Sterke Erven Logo
13

Berenmesters Antonissen: 'Professie zit in de stal'

1304 min
Steeds de piketpaaltjes iets verder verzetten; dat is het streven van de familie Antonissen. In Rijsbergen hebben ze een gesloten bedrijf met 480 zeugen en een kleine 5.000 vleesvarkens. Ze mesten beren en gelten door elkaar en realiseren een daggroei van maar liefst 902 gram.
De familie Antonissen in Rijsbergen begon in 1984 met hun fokbedrijf (top en subfok). Ze mestten de bijproducten uit de fokkerij altijd zelf af; als ze de beren niet castreerden, classeerden ze veel beter. Tien jaar geleden stopten ze als fokbedrijf om verder te gaan als gesloten bedrijf. Momenteel hebben ze 480 zeugen en ruim 5.000 vleesvarkensplaatsen (waarvan ruim 1.000 op afstand, in Strijbeek). Johan en Bertha hebben inmiddels 34 jaar ervaring met het mesten van beren.
Overzicht van de dekstal waar de zeugen in voerligboxen gehuisvest zijn. De familie Antonissen werkt met een vijfwekensysteem; elke groep telt een kleine 100 zeugen.
De oudste kraamhokken dateren uit 1979 maar voldoen nog prima. Uiteraard fokken de gewezen Topigs-fokkers hun eigen gelten; ze hebben zuivere Yorks (Z-lijn) en Topigs20's. Maar die zeugen gaan eruit; ze zijn sinds een jaar bezig om zelf de TN70-zeug te fokken. De eerste elf TN70-zeugen zijn nu tweedeworps.
Een vijfwekensysteem met alternerend spenen vraagt een strakke planning. Elke 20 weken gaat alles 'over de kop'. In de dek- en werpweken is het alle hens aan dek, maar in de rustige periodes daartussenin kan het personeel makkelijk vrij nemen.
Met drie zeugenlijnen in de kraamafdeling moet je de registratie ook goed bijhouden. In de kraamafdeling hangen behalve gewone witte kaarten ook met groen gearceerde kaarten voor de subfokkerij en roze gemarkeerde kaarten voor de kernfokkerij. De bedoeling is om per werpgroep (van circa 100 zeugen) tien tot twaalf zuivere Yorks te houden.
Hier draait het om; de biggenproductie. Jaarrond halen ze met hun relatief jonge zeugenstapel (in doorsnee 2 jaar oud) gemiddeld 15,1 levendgeboren biggen per worp (15,3 bij de laatste cyclus). Het aantal gespeende biggen bedraagt 13,3 per worp; goed voor 32 gespeende biggen per zeug per jaar.
Medewerker Johan Bink vult de biggenbakjes bij met BasDiar, een aanvullend biggenvoer dat vanaf dag 1 gegeven kan worden. Het bestaat uit algen, probiotica, gisten, boterzuur en kleimineralen. Dit moet helpen om biggendiarree te voorkomen. Daarnaast gebruiken ze PeriBios van DSM, een soort kalkmengsel met mineralen en probiotica. Hiermee worden de biggennesten ontsmet. „Als er diarree is en je gooit hier wat van in het biggennest, is het over”, aldus Johan. „Het houdt het nest ook mooi droog.”
De gespeende biggen worden per hok opgelegd. De beren en gelten blijven van jongsaf zo veel mogelijk bij elkaar met hun broertjes en zusjes. Het hele bedrijf, van de kraamafdelingen tot de vleesvarkens, zit op brijvoer.
De gespeende biggengroep wordt gesplitst in hooguit twee vleesvarkensgroepen. Het niet scheiden bij het opleggen scheelt een stressmoment en dat levert 30 gram groei per dag meer op, op hetzelfde voerschema, ervaren Johan en Bertha.
Gemiddeld over beide locaties groeien de vleesvarkens 902 gram per dag. In de nieuwe vleesvarkensstal op de hoofdlocatie realiseren ze zelfs 917 gram groei. Ongeveer twee weken voor het definitieve afleveren worden de zwaarste varkens al geselecteerd – roze strepen voor gelten, blauwe voor beren. Die vertrekken het eerst naar Van Rooi Meat in Helmond.
Het rijden van beren op gelten komt alleen bij deze zwaarste categorie af en toe voor, maar verder nauwelijks, ervaren Johan en Bertha. Zij vermoeden dat het feit dat broertjes en zusjes bij elkaar blijven, de seksuele activiteit van de beren drukt.
Omdat de beren hard groeien, zitten ze snel aan het gewenste gewicht. Dat helpt ook tegen stinkers, volgens Johan: „Dat is immers een kwestie van leeftijd en niet van gewicht.” Tot december vorig jaar leverden ze aan Vion. Met het aandeel stinkers zaten ze daar altijd ruim onder de 1 procent, aldus Johan. Van Rooi koppelt die gegevens niet terug, geeft hij aan.
Johan (57) en Bertha (61) hebben geen opvolger. Hun enige zoon heeft gekozen voor een carrière in de melkveesector; hij werkt bij melkrobotfabrikant Lely. Johan en Bertha vinden het jammer dat het bedrijf, dat Johan van zijn vader heeft overgenomen, op termijn ophoudt te bestaan. „Maar het is niet anders.” Tot aan z'n pensioen blijft Johan daarom rustig doordoen. Daarbij worden de piketpaaltjes van de bedrijfstechnische kengetallen wel steeds een stukje verder gezet; “dat zit wel in ons, ja.”

Lees het hele artikel over het bedrijf van Johan en Bertha Antonissen in het vakblad Pig Business van donderdag 3 mei. Ontvangt u het vakblad Pig Business nog niet? Vraag dan hier een gratis proefnummer aan.

Beeld: Susan Rexwinkel

Tags
VarkensStalinrichtingOndernemerschap
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.