Sterke Erven Logo
Kennispartner

Mycoplasma hyopneumoniae, een niet te onderschatten ziekteverwekker

Kennispartner3 min
Mycoplasma hyopneumoniae (M. hyo) komt nog altijd veel voor op varkensbedrijven en veroorzaakt grote economische verliezen. Schade is er door een verminderde groei, verminderde voerefficiëntie en toename in behandelingskosten. Mycoplasma is een (kleine) bacterie, met als bijzonder kenmerk dat ze géén celwand heeft. Daardoor is ze veel beter bestand tegen antibiotica die specifiek de celwand zouden aanpakken.

Wat gebeurt er bij een M. hyo infectie?

M. hyo beschadigt de trilharen van de luchtpijp en bronchiën van varkens en verstoort de slijmproductie in de luchtwegen. Bij gezonde varkens worden schadelijke stoffen, bacteriën en virussen in de slijmlaag van de luchtwegen vastgehouden. Het ‘bevuilde’ slijm wordt door een golvende beweging van de trilharen naar buiten gebracht. Door de beschadiging van de trilharen en verminderde slijmproductie kunnen de trilharen hun ‘opschoon’-functie niet meer vervullen, waardoor schadelijke stoffen en ziekteverwekkers gemakkelijker de longen kunnen bereiken. M. hyo maakt dus letterlijk de weg vrij, ook voor andere longinfecties. Daarnaast worden ook ontstekingscellen aangetrokken naar de plaats van infectie, resulterend in longontsteking.

Wat zie je in de stal?

Mycoplasma hyopneumoniae veroorzaakt enzoötische pneumonie (EP), een chronische ademhalingsziekte. Overdracht van M. hyo is via neus-neus contact tussen varkens, maar ook wel via de lucht, via aerosolen, met name op dichtbevolkte varkensbedrijven. Klinisch is de infectie gekenmerkt door een niet-productieve, droge hoest, verminderde voeropname en ademhalingsproblemen. M. hyo verloopt ook vaak als een subklinische infectie en is dus niet altijd goed zichtbaar in de stal. In dit geval is er enkel groeivertraging. De aanwezigheid van de infectie kan worden bevestigd in het slachthuis, door controle van de longen en met andere diagnostische methodes zoals PCR-onderzoek en het meten van antistoffen in het bloed.

De ene Mycoplasma bacterie is de andere niet

Er circuleren verschillende stammen van Mycoplasma hyopneumoniae die van belang zijn voor varkens. Dit vooral vanwege hun rol in het veroorzaken van enzoötische pneumonie. Sommige stammen zijn minder ziekteverwekkend, andere zijn meer ziekteverwekkend. Men spreekt ook wel over laagvirulente en hoogvirulente M. hyo stammen. Elke stam heeft unieke eigenschappen die bijdragen aan het ziekteproces aan de ene kant maar ook hun rol hebben in de afweerreactie van varkens. Het is juist de verschillen van die eigenschappen die helpen bij de ontwikkeling van meer effectieve vaccins en behandelingsstrategieën.

Slachthuisonderzoek

In het slachthuis is aan longen veel af te lezen. De longen vormen als het ware een stille getuige van wat er gaandeweg in het leven van het varken is gebeurd. De longontsteking die na een M. hyo infectie is ontstaan valt bij onderzoek aan de slachtlijn onder EP-achtige letsels. Het duurt ongeveer 12-14 weken tot herstel van die letsels, daarna zijn enkel nog littekens zichtbaar. Door het analyseren van meer dan een miljoen longen per jaar en het bepalen van de EP-index speelt het Ceva Lung Program (CLP) een cruciale rol in het monitoren van schade ten gevolge van enzoötische pneumonie. Uit studie is gebleken dat iedere 0,1 verhoging in de EP-index een daling in groei geeft van 11 gram per dag.

Uiteindelijk gaat het er om EP te voorkomen, de hoeveelheid mycoplasma (bacteriële belasting) te beperken en de ernst van de longaantasting te verminderen.

Conclusie

Door effectieve preventie- en behandelingsstrategieën kan de impact van M. hyo infecties worden verminderd. Dit leidt tot gezondere dieren en een plus in productiviteit die de moeite waard is.


Bron:

Krejci et al. (2022) A meta-analysis of the relationship between lung lesion scores in slaughter pigs and their daily weight gain. International Animal Health Journal, Volume 9 Issue 2, 24-28.

Tags
VarkensDiergezondheid
Logo Ceva

Samen werken aan een gezond varkensbedrijf

Ceva streeft er voortdurend naar om betere oplossingen te vinden voor dierziekten; waardoor de gezondheid, het welzijn en de productiviteit van de dieren worden verbeterd. Steeds meer is Ceva zich gaan richten op de preventieve diergeneeskunde, vooral met vaccins. In het kader van ziektepreventie is een goede diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding zeer belangrijk. Daarom wil Ceva een totaalservice naar de dierenarts en varkenshouder aanbieden. Een sterke technische ondersteuning, de Biovac autovaccins en longonderzoek met het Ceva Long Programma maken deel uit van deze totaalservice.
Samen met de dierenarts probleemoplossend werken staat centraal.