Sterke Erven Logo
14

Minder problemen met AM dankzij aardappelen als vanggewas

1403 min
Akkerbouwer Koos Vermue uit Hornhuizen (Gr.) poot aardappelen als vanggewas tegen aaltjes. Maar dat is niet de enige maatregel die hij neemt: aardappelmoeheid moet je bedrijfsbreed aanpakken, is zijn ervaring. Met resultaat: de aanwezigheid van aardappelcysten is in enkele jaren tijd aanzienlijk teruggedrongen.Bekijk de foto'sLees de reportage over Vermue in het vakblad Akker dat zaterdag 27 juni is verschenen
Het vanggewas staat er eind juni redelijk ontwikkeld bij. Uiterlijk 30 juni moeten de aardappelen zijn doodgespoten.
Medio juni zijn de aardappelen nog te klein om hun werk als vanggewas goed te kunnen doen. De akkerbouwer heeft daarom bij de NVWA uitstel aangevraagd van de uiterste vernietigingsdatum. Met succes: hij heeft ruim een week uitstel gekregen. Volgens de regelgeving moet Vermue het gewas uiterlijk op 21 juni, de langste dag van het jaar, vernietigen met RoundUp. Hierdoor gaan ook de nieuwe knollen dood. Nu heeft hij tot 30 juni.
De temperatuur is in mei en juni lang aan de lage kant geweest, waardoor de vanggewas-aardappelen begin juni nog maar net boven de grond stonden.
„We hebben warmte nodig om de aardappelen te laten groeien”, zei Vermue begin juni.
Dit jaar heeft Vermue Monte Carlo’s geplant als vanggewas, een resistent ras. In het verleden gebruikte hij fabrieksaardappelen (Avarna), maar er was geen pootgoed meer beschikbaar. „Ik kon dit jaar door omstandigheden pas laat bemonsteren. Het was al april voordat ik op basis van de uitslagen van de grondmonsters wist welke grond besmet was.”
Medio april pootte Vermue zijn miniknollen en zijn pootgoed, twee weken later was het de beurt aan de aardappelen voor het vanggewas.
Voor hij met het vanggewas aan de slag kan, monteert hij extra plantelementen aan de pootmachine en haalt hij twee platen uit de voorraadbak, zodat de toevoer naar alle transportbandjes vrij is. Op die manier kan hij tien rijen tegelijk planten.
De Koningsplanter heeft een werkbreedte van drie meter. Daardoor kan de akkerbouwer de plantmachine achter de bouwvoorlichter en de rotorkopeg koppelen, zodat hij in één werkgang kan werken. Dat beperkt structuurbederf van de bodem. Vanuit dat oogpunt koos hij ook voor een getrokken machine. „Het is belangrijk dat de bouwvoor voldoende los is, zodat de wortels van de aardappelen ver genoeg naar onderen kunnen groeien. Zo lokken de wortels de aaltjes.”
Om de aardappelen voor het vanggewas voldoende groeitijd te geven, heeft Vermue ze voorgekiemd. Het vullen van de pootmachine is een klus voor zoon Jos.
Sinds drie jaar plant Vermue het vanggewas met een Koningsplanter. Daarvoor gebeurde het poten met een omgebouwde plantmachine voor plantuitjes. Om er de kleine aardappelen (25/28 mm) mee te planten, moest hij de machine op een paar onderdelen aanpassen.
In die tijd werd de pootmachine nog handmatig gevuld. Samen met zijn broer Wim leegde hij de kiemkistjes in de pootmachine.
Koos Vermue heeft samen met zijn partner Ina Kolhorn en zijn broer Wim een akkerbouwbedrijf. In maatschapverband telen zij 85 hectare met pootaardappelen, graan, uien en suikerbieten in het bouwplan. Aardappelen telen ze 1 op 3.
Koos Vermue: „Het telen van aardappelen als vanggewas is één ding, maar daarmee red je het niet. Je zult meer moeten doen.”

Beeld: Ina Kolhorn

Tags
AkkerbouwConsumptieaardappelenPootaardappelenZetmeelaardappelenBodemaaltjes
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Akkerwijzer lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.