Sterke Erven Logo

Van Essen: 'Niets zo killing voor ondernemerschap als niet weten of je een vergunning kunt krijgen'

05 min
Erwin Wunnekink, Directeur Nevedi, overhandigde tijdens het CoViVa-symposium een infographic over de ambities van CoViva aan landbouwminister Van Essen. De minister lanceerde op symposium ook het Praktijk Netwerk Varkenshouderij.
De Nederlandse varkenshouderij heeft volgens minister van LVVN Jaimi van Essen bewezen dat zij kan leveren op maatschappelijke opgaven. Tijdens het symposium Vitale Varkenshouderij in Ede sprak Van Essen zijn waardering uit voor de inspanningen van de sector, en benoemde hij dat het nu aan de overheid is om haar deel van de afspraak na te komen. Prioriteit nummer één is de vergunningsverlening weer op gang helpen. „Er is niets zo killing voor ondernemerschap als niet weten of je een vergunning kunt krijgen.”

Van Essen greep de gelegenheid aan om de sector te complimenteren. Vanwege de energie die hij ziet in de branche, en de wil om stappen te zetten. Volgens de minister wordt vaak gesproken over wat niet goed gaat in de landbouw, terwijl juist de inspanningen en resultaten van ondernemers meer aandacht verdienen.

Maar om de sector verder te helpen, is volgens Van Essen het vlottrekken van de vergunningverlening essentieel. De opgaven op het gebied van milieu, klimaat en dierwaardigheid blijven onverminderd groot, maar zonder perspectief voor ondernemers komt de ontwikkeling van de sector tot stilstand. „We hebben op dit dossier zeven jaar stilstand gezien. Dat helpt niemand: geen boer en geen enkele andere partij. Er is nu een breed draagvlak om vergunningverlening weer op gang te brengen.”

Van Essen telt af naar 26 juni. De dag waarop hij de Tweede Kamer informeert over zijn plan om Nederland van het stikstofslot te krijgen. Hij spreekt graag bijna utopisch over een stip op de horizon, maar waarschuwde dat die niet zonder slag of stoot bereikt wordt. „Het gaat op sommige plekken jeuken en pijn doen. Dat moeten we niet onder stoelen of banken steken.” Om er direct aan toe te voegen dat de varkenshouderij de afgelopen jaren al veel heeft geleverd. Die inspanningen moeten volgens hem ook worden erkend in het beleid van de toekomst.

De minister benoemde doelsturing ook als veelgehoorde wens in de sector; daarin staan niet de middelen maar de prestaties centraal. Dat brengt wel een gevaar mee. Tijdens het gesprek werd aandacht gevraagd voor ondernemers die al vroeg investeerden in emissiereductie. Voor hen zou doelsturing negatief kunnen uitpakken. Maar volgens Van Essen wordt daar rekening mee gehouden. „In een systeem van doelsturing moeten ondernemers worden beloond voor de inspanningen die zij al hebben geleverd. Het is belangrijk dat doelen zo worden ingericht dat bedrijven die vooropliepen daar niet opnieuw een extra percentage overheen gelegd krijgen.”

'License to operate'

Op de vraag wanneer de Nederlandse varkenshouderij succesvol is in Europa, verwees Van Essen ook naar de maatschappelijke acceptatie van de sector. „Het gaat uiteindelijk om de licence to operate. We moeten blijven laten zien welke stappen worden gezet op innovatie, emissiereductie en dierwaardigheid. Veel consumenten weten niet wat er de afgelopen jaren al is gebeurd.” Van Essen vindt dat het publieke debat te vaak gedomineerd wordt door oneliners, terwijl de werkelijkheid veel genuanceerder is.

Volgens Van Essen ligt de toekomst van de sector overigens niet alleen bij beleid en vergunningen. Ook de manier waarop verduurzaming wordt beloond, verdient volgens hem aandacht. Een terugkerend thema tijdens het symposium was de vraag hoe investeringen in emissiereductie, dierwaardigheid en innovatie kunnen renderen. Daarbij ziet de minister een belangrijke rol voor de keten, die ervoor moet zorgen dat koplopers worden beloond en de sector zich kan ontwikkelen.

Het belang van de keten kwam ook terug in de lancering van het Praktijk Netwerk Varkenshouderij. Binnen dit netwerk verzamelen bedrijven gegevens over onder meer methaanreductie, ammoniakemissies en relatieve luchtvochtigheid in stallen. Volgens Van Essen is dergelijke praktijkkennis onmisbaar om te bepalen welke maatregelen daadwerkelijk effect hebben. „Als je reductiedoelen wilt realiseren via doelsturing, moet je weten wat werkt. Wat werkt op papier en wat werkt in de praktijk?”

Belangrijk is daarbij dat het netwerk zich nadrukkelijk niet alleen richt op de bekende koplopers. „We moeten het peloton in beweging krijgen. Alleen koplopers meten geeft geen representatief beeld.” Juist door ervaringen op verschillende typen bedrijven te verzamelen, moet duidelijk worden welke instrumenten breed toepasbaar zijn.

Potentie groen gas benutten

Ook nieuwe verdienmodellen kwamen tijdens het gesprek aan bod. Vanuit de zaal werd gewezen op de kansen van mestvergisting en groen gas, maar was er ook kritiek dat de provincies de ontwikkeling daarvan frustreren. Van Essen noemde zichzelf een groot voorstander van het benutten van de potentie van groen gas. Tegelijkertijd verwees hij opnieuw naar het belang van vergunningverlening. Zonder ruimte om te investeren blijven ook dergelijke ontwikkelingen volgens hem moeilijk van de grond komen. Dat valt volgens hem niet zo op de provincies af te schuiven.

Daarmee kwam het gesprek uiteindelijk terug bij de vraag wie verantwoordelijk is voor het toekomstperspectief van de sector. Van Essen zei daarop dat het aantrekkelijk is om die vraag zo te stellen, maar dat perspectief tonen geen taak van de politiek is. Het zijn volgens hem ondernemers die met toekomstvisies moeten komen. „De overheid schept de randvoorwaarden, maar de ondernemer creëert het perspectief.”

Zijn afsluitende boodschap aan de sector was daarom om elkaar te blijven opzoeken en samen te werken aan vooruitgang. „De oplossing ligt in samenwerking. Nationaal, maar ook internationaal.”

Tekst:

Beeld: Reinout Burgers

Tags
VarkensEmissietechniekMinisterie landbouwPolitiekStikstofemissieTweede KamerVergunningGelderland