Sterke Erven Logo

Noord-Hollandse bollentelers in de knel door camping en natuurplannen

04 min
Beeld ter illustratie.
De voorgenomen uitbreiding van Camping Aan Noordzee in Sint Maartenszee en nieuwe natuurplannen in Kennemerland Zuid zorgen voor onrust bij Noord-Hollandse bollentelers. Dat bleek tijdens de commissievergadering Landelijk Gebied van de provincie Noord-Holland.

Tijdens die commissievergadering kwamen twee insprekers op voor de belangen van de Noord-Hollandse bollentelers. Zo leidt de voorgenomen uitbreiding van Camping Aan Noordzee voor grote onrust onder lokale bloembollentelers, aldus Gerard Goudsblom, vicevoorzitter van LTO Noord, afdeling Heerhugowaard-Langedijk-Schagen. Volgens hem worden de belangen van agrarische ondernemers ‘op grove wijze gepasseerd’.

Buitenspel gezet

Goudsblom stelde dat de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO), die onafhankelijk advies hoort te geven over ingrijpende ruimtelijke plannen, in dit dossier buitenspel is gezet. „Een transformatie van schaarse, beschermde bollengrond naar intensieve verblijfsrecreatie raakt direct de kernkwaliteiten van deze provincie. Dit hoort onafhankelijk getoetst te worden door de ARO, maar dat gebeurt niet”, stelde hij.

Grenzen aan N2000-gebied

De uitbreiding van de camping grenst aan het Natura 2000-gebied ‘Duinen Zijpe en Hazepolder’. Volgens Goudsblom kan de toename van honderden kampeerplaatsen leiden tot onaanvaardbare stikstofdepositie en verstoring van beschermde habitats. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord weigert dan ook instemming te verlenen aan het plan. Goudsblom roept de Statencommissie namens LTO Noord op om af te dwingen dat het dossier alsnog kritisch wordt beoordeeld door de ARO. „Voordat onherstelbare schade aan natuur en landbouw wordt toegebracht.”

Natura 2000 en NNN-plannen

In het binnenduinrandgebied van Kennemerland Zuid, ten noorden en zuiden van Vogelenzang, voelen bloembollenkwekers zich steeds meer beperkt door nieuwe natuurplannen. Dat stelde bollenkweker Louis van Haaster namens familie Van Haaster en familie Hulsebosch. De kwekers, die hier al meer dan 120 jaar actief zijn, vrezen dat hun bedrijfsvoering ernstig wordt ingeperkt door Natura 2000- en NNN-plannen. Volgens de kwekers is de agrarische sector structureel ondervertegenwoordigd in overlegorganen. „Ambtenaren, milieuadviseurs en NGO’s zitten vrijwel altijd in overleggen, terwijl boeren in de minderheid zijn”, legde Van Haaster uit. Het resultaat volgens hem is dat in de definitieve plannen voor de binnenduinrand geen enkel argument van de bloembollenkwekers is meegenomen.

400 meter bufferzone

Een bijzonder punt van zorg is volgens Van Haaster de voorgestelde 400 meter bufferzone, die volledig op teelland ligt. Binnen deze zone gelden beperkingen voor bemesting en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. „We mogen wel telen, maar niets gebruiken op ons eigen land. Dit kan echt niet.” Van Haaster roept dan ook op tot herziening van de plannen om de agrarische bedrijfsvoering in het gebied te beschermen.

Geen stikstof

De stikstofproblematiek die landelijk speelt, geldt volgens Van Haaster niet voor bloembollen. „Er is door de WUR bekeken of wij stikstof uitstoten, dit is niet het geval, dus geen ammoniak of nitriet of nitraat uit de bollen. Waarom zouden we dan extra gekort op gebruik van meststoffen worden door de provincie? De maatschappij vraagt van ons grote inspanningen om het gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen in te perken. Hier zijn we allemaal van doordrongen en we zijn hard op weg om dit te realiseren. Maar dit gaat niet op stel en sprong, hier hebben we tijd en alternatieven voor nodig. Wij als kwekers in de binnenduinrand kijken ook naar de toekomst van onze bedrijven en nemen onder andere deel aan de regio-certificering in de provincie Zuid-Holland, studiegroepen en gesprekken met Hoogheemraadschap Rijnland.”

Waterkwaliteit normaal

De waterkwaliteit in het gebied van de binnenduinrand is daarbij normaal volgens Van Haaster. „Niet anders dan elders in de boezem. We werken hard samen met HH Rijnland om de boezem nog schoner te krijgen. In heel Nederland lukt het niet om de KRW-doelen te halen, dus ook in het bollengebied zijn we nog niet zover. Als echter de plannenmakers vinden dat het gebiedseigen water van de binnenduinrand schoner is dan het water in de boezem en dat daarom het boezemwater niet meer in de Vogelenzangse Polder gepompt mag worden, dan zal deze polder verdrogen omdat er niet genoeg water aanwezig is om alle natuur en agrarische activiteiten van water te voorzien. Wij willen dan niet gekort worden op watergebruik. Het zal ertoe leiden dat bollen telen in de binnenduinrand onmogelijk wordt.”

Beeld: Natasja Beverloo

Tags
AkkerbouwBloembollenDroogteGewasbeschermingNoord-HollandRijnland