Sterke Erven Logo

'Lijst vroege bemesting duidelijk uitgangspunt'

03 min
Minister Adema van LNV presenteerde vorige week in een brief aan de Tweede Kamer de conceptlijst van gewassen die voor vroege bemesting in aanmerking komen. Vakorganisaties zijn niet ontevreden over de 69 gewassen die op de lijst voorkomen. „Er is nu duidelijkheid. We moeten verder.”

Sjoerd Heestermans van de NAV vindt de lijst compleet. „Er ontbreken geen gewassen die een vroege bemesting nodig hebben. Eenvoudig gezegd mag alles, behalve mais.” Dat mais de uitzondering is, verbaast hem niet. Mais wordt meestal van half april tot begin mei gezaaid. In de praktijk werd er vanaf half februari op maisland bemest, zeker als putten overvol zitten. Dan is er nog veel kans op uitspoeling.

Heestermans vraagt zich af waarom de regelgeving niet bij het oude is gebleven, met een uitzondering voor mais. „Dat had een heel veel administratie gescheeld, terwijl de praktijk hetzelfde blijft.” Temeer daar het aanmelden voor een vroege bemesting tot nu toe niet kan of kampt met storingen.

Hoewel de NAV de achtergrond van de regelgeving begrijpt, had ze de praktische uitwerking ervan graag anders gezien. „Het heeft veel weg van kalenderlandbouw.” Omdat de regel „toch niet meer terug te draaien is, moet de sector er mee aan het werk”, kijkt Heestermans vooruit. „Het is ook één van de minste zorgen waarmee wij te maken hebben.”

Nieuwe realiteit

Dat laatste onderschrijft Tineke de Vries van LTO Akkerbouw ten volle. „Er komt veel op de sector af. Met deze lijst moeten we dealen, hij is niet meer te veranderen. We moeten vooruit.” De Vries ziet de lijst overigens als een goed lobbyresultaat en het meest haalbare binnen „de nieuwe realiteit.” Daaronder valt volgens haar alles rondom bijvoorbeeld het 7e ActieProgramma en derogatie.

Enige omissie zijn de meerjarige kruidenteelten, geeft De Vries aan. „Zij hebben wel op onze lijst gestaan, maar zijn weggelaten.” Voor het overige is de lijst „zeker werkbaar.” Over de administratieve last die gebruik van de lijst met zich meebrengt, heeft ze wel een mening. „Dat hadden wij graag anders gezien. Het is ook de vraag of systemen op tijd klaar en werkbaar zijn.”

Lijst geen doel

De Vries kijkt desondanks liever vooruit. Met deze lijst moet de sector aan het werk. Zij vraagt zich wel af of het hierbij blijft. „De lijst is geen doel op zich. Toepassing van de regels er omheen moet effect gaan sorteren. Als dat niet komt, zullen verdere maatregelen niet uitblijven.”

Beeld: Ruth van Schriek

Tags
AkkerbouwDierlijke mest