Einde aan Ierse import en meer welzijn: dit staat in het plan voor de kalverhouderij

Volgens de ondertekenaars bouwt het plan voort op het Convenant stappen naar een dierwaardige veehouderij. De partijen benadrukken dat de kalverhouderij en melkveehouderij nauw met elkaar verbonden zijn en spreken de ambitie uit om in Nederland geboren kalveren ook in Nederland dierwaardig te houden in plaats van te exporteren.
Nieuw marktconcept Dairy Veal
Een van de belangrijkste veranderingen betreft de voeding van vleeskalveren. De sector wil geleidelijk afstappen van het sturen op de productie van traditioneel blank kalfsvlees en werkt aan een nieuw marktconcept onder de naam Dairy Veal.
Binnen dat concept wordt niet langer gestuurd op een laag hemoglobinegehalte of een lichte vleeskleur, maar op gezondheids- en welzijnskenmerken van het dier. De bedoeling is dat in 2040 ruim een derde van de huidige productie van blank kalfsvlees is vervangen door Dairy Veal. Daarnaast moeten alle kalveren uiterlijk in 2030 permanent toegang hebben tot drinkwater.
Meer toegang tot uitloop of weide
Ook op het gebied van huisvesting worden concrete doelen gesteld. Het gemiddelde hokoppervlak moet in 2030 met minimaal 10 procent zijn toegenomen. Tegelijkertijd moet een groeiend deel van de kalveren toegang krijgen tot een uitloop of weide. Dat aandeel moet stijgen van 8 procent in 2030 naar 30,5 procent in 2035 en 50 procent in 2040, zo staat in het plan van aanpak te lezen.
Voor dieren die geen buitenruimte krijgen, wordt de binnenruimte verder vergroot. Vanaf 2040 willen de partijen bovendien toewerken naar het uitfaseren van systemen zonder uitloop of met een beperkt hokoppervlak van minder dan 2,5 vierkante meter voor kalveren tot een leeftijd van acht maanden en 2,8 vierkante meter tot twaalf maanden.
De stalomgeving moet eveneens veranderen, vinden de drie partijen. In 2035 moeten alle kalveren beschikken over roostervloeren met rubber en comfortabele ligplekken met zacht bodemmateriaal. Daarnaast worden eisen gesteld aan daglichttoetreding, temperatuur en luchtkwaliteit. Uiterlijk in 2040 moeten alle stallen emissiearm zijn, bij voorkeur via maatregelen die geen nadelige gevolgen hebben voor het dierenwelzijn.
Meer aandacht voor rol melkveehouder
Het plan bevat ook verschillende onderdelen die ook voor de melkveehouderij van belang zijn. Zo stellen de drie organisaties dat een kalf recht heeft op natuurlijke behoeften zoals zorg van de koe; zogen, lichamelijk contact, bescherming en verzorging.
Ook willen de partijen de aansluiting tussen melkvee- en kalverhouderij verbeteren. De kalversector ondersteunt het gebruik van de KalfOK-score uit de Routekaart naar een dierwaardiger en toekomstbestendige melkveehouderij en wil met de melkveehouderij in gesprek over een aanvullende KPI. Die moet de vitaliteit van kalveren op het verzamelcentrum en tijdens de eerste weken op het kalverbedrijf inzichtelijk maken.
Daarnaast moet er volgens de opstellers van het plan meer uitwisseling komen van gezondheidsgegevens. De kalversector wil informatie over gezondheidsprestaties van kalveren delen en samen met melkveehouders bekijken hoe deze gegevens beter benut kunnen worden om de overgang van melkveebedrijf naar kalverbedrijf te verbeteren.
Longafwijkingen verder terugdringen
De sector wil het antibioticagebruik in 2032 met 50 procent hebben verminderd ten opzichte van 2022. Daarnaast moeten onder meer longafwijkingen worden teruggedrongen en moet het voorkomen van ESBL’s worden verminderd. ESBL staat voor Extended Spectrum Beta-Lactamase. Dit is een enzym dat bepaalde soorten antibiotica kan afbreken. De aanwezigheid van ESBL-bacteriën moet in 2030 terug zijn gebracht naar 10 procent, tegenover circa 40 procent nu. Daarbij wordt expliciet de samenwerking gezocht met de melkveehouderij.
Volgens het plan hangt de beoogde vermindering van het antibioticagebruik nauw samen met de gezondheidssituatie op het melkveebedrijf. Daarbij worden onder meer tijdige en kwalitatief goede biestverstrekking en de gezondheidsstatus van het herkomstbedrijf genoemd als belangrijke voorwaarden. Kalveren moeten in de toekomst bovendien worden ingedeeld op basis van de gezondheidsstatus van het melkveebedrijf voor aandoeningen als IBR, BVD en Salmonella.
Stoppen met import vanuit Ierland
Ook transport krijgt aandacht. De sector streeft ernaar om uiterlijk in 2030 te stoppen met de import van kalveren uit Ierland. In 2040 moeten alle kalveren op Nederlandse kalverbedrijven afkomstig zijn uit Nederland, België, Luxemburg, Duitsland of Zuid-Denemarken. Daarnaast willen de betrokken organisaties met transporteurs in gesprek over verdere verbetering van de transportomstandigheden.
Ook de logistiek tussen melkvee- en kalverbedrijf moet veranderen. Het plan gaat uit van maximaal één verzamelmoment tussen het geboortebedrijf en het kalverbedrijf. Dat kan gevolgen hebben voor de manier waarop kalveren worden verzameld en vervoerd vanaf melkveebedrijven.
Ondernemers moeten investeringen kunnen terugverdienen
Volgens de initiatiefnemers kan een dierwaardige kalverhouderij alleen worden gerealiseerd als ook aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Zo moeten ondernemers de benodigde investeringen kunnen terugverdienen, moeten vergunningen beschikbaar zijn voor aanpassingen aan stallen en moet de markt bereid zijn dierwaardiger geproduceerd kalfsvlees te belonen. Ook wijzen de partijen op de samenhang met andere opgaven, zoals emissiereductie en verduurzaming van de sector.
Met het plan geven SBK, Dierenbescherming en NAJK naar eigen zeggen invulling aan de afspraak om gezamenlijk stappen uit te werken richting een dierwaardige kalverhouderij. De voortgang moet de komende jaren volgens de drie partijen worden gevolgd en verder uitgewerkt in speciale werkplaatsen waarin sector, maatschappelijke organisaties en wetenschappers samenwerken.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ellen Meinen


