwe, lijken vooralsnog niet op te wegen tegen opbrengstverliezen in een teelt zonder of met een aangepaste gewasbescherming. Dat terwijl proeven voorzichtig laten zien dat er qua eiwitgehalte het niet uitmaakt of er wel of geen chemie is toegepast. „Soms zit er zonder chemie zelfs meer eiwit in omdat de granen meer ruimte hebben”, vertelt onderzoeker Kees Meesters van Wageningen UR.

Gemiddeld leveren telers tien procent opbrengst in als er ziekte in de granen ontstaat. De variatie ligt echter tussen soms 25 procent opbrengstderving tot 1 of 2 procent. „Je weet natuurlijk pas achteraf als je moet spuiten”, vertelde Meesters afgelopen donderdag bij een rondgang langs de proeven, die in het kader van de Akkerbouwdag (georganiseerd door WUR en Misset) werd georganiseerd.

„Over het algemeen wordt het graan in Nederland op goede gronden geteeld. Dat zorgt dat we hoge opbrengsten hebben, maar dat zorgt ervoor dat eiwit per definitie omlaag gaat. We hebben daarbij veel concurrentie van baktarwe uit Frankrijk en andere landen waar de kostprijs (door de lagere grondprijzen, red.) een stuk lager is.”

Naast gewasbescherming wordt in bemestingsproeven gekeken hoe geselecteerde rassen omgaan met stikstof. Bij vier rassen worden veertien verschillende bemestingen toegepast, waarbij de stelling is: ‘hoe meer stikstof je geeft, hoe meer opbrengst je krijgt en hoe hoger het eiwitgehalte is’. „Tegen de achtergrond dat er steeds meer beperkingen komen op stikstofbemesting, willen we weten wat dat doet met bakkwaliteit. Idealiter geven we het gewas 200 tot 240 kilogram stikstof, maar we gaan meer richting 160 kilogram.”

Qua volume levert een brood gewoon in als er te weinig stikstof op komt. Meesters liet daarbij twee verschillende broden zien die in 2024 waren gebakken, met verschillende stikstofgiften. Tussen rassen lijkt er echter wel verschil te zitten. „We willen nu op moleculair niveau kijken welke eiwitten nu voor bakvolume zorgen, want als we dat weten dan zouden we daar ook op kunnen veredelen.”

Vanuit de PPS Nederlandse baktarwe liggen er in Lelystad diverse proeven. Binnen de graan-, meel- en broodketen is er een sterke behoefte om meer zelfvoorzienend te zijn in de productie van baktarwe. Twintig partijen uit alle schakels van de graan-, meel- en broodketen hebben binnen deze PPS de koppen bij elkaar gestoken om gezamenlijk kritieke knelpunten voor ‘meer graan van eigen bodem’ aan te pakken.

Beeld: Martin de Vries

Tags
AkkerbouwGraanPlantgezondheidTopgewasFlevoland