Sterke Erven Logo
6

Betere resultaten dankzij spier- en spekmetingen

603 min
Varkenshouder Henri Peters haalt dankzij het meten van de spier- en spekdikte bij zijn gelten en zeugen het maximale uit zijn varkens. Door de dieren veel beter naar behoefte te kunnen voeren, maakten en maken zijn cijfers sprongen. Zo ging de ondernemer in twee jaar tijd van 30 naar 33 gespeende biggen per zeug per jaar.
Door middel van echografie kan de spier- en spekdikte van gelten en zeugen gemeten worden in verschillende stadia van de cyclus. ABZ Diervoeding kan daarmee inzichtelijk krijgen hoe de gelten en zeugen preciezer naar behoefte gevoerd kunnen worden.
Het meten van de spier- en spekdikte gebeurt op vijf momenten: tijdens de opfok, op dag 80 in de dracht, als de zeug of gelt de kraamstal ingaat, als ze de kraamstal uitgaat en op dag 28 van de dracht.
De reden van de GMI-metingen is dat ABZ regelmatig een tweedeworpsdip bij klanten zag, vertelt Theo ter Maaten, voerspecialist varkens bij ABZ Diervoeding. „Gelten komen vaak al met een bovengemiddelde spierlaag aan in de stal. Daarna groeit de spierlaag ook nog op het bedrijf. Na de eerste worp, waarbij een fors verlies van de spierlaag plaatsvindt, zie je dat de zeug in de herstelfase eerst de spierlaag weer aan wil vullen. Het gevolg is veel meer terugkomers, een tweede worp die tegenvalt of de mindere kwaliteit van de tomen."
Ook Peters had last van een tweedeworpsdip. Bij de varkenshouder werden in 2019 eerst alle gelten en zeugen gemeten. Daarna is hij zijn voerschema aan gaan passen. „Eerder deed ik veel op gevoel, maar sinds deze techniek bij mij wordt toegepast, heb je veel meer inzicht in wanneer zeugen extra voer nodig hebben en op welk moment dat is in de cyclus."
De grootste verandering vond plaats in de kraamstal bij het lacto voeren. Peters: „We zijn naar een luxer lactovoer gegaan en ook sneller naar de top (7,5 kilo). We beginnen op 2,55 kilo en zitten bij de zeugen rond dag 13 op de top en bij de gelten rond dag 15. De top lag hiervoor rond dag 18.”
De GMI-techniek werpt bij Peters vruchten af. In 2019 lag zijn aantal gespeende biggen per zeug per jaar op 30,87. In twee jaar tijd is dat aantal gestegen naar 33,11. Het afbigpercentage bij de tweede worps-zeugen ging met circa 13 procent omhoog van 77,64 naar 90,48 procent. De uitval in de kraamstal zakte van 10,1 procent per zeug per worp naar 8,4 procent. Ook het vervangingspercentage per zeug per jaar is omlaag gegaan. Deze lag in 2019 op 50,5 procent en is gedaald naar 37,2.

Henri Peters heeft samen met zijn vrouw een gesloten varkensbedrijf in Leunen (LB). Hij houdt 360 TN70-zeugen in een 3-wekensysteem. Daarnaast heeft hij 2.900 vleesvarkensplaatsen. Momenteel speent hij 33,1 biggen per zeug per jaar. De uitval in de kraamstal is zo'n 8,4 procent en het vervangingspercentage van de zeugen 37,2. De vleesvarkens behalen momenteel een groei van circa 930 gram per dag. Deze worden aan de gangbare markt geleverd.

Beeld: Susan Rexwinkel

Tags
VarkensDiergezondheidDierenwelzijnFokkerijStalinrichtingOndernemerschapMaatschappijVoerLimburgNoord-BrabantZeeland
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.