Sterke Erven Logo

Onderzoek van dode wolven geen taak van provincies

03 min
De provincie Overijssel is niet verantwoordelijk voor onderzoek naar gevaarlijke infectieziekten en zoönosen bij wilde dieren zoals de wolf. ‘Voor dit beleid en de keuzes die hierin gemaakt worden zijn de ministeries van VWS (humane gezondheid) en LVVN (veterinaire gezondheid) aan zet. Vragen hierover dienen via Kamerleden aan de betrokken ministers gesteld te worden.'

Het Overijsselse college van GS antwoordt dat aan FVD-Statenlid Remco Roelofs.Deze maakt zich zorgen omdat dode wolven volgens hem niet altijd onderzocht worden op de aanwezigheid van zoönosen. ‘Deelt u de opvatting dat het ontbreken van structureel onderzoek naar mogelijke zoönosen bij wolven risico’s kan opleveren voor volksgezondheid en diergezondheid?’

Hoewel Overijssel dit dus geen provinciale taak vindt is er wel informatie opgevraagd bij BIJ12 (van de samenwerkende provincies), bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) van de faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht en bij Wageningen Environmental Research (WENR). Deze instituten voeren in Nederland forensisch en pathologisch onderzoek uit bij dode wolven.

Pathologisch onderzoek naar doodsoorzaak

Uit de antwoorden van GS blijkt dat er pathologisch onderzoek bij dode wolven gedaan wordt om vast te stellen waaraan de wolf is overleden. ‘Het DWHC bekijkt tijdens de autopsie of er aanwijzingen zijn voor infectieziekten relevant voor volksgezondheid en diergezondheid (aanwezigheid van bacteriën, virussen, schimmels en parasieten). Dit gebeurt mede door microscopisch onderzoek, waarbij vooral gekeken wordt naar aanwezigheid van veelvoorkomende parasieten bij zoogdieren zoals rondwormen, lintwormen, blaaswormen, longwormen, etc. Als er aanwijzingen zijn dat er ook ziektekiemen aanwezig (kunnen) zijn die infecties bij mens of (landbouw)huisdieren kunnen veroorzaken volgt aanvullend microbiologisch onderzoek (celkweken). Het kan dan gaan om bijvoorbeeld hondsdolheid, vogelgriep, West Nile-ziekte, toxoplasmosis, Q-koorts, hondenziekte, rundertuberculose of hazenpest.’

Als er geen aanwijzingen zijn voor deze gevaarlijke infectieziekten wordt er geen aanvullend microbiologisch onderzoek uitgevoerd. ‘Het DWHC heeft hier inderdaad geen financiële middelen voor.‘ Overijssel levert zelf geen bijdrage aan het DWHC dat financieel ondersteund wordt door de twee betrokken ministeries.

Ziekten bij wolven kunnen niet utigesloten worden

Ook op de vraag van Roelofs of de huidige monitoring voldoende is verwijst GS naar Den Haag. ‘Het beleid en de bevoegdheid hiervoor ligt bij de ministers van VWS en LVVN.’ Wel geeft het College toe dat infectieziekten en zoönosen binnen de Nederlandse wolvenpopulatie nooit uitgesloten kunnen worden; ‘Wolven zijn predatoren die leven van prooidieren en zwakke, zieke dieren eerder zullen grijpen dan sterke, gezonde dieren. Maar daarmee voorkomen ze juist ook dat zo’n ziekte in een prooidierpopulatie verder kan voortwoekeren. Daarnaast is het zo dat predatoren meestal niet ernstig ziek worden van ziektekiemen die hun prooien bevatten. Anders zouden ze het eenvoudig niet redden.’

Het FVD-Statenlid wilde ook weten of er in Nederland en het buitenland ervaringen zijn met vaccinatie van wilde dieren zoals wolven tegen rabiës. Volgens het Overijsselse College zijn die ervaringen er wel maar is ook dat een zaak van de twee ministeries.

Tekst:

Beeld: PXhere

Tags
MelkveeDiergezondheidPolitiekOverijssel