Erkens ziet niets in nationaal verbod op transport hoogdrachtige dieren

Dat schrijft Erkens in een brief aan dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier, die eerder haar zorgen uitte over het transport en de slacht van hoogdrachtige melkkoeien.
Volgens de staatssecretaris is de ontwerpregelgeving uit 2020, die het verhandelen van runderen en varkens voor de slacht vanaf het laatste derde deel van de dracht moest verbieden, onvoldoende effectief en praktisch niet haalbaar.
Het voorstel betrof dieren waarvan de dracht voor ten minste twee derde was gevorderd. Uit een latere verkenning van LVVN en de NVWA, mede gebaseerd op onderzoek van de Universiteit Utrecht, bleek dat handhaving pas redelijk uitvoerbaar is vanaf een drachtduur van ongeveer 78 procent.
De regeling zou alleen gelden voor handel die in Nederland plaatsvindt en kent volgens hem beperkingen op het gebied van uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Ook wijst Erkens op kritische beoordelingen van de NVWA, de Raad van State en de Europese Commissie. Die kritiek had onder meer betrekking op een initiatiefwetsvoorstel van Partij voor de Dieren-Kamerlid Esther Ouwehand om transport van dieren al vanaf 40 procent van de dracht te verbieden. Volgens Erkens plaatsten de Raad van State en de Europese Commissie daarbij kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en proportionaliteit van het voorstel.
Bestuursrecht blijft uitgangspunt bij overtredingen
Wakker Dier had daarnaast gevraagd om een zwaardere strafrechtelijke aanpak van overtredingen van de 90 procent-drachtregel uit de transportverordening. Erkens schrijft echter dat de overheid de afgelopen jaren heeft vastgesteld dat er geen sprake is van veelplegers en dat veehouders in voorkomende gevallen vaak geen kennis hadden van de exacte voortgang van de dracht. Daardoor blijft bestuursrechtelijke handhaving het uitgangspunt.
Wel werkt het kabinet aan een aanpassing van het boetestelsel, waardoor in de toekomst hogere en mogelijk omzetgerelateerde boetes kunnen worden opgelegd. Bij veelplegers blijft inzet van het strafrecht mogelijk.
NVWA controleert naleving van transportregels
In zijn brief aan Wakker Dier benadrukt Erkens dat hij de zorgen over hoogdrachtige dieren begrijpt. Volgens hem zijn deze dieren extra kwetsbaar en past transport naar een slachthuis daar niet bij. Het vervoeren van dieren waarvan de dracht voor 90 procent of meer is gevorderd, is al verboden.
De staatssecretaris stelt dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht houdt op de naleving van die regels. In slachthuizen controleert de controle-instantie de drachtlengte van runderen. Wanneer aanwijzingen bestaan dat een dier hoogdrachtig was, volgt nader onderzoek op het bedrijf van herkomst. Als wordt vastgesteld dat de dracht voor minimaal 90 procent was gevorderd, kan de veehouder een bestuurlijke boete krijgen.
Kabinet zet in op Europese aanscherping van regels
Daarnaast werkt de NVWA aan een project om de beweegredenen van veehouders die hoogdrachtige runderen laten vervoeren in kaart te brengen, zo schrijft Erkens in de brief aan Wakker Dier. Op basis daarvan wordt een gerichte handhavingsaanpak ontwikkeld die moet voorkomen dat hoogdrachtige dieren op transport gaan.
Erkens ziet meer in Europese dan in nationale maatregelen. Daarom zegt hij zich in Brussel in te zetten voor een verlaging van de maximaal toegestane drachtduur voor transport van dieren.
Nederland pleit daarbij voor een grens van 75 procent van de drachtduur. Volgens de staatssecretaris sluit die norm beter aan bij wat in de praktijk controleerbaar is dan de huidige grens van 90 procent.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ingrid Sweers


