Sterke Erven Logo

Minister werkt aan regeling om bovengronds mest aanwenden op te nemen in de Omgevingswet

03 min
De Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest gold van 2019 tot 2023. Op 1 januari 2024 verviel de Vrijstellingsregeling en gedoogde Rvo het bovengronds aanwenden van runderdrijfmest, mits de boer voldeed aan de eerder geldende maatregelen. En hij in februari aan RVO liet weten zijn mest bovengronds aan te willen wenden.

De Vrijstellingsregeling verviel op het moment dat de nieuwe Omgevingswet in werking trad. In januari 2024 liet de minister de Tweede Kamer weten dat nader onderzoek nodig was, om te bepalen hoe de ‘oude’ Vrijstellingsregeling opgenomen kon worden in de nieuwe Omgevingswet.

Uitzondering

In een verzamelbrief over diverse onderwerpen van het mestbeleid van vrijdag 7 maart, schrijft de minister een manier te hebben gevonden de Vrijstellingsregeling in de nieuwe wet op te nemen. De minister is voornemens de huidige regeling als uitzondering op de verplichting tot emissiearm aanwenden op te nemen in het stelsel van de Omgevingswet. Dit wil ze doen via een wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving en de Omgevingsregeling.

Internetconsultatie

De internetconsultatie opende op 24 februari en sluit op 24 maart. Na verwerking van de inbreng hangt minister Wiersma de regelgeving voor bij de Eerste en Tweede Kamer. En legt ze de regeling voor aan de Afdeling advisering van de Raad van State voor een advies.

Het moge duidelijk zijn dat de regelgeving niet voor de start van het huidige uitrijdseizoen gereed is. De uiteindelijk inwerkingtreding van de regeling gebeurt dan ook met terugwerkende kracht.

Praktijkonderzoek

Dit jaar loopt het praktijkonderzoek naar de effecten van bovengronds uitrijden af. Op basis van de resultaten van het onderzoek neemt de minister een besluit nemen over het verder voortzetten van de regelgeving die bovengronds uitrijden mogelijk maakt.

Stemming Renure opnieuw uitgesteld

In haar brief aan de Kamer laat de minister weten dat zij er op basis van de conceptagenda van het Nitraatcomité van 20 maart aanstaande vanuit gaat dat er nog niet gestemd zal worden over het voorstel voor toelating van RENURE-producten als kunstmestvervanger.

Het voorstel staat wel geagendeerd voor bespreking. De minister verwacht dat het hier gaat om enkele nadere technische vragen van lidstaten. Ze geeft aan dat Nederland zo veel als mogelijk deze lidstaten voorziet van informatie en argumenten.

Onzekerheid houdt aan

De minister is zich ervan bewust dat hiermee de onzekerheid rondom het toestaan van RENURE en de voorwaarden waaronder het wordt toegestaan voortduurt. Tegelijkertijd geeft ze in haar brief aan dat tijdens de afgelopen Landbouw- en Visserijraad en ook uit de Visie op Landbouw en Voedsel wederom duidelijk werd dat de Europese Commissie en veel lidstaten RENURE inmiddels zien als een kans om de Europese afhankelijkheid van stikstofkunstmest uit (Wit-)Rusland te verminderen en de CO2-footprint van ons voedsel te verlagen. Ze houdt goede hoop dat het voorstel op korte termijn op een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten kan rekenen.

Beeld: Ruth van Schriek

Bron: Tweede Kamer

Tags
MelkveeRegelgevingPolitiek