Dekker pakt algemeen kampioenschap
Familie Winter domineert op fokveekeuring in Vriezeveen

De deelnemende bedrijven in Vriezenveen zijn alle gevestigd in het ruilverkavelingsgebied van Vriezenveen. Die ruilverkaveling vond plaats in de eind jaren 50, begin jaren 60 van de vorige eeuw. Slechts één bedrijf ligt net buiten dat gebied, omdat het verhuisde naar het naastgelegen Daarlerveen, nog steeds slechts 6,3 kilometer verwijderd van het keuringsterrein.
In de drie goed gevulde vaarzenrubrieken was de kwaliteit nog enigszins wisselend. Naarmate de dag vorderde zou die kwaliteit steeds beter en breder worden. De rubriek met de jongste vaarzen kon zonder twijfel echter onder het predikaat ‘goede rubriek’ geschaard worden. De koppositie was voor De Weiteman Marie 356 van de familie Dekker. De jeugdige Randall-dochter was evenredig gebouwd, beschikte over een mooie voorhand met parallelle voorbenen en een goede uier. Ze werd gevolgd door Truus 1183 van de familie Zomer, een grote Bullseye-dochter met upstanding en een ondiepe, sterke, hoog aangehechte uier. De derde plaats was voor Roosje 134 van de familie Aalderink, een mooie evenredige Wayback-dochter met een goede ribwelving. Winter’s Farm Beppe 668 moest genoegen nemen met de vierde plaats, maar de Boreso-dochter toonde zich een beste vaars met veel kwaliteit, wat onder andere tot uiting kwam in haar fijne botten, fijne huid en de mooie, soepele, goed beaderde uier, die hoog en breed was aangehecht. Ook stalgenote Winter’s Farm Nellie 293, een roodbonte Crown-dochter die haar volgde op de vijfde plek, toonde zich een mooie evenredige vaars.
Winter pakt de regie
De tweede rubriek bij de vaarzen was iets onregelmatiger dan de eerste. Op kop kwam Winter’s Farm Truusje 628 van Winter, een Boreso-dochter met diepe, gewelfde ribben. De grote, diepgeribde Wilskracht Warsi 1720 van Emiel Willems volgde op 1B. De best geuierde, evenredige Winter’s Farm Truusje 626, een Fast Lane-dochter van Winter, legde beslag op de derde plaats. Winter pakte ook in de derde vaarzenrubriek de koppositie, dit keer met Winter’s Farm Truusje 619, een Fast Lane-dochter met een goede ribwelving en een hoge, brede achteruier met een sterke ophangband, die best stapte op goede benen. De Weiteman Marie 352, een mooitypische, stijlvolle Victor-dochter van Dekker legde beslag op de tweede plaats. De derde plaats was voor Barbera 229 van de familie Schipper. De Everton-dochter toonde een mooi melktype met diepe, gewelfde ribben en beschikte over een mooie, soepele, goed beaderde uier. Gerda 364 van de familie Slettenhaar uit Daarlerveen viel op met haar jeugdige voorkomen. De Aptitude-dochter is een mooie kwaliteitsvaars met een fijne huid en een ondiepe uier, een belofte voor de toekomst, die nu nog genoegen moest nemen met de vijfde plek.
In de kampioenskeuring pakte Winter de regie door zowel beslag te leggen op de kampioenstitel, de reservetitel als de eervolle vermelding. De titel was voor Truusje 619, Truusje 628 werd reservekampioene en honourable mention werd Truusje 626, die daarvoor een lange weg had af te leggen. In de eerste, voorlopige opstelling in haar rubriek stond ze zesde, om in de tweede opstelling naar voren gehaald te worden naar de derde plaats. In de finale passeerde ze vervolgens de 1B uit haar rubriek. De aanhouder wint.
Vorm van de dag
De eerste rubriek van de middenklasse kreeg Adorèll Jane van de familie Bom op kop, een Adorable-dochter met diepe en goed gewelfde ribben. Hart 692 van Zomer volgde op de tweede plaats. De Seaver-dochter had een mooi type met upstanding, diepe ribben met een goede welving en een vast aangehechte uier. Op de derde plaats kwam de best stappende Toos 915 van Schipper, een jeugdige, mooitypische Remedy-dochter met een goede voorhand en diepe, gewelfde ribben.
In de goede tweede rubriek vond de jury een uitlopend kopnummer in Wilskracht Warsi 1612 van Emiel Willems. De fraaie Luster-P-dochter toonde een mooi type met diepe, gewelfde ribben, had een fijne huid en beschikte over een beste uier, die achter zeer hoog was aangehecht. Ze kreeg de voorstap voor Winter’s Farm Beppe 626 van Winter. De iets lichtere Rovelli-dochter had een fijne huid en fijne botten en toonde een zeer goede uier met een sterke ophangband. Stalgenote Winter’s Farm Truusje 591 had een mooie ribwelving, maar pronkte vooral met haar beste, zeer brede uier. Magda 137 van de familie Pot sloot de kleine, maar goede rubriek uitstekend af. De Adorable-dochter had een mooie middenhand en beschikte over een beste, ondiepe uier.
In de derde rubriek pakte Winter maar weer eens de koppositie. Dit keer met Winter’s Farm Beppe 619, een mooitypische, sterke Abundant-dochter met een goede ribwelving en een goedgevormde, ondiepe uier. Haar evenredig gebouwde stalgenote Winter’s Farm Truusje 585 volgde op de tweede plaats, een Woody-dochter met een mooie ribwelving. De Weiteman Laurie 14 van Dekker legde beslag op de derde plaats, een Barolo-dochter met upstanding, een goede ribwelving en een fijne huid.
De middenklasse werd afgesloten met een beste rubriek met tot achteraan zeer goede koeien. Over de koppositie was geen discussie: die was voor De Weiteman Dina 288 van Dekker. De Pepper-dochter had de vorm van de dag en straalde van kop tot staart. Een fraaie koe met een mooi melktype, een fijne huid, parallelle, fijne voorbenen en een hele beste uier. Margriet 133 van de familie Jonker bezette de 1B-positie. De mooie Jigger-dochter toonde zich een grote, sterk en ruim gebouwde, brede koe. Op de derde plaats kwam de zeer fraaie Truus 1156 van Zomer. De Diamondback-dochter is een raskoe met veel kwaliteit. Dat kwam onder andere tot uiting in haar fijne huid en fijne botten en de zeer soepele, goedgevormde uier. Ze was oudmelkt, waardoor ze even wat minder straalde en haar achteruiervulling niet optimaal was. Dat kostte haar een hogere klassering, maar ze behoorde tot de allerbeste koeien op de keuring. Aalderink toonde met Random-dochter Doutzen 128 een iets kleinere koe met een heel mooi type, die op de vierde plaats terechtkwam.
De kampioenstitel kon deze dag niet ontgaan aan De Weiteman Dina 288. Ze kreeg Wilskracht Warsi 1612 als secondante. De eervolle vermelding was voor Winter’s Farm Beppe 619.
Beste oude koeien
De seniorenklasse bestond uit twee beste rubrieken waarin tot achteraan genoten kon worden van mooitypische, correct gebouwde dieren. Schipper drukte zijn stempel op de eerste rubriek door beslag te leggen op de eerste twee plaatsen. Op kop kwam de correct gebouwde, mooitypische Toos 889, een Lunar-dochter met sterke, parallelle voorbenen. Stalgenote Toos 894 toonde eveneens het voor deze stal kenmerkende mooie type met een mooie middenhand. De Abundant-dochter liep op goede benen en beschikte over een mooie, soepele uier. De derde plaats was voor de roodbonte Tina 7 van de familie Bom. De jeugdige Evert-dochter toonde net als voorgaande jaren haar mooie melktype met veel fijnheid in vel en botten.
In de tweede rubriek was de koppositie onbetwist voor Winter’s Farm Beppe 542. De Ranger-dochter imponeerde met haar prachtige balans tussen melktype en kracht en de geweldige, hoge, brede, sterke en soepele uier. Ze werd gevolgd door drie koeien van Jonker. De mooie, evenredige Bart-dochter Janna 196 kreeg de voorstap voor de prachtige witrug Margriet 128. De MVP-dochter was met haar fraaie type een van de blikvangers van de keuring, maar had links achter een wat lichter kwartier in haar verder prachtige uier, waardoor ze deze dag niet hoger op kon. Jopie 534, een mooitypische Pepper-dochter met goede benen volgde op de vierde plaats voor de mooitypische Finder-dochter Toos 855 van Schipper en de mooitypische Gerda 325, een Malki-dochter met goede benen en een goede kwaliteitsuier van Slettenhaar. Een zeer sterke rubriek.
Winter’s Farm Beppe 542 werd uitgeroepen tot kampioene van de senioren, Toos 889 werd reservekampioene en de eervolle vermelding was voor Janna 196.
Geweldige bedrijfsgroepen
In de productieklasse, waarvoor de dieren minstens 70.000 kg melk moesten hebben gegeven en die bestond uit 6 koeien, werd Truus 1135 van Zomer kampioene. De Unix-dochter toonde zich een grote, lange koe met upstanding en een best bewaarde uier. Winter’s Farm Nellie 216 legde beslag op de reservetitel. De diepe Barclay-dochter liep op beste benen en toonde een imponerende hoge en brede uier. De eervolle vermelding was voor de oudste koe van de keuring, Neeltje 94 van Bom. De bijna 14-jarige Blitz-dochter gaf ruim 9000 kilogram vet en eiwit in ruim 90.000 kilogram melk. Een koe met enorm veel kwaliteit. Ze was niet groot, maar ze liep op de beste benen van de keuring, was breed en diep en beschikte over een best bewaarde, soepele kwaliteitsuier. Een visitekaartje voor de duurzaamheid van de Nederlandse melkveehouderij.
Er werden maar liefst 10 bedrijfsgroepen getoond door de deelnemers in Vriezenveen. En die waren zonder uitzondering van hoge kwaliteit. Vooral het mooie type en de uniformiteit viel op in alle groepen. In de eerste rubriek won het uniforme, mooitypische drietal van Schipper voor de mooie groep van Aalderink, waarop dezelfde omschrijving van toepassing was. De tweede rubriek was een titanenstrijd tussen de groepen van Dekker (4-tal) en Zomer (3-tal), die in het voordeel van Zomer werd beslist. In de laatste rubriek streden drie beste groepen om de eer. Het viertal van Slettenhaar was uniform en mooitypisch, maar moest zijn meerdere erkennen in het vijftal van Jonker, dat bestond uit ruimgebouwde, sterke en evenredige koeien met beste benen. De overwinning was echter zonder discussie voor het vijftal van Winter, die een prachtige groep liet zien: zeer uniform, met veel balans en een super achteraanzicht.
Winter pakte dan ook de eindoverwinning bij de groepen met de groep van Schipper als reservekampioene en de eervolle vermelding voor Zomer.
Fred Reinders
Na het afronden van een HLS-opleiding in 1987 ruim 30 jaar actief in de fokkerij, waarvan vijftien jaar in combinatie met een eigen melkveebedrijf. Sinds 1998 zelfstandig met Vivax Genetics en sinds 2017 freelance redacteur voor vakblad Melkvee en website melkvee.nl.
Beeld: Carmen Nijenkamp





