Sterke Erven Logo
5

Wisselzeug oplossing voor 'superzeug'

503 min
Zeugenhouder Sjef van den Nieuwelaar speent iedere ronde 12 of dertien biggen extra zonder moederloze opfok te gebruiken. Het systeem van de wisselzeug dat de zeugenhouder samen met Manon Houben, dierenarts bij PorQ, ontwikkelde, zou wel eens de oplossing kunnen zijn voor  wat Wakker Dier noemt de 'opkomst van de superzeug die meer biggen produceert dan ze aankan.'  
Zeugenhouder Sjef van den Nieuwelaar ontwikkelde samen met Manon Houben van PorQ een systeem met wisselzeugen om moederloze opfok van biggen te voorkomen.
Het systeem van de wisselzeugen werkt als volgt; je kiest een zeug, zeug A, die een toom van een stuk of 12 goede biggen heeft gebracht. Die eigen biggen haal je weg bij deze zeug. Zeug A is nu leeg en die wordt pleegzeug voor biggen van andere zeugen met te grote tomen in de afdeling.
De eigen biggen van zeug A gaan naar de wisselzeug, zeug B. Daarvoor kies je ook een zeug die een stuk of 12 goede biggen heeft gebracht. Zeug B zoogt zowel haar eigen biggen als de biggen van zeug A. De ene toom overdag, de andere toom 's nachts.
De toom die niet bij de zeug ligt, zit op dat moment in een wisselhokje aan het eind van de voergang, waar ze beschikking hebben over kunstmelk. Grote voordeel hiervan is dat alle biggen toch op moedermelk groot worden, er komt dus geen echt moederloze opfok aan te pas.
Het kost de zeugenhouder anderhalf tot twee minuten per keer om de dag en nacht toom te wisselen. Op de totale kraamperiode is Van den Nieuwelaar hier vijf kwartier mee bezig. „Daarmee heb je dus wel twaalf tot dertien extra biggen gespeend."

Nederlandse zeugen produceren gemiddeld steeds meer biggen. Volgens cijfers van AgroVision is het gemiddelde aantal levend geboren biggen per worp het afgelopen decennium toegenomen van 11,7 (2003) naar 14,1 (2013); het aantal gespeende biggen per zeug per jaar ging omhoog van 24,1 naar 29,2 stuks.

Wakker Dier publiceerde eind augustus een rapport getiteld ‘Meer biggen dan Melk’, waarin de toenemende toomgrootten aan de kaak worden gesteld. De organisatie stelt dat die ontwikkeling leidt tot uitgeputte zeugen, lagere geboortegewichten, gesleep met biggen naar pleeg- en kunstzeugen en een 'recordhoge biggensterfte' van 13,3 procent. Wakker Dier telt daar naar alle waarschijnlijkheid de uitval tot spenen (landelijk 12,8 procent) en de uitval na het spenen bij elkaar op, aldus AgroVision.

Meer biggen dan spenen
Manon Houben, dierenarts bij PorQ, geeft aan dat deze ontwikkeling echter helemaal niet nieuw is. „In de 17 jaar dat ik dierenarts ben, hebben we altijd al meer biggen gehad dan spenen”, zegt ze. „Er zijn ook spenen bij gefokt. Een zeug van nu heeft minimaal 14 spenen en dat aantal gaat elk jaar met twee tienden omhoog. Tien jaar geleden kon een zeug echt geen 14 biggen grootbrengen, tegenwoordig wel.”

Wisselzeug
Zeugenhouders die dankzij hun toewijding in de kraamstal topresultaten weten te behalen, hebben meer 'last' van grote tomen dan diegenen die gemiddeld of onder gemiddeld draaien. Een voorbeeld daarvan is Sjef Van den Nieuwelaar uit Roosendaal. Zo bekeken is deze zeugenhouder slachtoffer van zijn eigen succes. Van den Nieuwelaar heeft daar een succesvolle draai aan weten te geven door het gebruik van wisselzeugen. In dit systeem zoogt één zeug twee tomen met biggen. „Door inzet van een wisselzeug kan moederloze opfok voorkomen worden”, zegt Houben.

Lees meer over het systeem van de wisselzeugen in het magazine Pig Business van 2 oktober.

Beeld: Peter Roek

Tags
VarkensDiergezondheidDierenwelzijn
Lees meer in het vakblad
In Vakblad Pig Business lees je wat speelt in jouw sector, met kennis, verhalen en duiding voor de praktijk.