Sterke Erven Logo

Phytophthora resistente rassen ook daadwerkelijk resistent

04 min
Aardappelrassen die op papier een goede resistentie hebben tegen phytophthora blijken ook in de praktijk een hoge phytophthoradruk aan te kunnen. Dit blijkt uit het driejarig onderzoek dat door BDEKO, Bionext, het Louis Bolk Instituut en Wageningen UR is gehouden. Dit in het kader van het convenant Versnelde transitie naar robuuste aardappelrassen en het POP3 project ‘Verduurzaming van de aardappelteelt in Flevoland’.

De huidige phytophthoradruk toont duidelijk de verschillen in resistentie tussen diverse aardappelrassen. Op drie demonstratievelden, verspreid over Nederland, zijn 29 robuuste aardappelrassen gepoot die door klassieke veredeling of die heel erg vroeg zijn, resistent zijn tegen phytophthora. Terwijl op omliggende velden, waar vatbare rassen zijn gepoot, volop phytophthora wordt aangetroffen, blijkt in de proefvelden slechts een enkele plant te zijn aangetast. De phytophthora blijkt plaatselijk goed te bestrijden.

Meerdere resistentiegenen

Een van de drie demolocaties ligt in Zeewolde op het akkerbouwbedrijf BV ERF van Roy Michielsen. In het demoveld is volgens Bionext duidelijk zichtbaar dat de resistente rassen hun werk goed doen. „Vooral interessant is het om te zien hoe met name de rassen met meerdere resistentiegenen zich heel goed weten te weren. Bij de vroege rassen of rassen met een enkel resistentie gen, zien we toch af en toe een geïnfecteerde plant,” aldus Peter Keijzer van het Louis Bolk Instituut. Dit is mogelijk doordat phytophthora zich continu aanpast en op een bepaalde plek de schimmel de resistentie weet te omzeilen. Dit hoeft voor de akkerbouwer geen groot probleem te vormen. „Mits je er als teler maar op tijd bij bent. Meteen de geïnfecteerde plant er uit halen en het liefst ook de planten er omheen. Zo voorkom je dat de phytophthora die de resistentie wist te omzeilen zich vestigt en het specifieke resistente gen aan kracht inlevert”, legt Peter Keijzer van het Louis Bolk Instituut uit.

Aantasting in knol

Eenzelfde patroon als in Zeewolde signaleert bedrijfsleider Philip Kramer op het demoveld bij proefbedrijf SPNA in Kollumerwaard. Zelf zegt hij heel benieuwd te zijn naar de knolphytophthora in de robuuste rassen. „In een vatbaar ras dat we hier ook telen op het bedrijf heb ik een aantasting in de knol gezien. Dat dit niet op gaat treden bij de robuuste rassen, vind ik misschien nog wel belangrijker dan de aantasting van het loof”, aldus Kramer.

Duidelijke verschillen

Op het demoveld Zuidwest is de phytophthora er nooit echt in gekomen, ziet biologisch teler en demoveldbeheerder Annewillem Maris. „Maar je ziet wel enkele verschillen. In de vroege rassen zie je wat aantasting, in de resistente rassen niet. Maar ook onder de vroege rassen zat al een heel mooi stel aardappelen. Dat viel me sowieso op dit jaar, na 100 dagen zat er onder de meeste rassen al een verkoopbaar product. De robuuste rassen doen het ontzettend goed en zijn mijns inziens een heel goed alternatief voor de vatbare rassen.”

Convenant 100 procent robuuste aardappels

Dit is het derde jaar dat vanuit het convenant ‘Versnelde transitie naar robuuste aardappelrassen’ en het POP3 project ‘Verduurzaming van de aardappelteelt in Flevoland’ de beschikbare rassen in drie demovelden in de praktijk worden gedemonstreerd. Om het aantal resistente aardappelrassen op het veld en in het winkelschap te vergroten heeft Bionext in 2017 het initiatief genomen om met 28 partijen uit de gehele biologische aardappelketen gezamenlijk een convenant te tekenen. Doelstelling van het convenant is om in 2020 100 procent robuuste rassen in de biologische teelt en het biologische schap te hebben.

Online te bezoeken

Het demoveld robuuste rassen is dit jaar voor het eerst online te bezoeken op de digitale proefvelden van de Aardappeldemodag op woensdag 19 augustus 2020.

Beeld: Susan Rexwinkel Agrio archief

Bronnen: Bionext, Louis Bolk Instituut, Wageningen University & Research

Tags
AkkerbouwBladschimmelsConsumptieaardappelenMaatschappijGelderland