ITW-varken moet ook ITW-big zijn geweest: Duitsland sluit volgend jaar welzijnsketen

Vanaf 2027 voert ITW de zogenoemde Nämlichkeit in. Dat betekent dat een varken vanaf de geboorte aantoonbaar onderdeel moet zijn van de ITW-keten. Een vleesvarkenshouder kan daardoor niet langer reguliere biggen opleggen en de dieren na een periode onder ITW-voorwaarden als ITW-varken afleveren.
Tekort aan ITW-biggen dreigt
Voor de Duitse varkenshouderij betekent dit dat de keten veel beter op elkaar moet aansluiten. Maar regionaal bestaat niet overal een evenwicht tussen het aantal beschikbare ITW-biggen en de behoefte van vleesvarkenshouders. In Beieren zijn 1,36 miljoen ITW-vleesvarkenplaatsen, tegenover slechts 623.000 ITW-biggenplaatsen. Producenten maken zich zorgen dat bestaande handelsstromen veranderen.
Vaste vergoeding voor ITW-big van tafel
Tegelijk met de strengere herkomstvoorwaarden stopt eind 2026 het centrale ITW-biggenfonds. Biggenproducenten ontvangen daaruit momenteel 4,50 euro per kwalificerende ITW-big.
Vanaf 2027 moet die meerprijs uit de markt komen. De vergoeding moet dan via afspraken tussen slachterijen, vleesvarkenshouders, handelaren en biggenproducenten worden doorgegeven. Daarmee verdwijnt de zekerheid van de huidige vaste vergoeding. Vooral voor zeugenhouders en biggenopfokkers wordt het onzeker of de extra kosten voor deelname aan ITW daadwerkelijk worden terugverdiend.
De aanscherping van de regels zorgt ondertussen voor veel nieuwe aanmeldingen van biggenproducenten. Deze zomer meldden zich nog 570 opfokbedrijven met gezamenlijk 6,9 miljoen biggen per jaar aan. Daarmee wil ITW voldoende aanbod creëren om de ITW-voorwaarden van geboorte tot slacht te kunnen garanderen.
Ook Edeka koppelt welzijnsvergoeding aan marktprijs
De verandering past in een bredere ontwikkeling op de Duitse markt, waarbij de vergoeding voor extra dierenwelzijn minder los komt te staan van de reguliere varkensmarkt. Supermarktketen Edeka wijzigde onlangs bijvoorbeeld de prijsafspraken voor varkenshouders binnen het welzijnsprogramma Bauernschätze.
Daarin werd de vergoeding voor varkens uit houderijniveau 3 eerder gebaseerd op de werkelijke productiekosten van de varkenshouder. In de nieuwe contracten is dat principe losgelaten. Voortaan vormt de actuele Duitse marktprijs voor vleesvarkens, de VEZG-notering, het uitgangspunt. Daar bovenop ontvangen deelnemende varkenshouders toeslagen voor de extra dierenwelzijnseisen.
Volgens Edeka liep bij lage marktprijzen het verschil tussen de kostprijsgebaseerde vergoeding en de prijs van regulier en ander welzijnsvarkensvlees te ver op. Het duurdere vlees werd daardoor moeilijker verkoopbaar.
Ook binnen ITW wordt vanaf 2027 daarmee nadrukkelijker aan de markt overgelaten welke vergoeding varkenshouders voor de extra eisen ontvangen.
Tekst: Bart van de Laak
Beeld: Gerard Burgers
Bron: TopAgrar

