Sterke Erven Logo

Raad van State uit stevige kritiek op wetsvoorstel grondgebondenheid

06 min
De afdeling advisering van de Raad van State uit stevige kritiek op het initiatiefwetsvoorstel van Pieter Grinwis (CU) en Harm Holman (NSC) over Grondgebondenheid en een verantwoorde mestafzet. Het voorstel omvat een grote verscheidenheid aan problemen en algemeen geformuleerde doelen die, aldus de afdelingen advisering, niet allemaal tegelijk haalbaar zijn. Het wetsvoorstel maakt niet duidelijk voor welke problemen het voorstel concrete oplossingen biedt. De Raad van State adviseert het wetsvoorstel niet te behandelen voor het op essentiële punten is aangepast.

De indieners streven met het wetsvoorstel naar een toekomstbestendige grondgebonden veehouderij. Het voorstel stoelt op drie belangrijke pijlers: een wettelijke norm voor grondgebondenheid; een indeling van landbouwgrond in een agrarische hoofdstructuur (AHS) en maatschappelijke landbouwgebieden (ML) en beperking van mesttransporten tot maximaal 100 kilometer of binnen vastgestelde regio’s.

Raad van State mist duidelijke probleemstelling

Volgens de Raad van State proberen de initiatiefnemers met het wetsvoorstel een aantal complexe problemen tegelijkertijd op te lossen. Door de veelheid aan problemen en oplossing is het niet duidelijk welk probleem met het wetsvoorstel wordt opgelost. De toelichting op het wetsvoorstel heeft volgens de Raad van State meer weg van een brede landbouwvisie dan van een onderbouwing van de voorgestelde maatregelen. De Raad van State adviseert het wetsvoorstel tot één onderwerp te beperken: de wettelijke verankering van grondgebondenheid.

Definitie grondgebondenheid ontbreekt

Volgens het advies ontbreekt In het voorstel een heldere en uitvoerbare definitie van het begrip 'grondgebondenheid'. De kern van het voorstel betreft een wettelijke norm die bepaalt hoeveel grond een melkveehouder minimaal moet hebben, ten opzichte van het aantal dieren.

Het voorstel om grond van andere bedrijven (binnen een straal van vijftig kilometer, via samenwerkingsovereenkomsten) mee te laten tellen, vervaagt volgens de Raad het beeld van een werkelijk gesloten kringloop op bedrijfsniveau.

Daarnaast is 'het ingediende wetsvoorstel gekoppeld aan de melkproductie per koe. Met het maken van deze keuzen vallen vleesveebedrijven buiten de regeling, terwijl Europese afspraken juist uitgaan van grondgebondenheid voor zowel melk- als rundveehouderij’, concludeert de Raad van State in haar advies.

Wetsvoorstel houdt mestoverschotten in stand

In haar kritiek op het voorstel stelt de Raad van State dat de voorgestelde normen om te komen tot grondgebondenheid onvoldoende streng zijn om te komen tot de beoogde sluiting van de mestkringloop. De Raad verwacht dat zelfs wanneer alle melkveehouders aan de grondgebonden normen voldoen, de mestoverschotten aanzienlijk blijven.

De Raad van State ziet in het wetsvoorstel ook geen enkele garantie dat het graslandareaal behouden blijft. Waarmee de Raad tot de conclusie komt dat het de voorgestelde invulling van grondgebondenheid naar alle waarschijnlijkheid niet leidt tot het realiseren van de doelen die de initiatiefnemers voor ogen hebben.

Invoering maatschappelijke landbouwgebieden roept veel vragen op

De Raad van State voorziet grote problemen bij de invoering van maatschappelijke landbouwgebieden. Zo is onduidelijk hoe provincies de beoogde 500.000 hectare maatschappelijke landbouwgrond moeten aanwijzen, terwijl de druk op de beschikbare ruimte in Nederland juist toeneemt door woningbouw, infrastructuur, natuurontwikkeling en defensie.

Ook de voorgestelde vergoeding roept veel vragen op. Het is voor de Raad onduidelijk op welke juridische basis deze wordt verstrekt, welke overheid ervoor verantwoordelijk wordt en hoe de jaarlijkse kosten van ongeveer 900 miljoen euro structureel worden gefinancierd.

Volgens de Raad vormt juist deze combinatie van ruimtelijke en financiële onzekerheden een serieus risico voor de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. En dan is er nog geen antwoord op de vraag op de Europese Unie een dergelijke steunmaatregel goedkeurt.

Mesttransportbeperking onvoldoende onderbouwd

De derde pijler onder het voorstel, het beperken van de mesttransporten, biedt volgens de Raad te weinig zekerheden dat het leidt tot een betere balans tussen mestproductie en mestafzet. Bovendien blijven mestoverschotten bestaan en bevat het voorstel verschillende uitzonderingen, waaronder mestverwerking en export. Dat maakt de meststromen volgens de Raad juist complexer en mogelijk fraudegevoeliger.

Vragen over eigendomsrechten en handhaving

Naast inhoudelijke bezwaren wijst de Raad van State op aanvullende aandachtspunten. Zo zijn de gevolgen voor eigendomsrechten van boeren onvoldoende uitgewerkt en is niet duidelijk welke compensatiemogelijkheden beschikbaar komen. Daarnaast heeft de Raad vragen over rechtsbescherming, handhaving en uitvoerbaarheid.

Raad van State: voorstel moet worden aangepast

Ondanks dat de Raad van State de wens onderschrijft om te komen tot een toekomstbestendige landbouw en grondgebondenheid als een mogelijk belangrijk instrument ziet, komt zij tot de conclusie dat het initiatiefwetsvoorstel in de huidige vorm onvoldoende is uitgewerkt en op meerdere punten tekortschiet.

De voorgestelde normen leiden volgens de Raad niet aantoonbaar tot kringlooplandbouw, de gebiedsdifferentiatie kent grote uitvoerings- en financieringsrisico’s en de mestvervoersbeperking is onvoldoende onderbouwd. Daarom adviseert de Raad van State het voorstel niet verder in behandeling te nemen, tenzij het op wezenlijke onderdelen wordt aangepast.

NMV ziet steun in advies Raad van State over grondgebondenheid

Een terechte en juiste reactie op het wetsvoorstel, zo omschrijft Harmen Endendijk, voorzitter van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) de reactie van de Raad van State op het initiatiefwetsvoorstel Grondgebondenheid en verantwoord mestafzet.

‘De Raad van State geeft de NMV hiermee in feite gelijk’, laat de voorzitter in de schriftelijke reactie weten. ‘Wij hebben de vraag al vaak opgeworpen; welke (milieu)doelstelling zou er gehaald worden met de invoering van grondgebondenheid? Dit wordt bevestigd met deze kritiek. De Raad van State maakt hier gehakt van de gedachte om met grondgebondenheid ergens een oplossing voor te bieden.’

De enige manier van grondgebondenheid die je je voor zou kunnen stellen, áls er een verplichting moet komen, is een toekomst waarin Nederland als één gemengd bedrijf wordt gezien, aldus Endendijk. ‘Dan houdt ook de akkerbouw de beschikking over mest, wordt de mest uit overschotsgebieden verdeeld over de (akkerbouw)gebieden waar plaatsingsruimte genoeg is. En die verdeling van deze mest kunnen we prima zelf. De regelgeving met betrekking tot mesttransporten is daar keurig voor ingericht.’

LTO Nederland liet eerder al weten kritisch te zijn op het initiatiefwetsvoorstel. De belangenorganisatie onderschrijft het belang van een toekomstbestendige melkveehouderij, maar vindt dat het voorstel te veel inzet op vaste normen en beperkingen. Volgens LTO leidt het wetsvoorstel tot extra regeldruk, onzekerheid en mogelijk verdere krimp van de veehouderij, terwijl onvoldoende is onderbouwd welke milieuwinst daarmee wordt bereikt. Daarom roept de organisatie de initiatiefnemers op het voorstel te heroverwegen.

De gewenste aanpassingen lijken er ook te komen. Kamerlid Pieter Grinwis (CU), die samen met toenmalig Kamerlid Harm Holman (NSC) het initiatiefwetsvoorstel indiende, liet vorige maand al weten dat hij bezig is het aanpassen van het voorstel waarin ook de kritiek van landbouwpartijen zou worden meegenomen.

Beeld: Agrio

Bron: Raad van State

Tags
MelkveeBedrijfsstrategieDierlijke mestEuropese UnieGLBGraslandKringlooplandbouwRaad van StateMest