Ervaring opdoen met lisdodde in praktijkcase Krimpenerwaard

De gemeente Krimpenerwaard, de provincie Zuid-Holland, Woningcorporatie Qua Wonen, Duurzaam Door en ORG-ID (adviesbureau) slaan de handen ineen voor dit project. Ze vormen een ‘initieel opgaveteam’ dat met elkaar en met anderen aan de slag gaat om aan de hand van de praktijkcase een plan te maken voor lisdodde als bouwgrondstof. Hiermee willen de partijen bijdragen aan de ontwikkeling van lisdodde als product.
Veenweide
Het team ziet kansen in de doorontwikkeling van natte teelten in de veenweide. Op verschillende plekken in de veenweiden wordt al ervaring opgedaan met de teelt van lisdodde. Bijvoorbeeld op plekken waar de bodemdaling moet stoppen of vertraagd moet worden. De provincies in West-Nederland sturen in hun bestuursakkoorden ook aan op alternatieve teelten in plaats van melkveehouderij. Echter moet er dan wel voldoende vraag zijn naar het product, deze praktijkcase richt zich daar op.
Meest geschikt
De lisdoddeteelt lijkt het meest geschikt als natte teelt voor het veenweidegebied. Dat concluderen onderzoekers van het Louis Bolk Instituut in het onderzoek ‘Natte teelten voor het veenweidegebied’. De onderzoekers hebben de eigenschappen van lisdodde vergeleken met de eigenschappen van riet, miscanthus (olifantgras) en wilg.
Erin Veenink
Erin studeerde af in 2016 aan de School voor Journalistiek, niet wetende dat ze ooit als landbouwjournalist aan het werk zou gaan. Na enkele jaren als radio- en televisieverslaggever te hebben gewerkt, lonkte toch het schrijven en kwam ze terecht op de redactie bij Agrio. Haar interesse in zowel landelijke als lokale politiek komt hier niet ongelegen. Een voorliefde voor de agrarische sector heeft ze al lang. Dit werd aangewakkerd tijdens de zomervakanties in Denemarken, waar ze werkte bij een melkveehouderij met Jersey koeien van haar oom en tante.
Beeld: Henk Bouwman


