Sterke Erven Logo

Kan de akkerbouwsector helpen om Nederland weer van het stikstofslot te halen?

Doelsturing in de akkerbouw: KPI2: ammoniakemissie

04 min
Minder regels, meer eigen verantwoordelijkheid. Dat is de belofte van doelsturing. Niet sturen op maatregelen maar op het resultaat. Met de KPI kernset ligt er nu een compacte basis om duurzaamheidsprestaties van akkerbouwers zichtbaar en vergelijkbaar te maken: integraal, met zo veel KPI’s als nodig en zo weinig als mogelijk. In deze reeks leg ik de KPI’s langs de praktijk. Deze keer KPI 2: ammoniakemissie.

En daarvan hoor ik u denken: dat is toch een probleem van de veehouderij? Misschien wel, want daar wordt de mest geproduceerd. Maar u voert die mest aan. En juist bij het uitrijden ontstaat een deel van de emissies. In akkerbouwprovincies als Zeeland is zelfs tachtig procent van alle ammoniakemissies die toegerekend worden aan de landbouw afkomstig vanuit de bemesting en slechts een klein deel vanuit stallen. Nog even het probleem: we bemesten niet alleen het land maar ook de natuurgebieden. Ammoniak vervluchtigt en slaat ergens anders neer waardoor de kritische depositiewaardes op natuur worden overschreden. Binnen vijfhonderd meter van een Natura2000 gebied kun je nog een harde relatie leggen tussen het bedrijf en die KDW. Maar feitelijk draagt iedereen die mest uitrijdt bij aan de zogenaamde deken van ammoniak en dus kan ook iedereen maatregelen nemen die helpen. Dus deze KPI hoort zeker in de kernset, maar het is tegelijkertijd ook niet eenvoudig. Want het is niet alleen techniek maar ook management: timing, weersomstandigheden, mestsoort en benutting door het gewas. In het vijfjarige praktijkprogramma Bemest op z’n Best is dat beeld scherp bevestigd. De belangrijkste conclusie: er is winst te behalen simpelweg door bestaande technieken beter toe te passen. Op veel bedrijven gaat het namelijk nog mis in de uitvoering: de bemester is niet goed afgesteld, de mest komt niet goed in de grond of het moment van toediening is suboptimaal. Daardoor ontstaat juist in de eerste uren na toediening een piek in emissie en gaat waardevolle stikstof verloren.

Hoe kunnen we van stikstof verliezen naar stikstof benutten? Beter voor de portemonnee van de boer en voor het milieu.

Uit datasets vanuit Zuidwest-Nederland, vanuit Flevoland en Drenthe krijgen we nu een beeld van de spreiding van deze KPI. Maar de registratie is nog wel een dingetje. Zo heeft het afdekken van mest op bouwland heel veel effect, maar wie weet dat? Waar registreren we dat? En nog moeilijker: hoe krijgen we „netjes werken” ook erkend in de rekenmodellen waar we wel op worden afgerekend?

Kansrijk is volgens mij om loonwerkers hier beter bij te gaan betrekken. In de regel voeren zij de bemesting uit en hebben zij de contacten met de veehouder. Die veehouder kan meer organische gebonden stikstof leveren. En de loonwerker kan investeringen in techniek en borging doen. U kent het riedeltje denk ik wel: de juiste meststof, op het juiste moment, op de juiste plaats en in de juiste hoeveelheid.

Gebruik KPI’s daarom allereerst om jezelf te vergelijken met collega’s op vergelijkbare grondsoorten en met vergelijkbare bouwplannen. Zie het als een kans om uw duurzaamheidsprestaties continu te verbeteren. In eerste instantie zijn KPI’s vooral geschikt voor stimulerend beleid – om inzicht te geven en beweging te creëren.

Maar let op: die ruimte blijft alleen bestaan als de sector laat zien dat het werkt. Ammoniak draagt direct bij aan stikstofdepositie op natuur en daarmee aan het stikstofslot waar Nederland nu in zit. Minder emissie betekent dus niet alleen betere benutting van stikstof, maar ook ruimte voor ontwikkeling.

'Meten en verbeteren via KPI’s brengt de sector vooruit. Zie het als kans en voorkom kalenderlandbouw.'

Tekst:

Beeld: Ellen Meinen

Tags
AkkerbouwBedrijfsstrategieDataDierlijke mestKaderrichtlijn WaterKunstmestManagementMinisterie landbouwNitraatrichtlijn