Omzet en aanwas krijgt grotere rol op melkveebedrijf

Wereldwijd groeit het aandeel niet-melkgerelateerde inkomsten op melkveebedrijven, ook in Nederland, volgens de bank. Gecorrigeerd voor een gemiddelde melkprijs vertegenwoordigt de post omzet en aanwas inmiddels 9,9 procent van de totale omzet. ‘En dat aandeel groeit structureel.’ Dat laat zien dat rundvee een belangrijkere rol krijgt in het verdienmodel van het melkveebedrijf.
Dat komt met name door de gestegen prijzen voor nuchtere kalveren en slachtkoeien. Die ontwikkeling lijkt structureel, volgens de analiste. ‘De combinatie van een krimpende Europese melkveestapel, een groeiende wereldwijde vraag naar dierlijke eiwitten en toenemende belangstelling voor duurzaam geproduceerd rundvlees, maakt dat het speelveld voor zowel melkvee- als kalverhouders kan verschuiven’, stelt ze.
Koeien langer aangehouden
De hoge melkprijs in 2025 zorgde ervoor dat melkveehouders koeien langer aanhielden. Volgens cijfers van RVO kwam het aantal runderslachtingen in Nederland in 2025 uit op ruim 527.000 dieren, waarmee het totaal ruim 4,6 procent lager lag dan 2024. Vanwege de relatief lage aantallen slachtrunderen is de gestegen opbrengstenpost omzet en aanwas vooral gelinkt aan de prijsvorming van kalveren.
Prijzen voor nuchtere kalveren liepen sterk op. Waar prijzen in 2023 en 2024 doorgaans tussen de 100 en 225 euro per kalf lagen, werd in de zomer van 2025 een piek van meer dan 500 euro per kalf gerealiseerd. Wat voor melkveehouders een stijgende opbrengst is, vertaalt zich voor vrije kalverhouders direct in hogere aankoopkosten. De prijzen van startkalveren lagen in 2023 en 2024 nog grofweg tussen de 300 en 400 euro per kalf en piekten vorig jaar ruim boven de 700 euro voor een startkalf.
Structureel krapper aanbod van kalveren
Behalve het door blauwtong verschoven afkalpatroon, wat in de eerste helft van 2025 het kalveraanbod drukte, is er ook sprake van een structureel krapper aanbod van kalveren. De Nederlandse melkveestapel krimpt onder invloed van stikstofbeleid, milieuregels en extensivering. Minder melkkoeien betekent automatisch minder slachtkoeien en minder kalveren. Daarnaast is ook het aantal herkomstlanden voor kalverimport afgenomen. Tegelijk speelt de diergezondheidsstatus een steeds grotere rol, waardoor bepaalde handelsstromen kunnen worden beperkt.
Kansrijke niche: kalveren zelf afmesten
De Rabobank ziet ook een kansrijke niche ontstaan voor (extensieve) melkveebedrijven die de kalveren zelf aanhouden en verwaarden tot rundvlees. Dit vraagt wel voldoende grond, arbeid, stalcapaciteit en ondernemerschap. Daarom zal het een niche blijven. Kalveren op het eigen bedrijf verwaarden tot rundvlees sluit goed aan bij de groeiende vraag vanuit retail en foodservice. Daar is steeds meer aandacht voor herkomst, weidegang, dierenwelzijn en een lage CO₂-footprint, aldus Dijs-Duijndam. Inkruisen met vleesvee op het ondereind van de melkveestapel heeft zeker op dat laatste punt een duidelijk voordeel, stelt ze.
In de Verenigde Staten is dat ‘beef on dairy’ al heel lang een trend. In de EU zet ook Ierland hier nu sterk op in, met steun vanuit de overheid. De focus verschuift daar van de export van kalveren (wat ook maatschappelijk onder een kritisch vergrootglas ligt) naar meer rundvleesproductie in eigen land.
Gineke Mons
Gineke Mons (1970) groeide op op een biologisch melkveebedrijf in Gelderland. Vanaf begin jaren 90 is ze werkzaam in de landbouwjournalistiek. Sinds 2008 als freelancer, met het accent op veehouderij en diergezondheid.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: Rabobank


