Sterke Erven Logo

Herzien Omgevingsbeleid Zuid-Holland 2025: gevolgen voor boeren

06 min
Provinciale Staten van Zuid-Holland stelde op 10 juni het aangepaste Omgevingsbeleid vast. Daarmee wil de provincie voldoen aan de doelen voor natuur, water en weidevogels. Boeren die hun stikstofemissie beperken kunnen tot 2035 financiële steun ontvangen. Het beleid ondersteunt ook multifunctionele landbouw, behoud van vruchtbare grond en experimenteerruimte voor nieuwe landbouwvormen. Extra inzet voor agrarisch natuurbeheer en duidelijke kaders voor zonnevelden en loonwerksector maken onderdeel uit van de herziening.

Binnen het gewijzigde Omgevingsbeleid focust Zuid-Holland onder andere op doelsturingssystematiek in de landbouw. Voor de melkveehouderij is het ammoniakdoel gemiddeld 35 tot 45 kilogram per hectare in 2035. Boeren die aantoonbaar stikstofemissie beperken door bijvoorbeeld voer- of managementmaatregelen, kunnen tot 2035 financiële ondersteuning krijgen. In het gewijzigde beleid worden geen concrete bedragen genoemd. Deze steun wordt gekoppeld aan het Zuid-Hollands programma Landelijk Gebied (ZH-PLG). Voor het verzamelen en inzichtelijk maken van de monitoring van stal- en veldemissies, ontwikkelt de provincie een datastrategie.

Bescherming landbouwgrond

De provincie beschermt de vruchtbare landbouwgronden. Binnen de gebiedsspecifieke ruimtelijke programma’s is het uitgangspunt dat er zorgvuldig wordt omgegaan met functiewijzigingen van landbouwgrond. Multifunctionele landbouw en andere nieuwe vormen krijgen experimenteerruimte en bescherming tegen bebouwing. Daarmee wil de provincie voldoende toekomstbestendige landbouwgrond beschikbaar houden voor voedselproductie, een realistische extensiveringsopgave en agrarisch natuur- en landschapsbeheer.

400 hectare bosuitbreiding

In het kader van het beleidsdoel ‘Gezonde natuur’ in het Omgevingsbeleid, wil de provincie 400 hectare bosuitbreiding realiseren. Uit beleidsverkenningen blijkt dat er ruimte is om dit doel in 2030 te halen. Binnen het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) is door het rijk een verdeling tussen provincies gemaakt. Hierbij is voor Zuid-Holland 1.150 hectare bosuitbreiding als doelstelling opgenomen. De uitbreiding zal niet enkel op landbouwgrond plaatsvinden. De uitbreiding is onder te verdelen in 150 hectare binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN), 150 hectare binnen recreatiegebieden en 100 hectare daarbuiten.

Om de natuur- en landschapswaarden te behouden werkt Zuid-Holland aan groenblauwe dooradering. Voor groenblauwe diensten die boeren verrichten, komen kostendekkende subsidies beschikbaar. Het doel is om, mede met behulp van de aanpak Groenblauw, 10 procent dooradering te behalen.

Doelen en maatregelen voor weidevogels

Ook is er een doelstelling opgenomen voor 3.500 extra gruttobroedparen en 300 patrijzenparen ten opzichte van 2019. Hiervoor is 11.000 hectare extra inzet in het agrarisch natuurbeheer voor weidevogels en 1.900 extra hectare voor akkervogels nodig. Zuid-Holland wil de extra nationale middelen die dit jaar beschikbaar komen voor Agrarisch Natuurbeheer inzetten.

Zuid-Holland zoekt locaties voor wind- en zonne-energie

Voor de uitwerking van zoekgebieden zon (locaties waar elektriciteit wordt opgewekt met zonnepanelen) zijn zonnevelden in belangrijke weidevogelgebieden nagenoeg uitgesloten. Tijdens de besluitvormende vergadering werden nog diverse moties aangenomen omtrent weidevogelbeheer (zie onderstaand kader). Daarnaast stelde Zuid-Holland in samenwerking met 7 Regionale Energiestrategieen het doel om in 2030 6,3 tot 6,8 Twh zon- en windenergie op te wekken. Hiervoor zoekt ze via zoekgebieden- en locaties naar geschikte gebieden waar windturbines geconcentreerd kunnen worden geplaatst. Locaties voor windenergie zijn concreet aangeduide plekken in de Omgevingsverordening waar Omgevingsplannen windturbines met as-hoogtes van meer dan 45 meter mogen toestaan. De locaties zijn in de Omgevingsverordening opgenomen en geven aan waar het realiseren van windenergie door gemeenten volgens de provincie is toegestaan.

Herziening Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland

Tijdens de 15 uur durende vergadering op 3 juni werd de Omgevingsvisie vastgesteld. Op 10 juni werd tijdens een tweede vergadering ook de Omgevingsverordening vastgesteld. In totaal werden 120 moties en amendementen ingediend. Tegen de plannen werden tevens 825 zienswijzen ingediend. Het Omgevingsbeleid van provincie Zuid-Holland bestaat uit drie instrumenten: de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening. De Herziening Omgevingsbeleid 2025 is een herziening van het provinciale Omgevingsbeleid. In het beleid beschrijft de provincie haar toekomstvisie met de maatregelen om hier naartoe te werken. In de Omgevingsverordening staan de regels beschreven wat wel of niet is toegestaan binnen de provinciegrenzen.

Recordaantal moties en amendementen

Tea Both-Verhoeven van CDA verzocht om meer ruimte voor de productie van biogas en collectieve mestvergisting in het landelijke gebied. Het aangenomen amendement zorgt er, middels een nieuw artikel in de Omgevingsverordening, voor dat ‘een omgevingsplan kan voorzien in de mogelijkheid van collectieve energievoorzieningen in het landelijk gebied. In geval mestverwerking op de boerderij plaatsvindt, maakt de provincie dat binnen de kaders van dit artikel mogelijk’. Daarnaast is het beleid gewijzigd met betrekking tot de ashoogte van boerenerfmolens, om ondernemers te ondersteunen in hun mogelijkheden om meer zelfvoorzienend te worden op energie. De maximale ashoogte wordt derhalve gewijzigd van 15 naar 30 meter. De provincie laat wel de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen als andere provinciale belangen worden geschaad intact.

Amendementen en motie weidevogelbeheer

Coalitiepartijen BBB, VVD en CDA pleitten voor succesvol weidevogelbeheer. Ze willen met hun aangenomen amendement ervoor zorgen dat bescherming van kansrijke weidevogelgebieden hand in hand blijft gaan met agrarisch ondernemerschap. De volgende aanvullende passage in de Omgevingsvisie zorgt daarvoor: ‘Bij het beschermen van kansrijke weidevogelgebieden in beschermingscategorie 2 (gebieden met strenge regels om leefgebied van weidevogels te behouden en beschermen), geldt als uitgangspunt dat bestaand agrarisch gebruik en vrijwillig agrarisch natuurbeheer behouden en uitvoerbaar blijven. Het is niet wenselijk dat succesvol weidevogelbeheer leidt tot aanvullende beperkingen voor bestaande agrarische bedrijfsvoering.’

Daarnaast steunden een meerderheid het amendement van Robert Jan Vonk van Partij voor de Dieren. De partij wijzigt de Omgevingsverordening, zodat het planten van bomen en struiken niet categorisch wordt uitgesloten. Voor boeren wordt het mogelijk om bomen, struiken en ooievaarspalen te plaatsen, als uit de motivering blijkt dat de aanplant geen onevenredige afbreuk doet aan de kwaliteit en het functioneren van het belangrijk weidevogelgebied en bijdraagt aan biodiversiteit en ecosysteemherstel.

Ook PRO en CU verzoeken met hun motie om een wijziging. Deze coalitiepartij vraagt om een plan van aanpak voor gerichte kwalitatieve investeringen in weidevogelgebieden. Provinciale Staten is namelijk voornemens om bij de behandeling van de Kadernota 25 miljoen euro beschikbaar te stellen voor de versterking van het weidevogelbeleid.

Aandacht voor loonwerksector

De provincie beperkt uitbreidingsmogelijkheden van niet-agrarische bedrijven in de onbebouwde ruimte die keer op keer worden vergroot en stimuleert verplaatsing van deze bedrijven naar bedrijventerreinen.Voor bestaande, niet-agrarische bedrijven buiten dorpskernen geldt dat verdere groei in principe niet wenselijk is. Bij uitbreiding is verplaatsing naar een bedrijventerrein het uitgangspunt. Ter plaatse beperkt Zuid-Holland uitbreiding eenmalig tot 10 procent, mits de ruimtelijke kwaliteit gelijk blijft of beter wordt.

Coalitiepartij BBB constateerde dat bij uitbreiding van loonwerkbedrijven meer ruimte nodig is dan de voorgestelde 10 procent. Er is volgens de partij schaarste binnen de provincie wat betreft het benodigde areaal bedrijventerreinen. BBB verzocht middels een motie het college dat de loonwerk sector in de onbebouwde ruimte gevestigd kan blijven, met maatwerk bij locatie uitbreiding. Ook verzocht de partij om duidelijk vast te leggen dat loonbedrijven een verbindende rol hebben tussen sectoren als landbouw, infrastructuur, natuur en openbare ruimte.

Ondersteuning tuinbouw

De tuinbouwsector moet volgens BBB, CDA, VVD, JA21, SGP, Stem van Zuid-Holland worden ondersteund, naast de aanvullende controle- en handhavingsdruk. Ze vragen het college om samen met waterschappen en de tuinbouwsector te onderzoeken welke financiële stimuleringsmaatregelen en subsidies kunnen worden ontwikkeld om te voldoen aan de KRW.

Beeld: Susan Rexwinkel

Bron: Provincie Zuid-Holland

Tags
MelkveeAkkervogelsEnergieLoonwerkNatura 2000NatuurinclusiefPolitiekRegelgevingStikstofemissieSubsidieWeidevogelsZuid-Holland